Senegalezen gaan zelf achter dieven aan

Dakar – In de auto met drie pas verworven ‘neven’ en hun vriend. Wie niet beter weet zou denken dat het een uitje betreft. We zijn echter op jacht naar een tiener die de telefoon van een moeder heeft gestolen. Als we de straten inrijden, worden capuchons opgedaan en grimmige gezichten opgezet. Daar gaan ze, terwijl ik toekijk hoe ze bij een familiehuis aanbellen. Na een tijdje gaat de deur open. De oudste voert het woord. De dief blijkt gevlucht. Lachend keren ze terug. ‘Ze zijn doodsbang!’ roept de één tevreden. ‘Dit vergeten ze nooit meer!’

Een dag later word ik op de grote markt van Kolaban door vijf mannen omsingeld en van m’n telefoon en geld beroofd. Dan begint het aangifteproces voor de reisverzekering. Drie dagen lang bezoek ik iedere politiepost van de stad. Het zijn grimmige, troosteloze plekken. Mitrailleurs tegen de muur. Uitgehongerde gevangenen klemmen besmeurde tralies vast. Voor een van de posten staat een wankel tafeltje met daarop een houten bak vol identiteitskaarten van taxichauffeurs. Daarnaast een lange rij voormalige eigenaren die voor drie- tot vijfduizend cfa (4,5-7,5 euro) hun kaart terugkopen.

Officieel bestaat er een aangifteformulier dat aan een loket kan worden gekocht. Maar dat wordt ontkend. In plaats daarvan stelt een vrouw in burgerkleding een onleesbaar handgeschreven briefje op. Tegen betaling natuurlijk. Duizend cfa of 1,5 euro. Voor mijn reisverzekering heb ik een stempel nodig. Ik word uitgelachen, weggejaagd en zelfs uitgescholden.

Administratief personeel hangt slapend over tafels en agenten schreeuwen als kleine dictators. Slachtoffers van beroving, verkrachting of erger lopen wanhopig rond. De antwoorden zijn telkens hetzelfde. ‘Wat deed je daar dan?’ ‘Waarom liet je de deur open?’ ‘Waar was je man, broer, neef?’ En: ‘Wat doe je hier?’

Bij het laatste kantoor duikt het hoofd van een gevangene vanachter de balie op. Hij wordt als een hond aan de grond gehouden. Onmiddellijk begint de commandant met zijn gummiknuppel op hem in te slaan. ‘Niet kijken’, fluistert een Senegalese vriendin. De secretaris schrijft onverstoorbaar door.

In een land waar de politie corrupt en buitengewoon gewelddadig is, is het begrijpelijk dat mob justice groeit. Mensen gaan zelf op zoek naar de dader. De telefoon van de moeder wordt door een doodsbange tiener teruggebracht. De inhoud is gewist, maar het toestel werkt nog.