Sensaties

Ik voel de hand van een oude vriend op mijn schouder. Ik heb hem jaren niet meer gezien. Vroeger toen we allebei rechten studeerden, deelden we ideeën over de wereld. Vooral over goede en verkeerde gaatjesschoenen. En de kleur van de sokken. Hij zegt dat voor hem iedere dag hetzelfde is. Hij staat om zeven uur op, fietst om acht uur naar zijn werk, fietst om zes uur naar huis, hij eet alleen, kijkt naar het journaal van acht uur, daarna een film, iedere dag hetzelfde.

En jij?



Ik slinger tussen steden en avonturen, met Eurostar, Thalys, Virgin, ik ontmoet steeds meer mensen, in steeds sneller tempo, het toeval vermenigvuldigt zichzelf, verhalen stapelen zich op, voor een dagboek geen tijd, ik ren naar de taxi, de tram, de trein, aan een voorbijganger vraag ik of hij mijn verhaal bij mijn uitgever in de bus wil steken anders mis ik mijn afspraak, vooruitsnellen, opstijgen, in de lucht vliegen.



vloeibaarheid

maar geen vluchtigheid



´Voor Rousseau was het paard te snelª, zegt de vrouw in de trein als ik buiten adem de coupé binnenstorm. ´Hij wandelde liever anders kon hij niet goed kijken en denken.ª Ze laat haar blik zakken en leest verder in haar Russische roman. Een begin, een midden, een eind. Als je rent zie je weer andere dingen. Ik zie kleuren in elkaar overlopen, mensen in elkaar overlopen, mogelijkheden in elkaar overlopen, ik zie snelheid, gelijktijdigheid, totaliteit. Als je rent denk je anders. Een rivier in je hoofd.



LIEFSTE ROUSSEAU, houd je vast, wij treden uit en stijgen op en verspreiden ons en nemen nieuwe vormen aan, we raken onbekende dingen aan, hier is nooit iemand geweest, want niemand was ooit zo vrij om hier te komen, uit lichamen ontstaan nieuwe lichamen, en gedachten hebben we niet nodig, alleen beweging, ritme, niets dat ons vasthoudt et cetera.



intensiteit

maar geen oppervlakkigheid



In een andere trein op een andere dag staat de tijd stil, nee, niet de tijd maar de trein, een kwartier, een half uur, het is donker, ik zie de maan verschijnen verdwijnen verschijnen verdwijnen, rust daalt over me neer, de trein zet zich langzaam in beweging, in de duisternis blauwe zwaailichten, politieagenten met schijnwerpers langs de rails, het lijkt belangwekkend, plechtig, een afgedekt lichaam wordt in een ambulance geschoven, de trein voert zijn tempo op en haast zich door de duisternis terwijl de eerste familieleden worden ingelicht.



Uren staren we in de lucht, luisterend naar het geluid van de vliegtuigmotoren, wolken onder de vleugels, daarboven ijle lucht, nog hoger gewichtloze duisternis, nevelslierten, de zon gaat in de diepte onder, een tunnel vol geruis, stemmen op de achtergrond, de anderen zijn in slaap gevallen, we vergeten dat we vliegen, de voeten op de bodem, we leven in het heden, een vliegtuigje in de diepte, zwevend in dezelfde gewichtloosheid, we zijn open en alert, niets is ooit verdwenen, misschien zijn er mensen of dingen zoek geraakt maar niets is ooit verdwenen, we moeten een beweeglijkheid ontwikkelen om de dingen aan te raken, dwars door pixels en ether, dwars door de tijd, een stad strekt zich onder ons uit, honderdduizenden lichtjes, een glanzend tapijt, daarbinnen een veelvoud aan mogelijkheden, ontmoetingen, weerkaatsingen, je denkt ergens tussen al die lichtjes…



voorlopigheid

maar geen behoefte aan vastigheid



Laat in de avond loop ik over straat, de handen in mijn zakken, ik versnel mijn pas, de mensen vullen de stad, de stad vult de mensen, ik steek de straat over, de geur van een jongen die voor me loopt, twee giechelende vrouwen, de dagen rollen voort, ik ben zeventien, vijfenzeventig, vijfendertig, vierentwintig, ik wil de dingen zijn die ik zie, ieder gezicht en plaats mijn naam geven, ik steek de straat over, sla linksaf, ik ga naar binnen, het opzwepende ritme, een weemoedige stem, ik trek mijn trui uit, worstel me door de mensen naar voren, en daar Tracy Thorn achter haar microfoon, haar magere lijfje, Ben Watt achter zijn keyboards, de frictie tussen beat en droefheid, verlangen en gemis, mijn lippen bewegen mee, I walk the city late at night, does everyone here do the same, I want to be the things I see, give every face and place my name, I cross the street, take a right, pick up the pace, pass a fight, did I grow up just to stay home, I’m not immune, I love this tune, I wanna love more.



I just

wanna love more



Al die levens die je niet leidt, al die mensen die je niet leert kennen, al die gesprekken die je niet voert, al die kanten in jou die zich niet ontwikkelen, ik denk in mogelijkheden, heb het gevoel dat de dingen aan mij voorbijgaan.



 

Voorpublicatie uit Sensaties van Oscar van den Boogaard, dat eind april verschijnt bij uitgeverij Querido. Meer sensaties voortaan iedere week in De Groene Amsterdammer.