Sensaties

Sensaties

We staan hier op het strand, Ulrich, Manon en ik, het is zeven uur ’s morgens, de zon hangt vlak boven de zee, achter ons staat de auto, de portieren geopend, de zon spat op de motorkap uiteen, hoe zijn we hier terechtgekomen, eerst waren we in Manumission en toen in Amnesia, of was dat eergisteren, nee, we waren in KM 5 en toen in Pacha, sinds we onze voeten op dit eiland hebben gezet… ik ben gelukkig, mompelt Manon, nog nooit zo geweest, een jongen in boxershort rent langs de vloedlijn, op sokken, hij verliest ze bijna, Ulrich streelt met zijn hand over mijn arm, meestal is hij agressief en plagerig, vannacht zag ik dat hij eigenlijk een nachtdier is, dat leeft in donkere wouden, slaapt in holle bomen, hij zegt dat hij niet wil dat dit ophoudt, we liggen in het zand, een paar jongens en meisjes buigen zich over ons heen, ze hebben enorme pupillen, ze lachen ons toe, vragen hoe laat Space opengaat, zo meteen, om half acht, we babbelen, ruisen en suizen mee met de zee, een zacht briesje waait onder mijn huid, de haartjes op je armen lijken helmgras, zegt Manon, we waren lief vannacht, haalden voor elkaar flesjes water, informeerden of het goed ging, waarschuwden elkaar dat we soms even moesten uitrusten, en af en toe een beetje suiker, we moeten dit niet iedere avond doen, zegt Ulrich, maar het is belangrijk, ik weet nu hoe je muziek en kleuren kunt beleven, en de natuur en je vrienden, de jongen komt weer voorbij op één sok, laat zich naast Manon vallen in het zand, ze kennen elkaar uit Privilege, ik sluit mijn ogen, laat zandkorrels door mijn vingers glijden, ik voel me zo licht, dit mag ik niet vergeten, ik zag vannacht een man die zich bewoog als een aap, alleen een sportbroekje aan, hij ging naast me zitten, bewoog zenuwachtig heen en weer, legde mijn hand op zijn benen, een Bonobo was hij, hij wilde spelen, ik beet hem in zijn nek, samen depten we met tissues de rug van een zwarte danser droog, Sue met haar cowboyhoed wilde ons omarmen, ze heeft een paar avonden geleden op een feest gezegd dat ze excentriek is en ik vond het afschuwelijk dat ze van zichzelf zei dat ze excentriek was en ik zei dat het niet is omdat je een roze cowboyhoed draagt met glittertjes dat je daarom excentriek bent, Bonobo en Manon trokken me de dansvloer op, we kregen vaart, stegen op, een vliegtuig scheerde over, vroeger toen ik alleen toeschouwer was vond ik het angstaanjagend, je moet zorgen dat je er midden in terecht komt, je moet zorgen dat je meegezogen worden, je moet zorgen dat je dit plezier van binnenuit beleeft, we gaan kijken bij Space, stelt Ulrich voor, we lopen het strand af en steken de parkeerplaats over, een kleurrijk gezelschap zijn we, roze, geel, rood, zo heb ik er hele scholen zien zwemmen gisteren of eergisteren onder de waterspiegel, om de rots van Vedra, met een kinderduikbril op en kindersnorkel die ik van een jong meisje had geleend dat stukjes glas aan het zoeken was waarmee ze een lampje wilde maken, voor de Space staan een paar mensen, het kost vijfduizend peseta’s om binnen te gaan, we hebben niet genoeg meer bij ons, het kost allemaal zoveel, de tickets, de flesjes water, de uitsmijters staan trots bij de poort, misschien even wachten, we gaan zitten tegenover de ingang, een limo stopt, een paar baseballers en Gucci-vrouwen stappen uit en gaan de Space binnen, volgens Ulrich zijn het de Fugees, dan is het weer een half uur rustig, drie meisjes met harde gezichten lopen arrogant langs ons heen, voor ons stopt een oude panda, het kraken van de autodeur breekt mijn roes, een bejaarde man en vrouw stappen uit en laden lange ijzeren staven uit, waar is iedereen? vraagt Ulrich, we gaan ze zoeken, we stappen in de auto, rijden rond, ik moet me heel goed concentreren, rechts houden, zeg iets tegen mij, Manon, masseer mijn nek, Ulrich, we rijden de heuvels in, over het zand, dat rood gloeit in de opklimmende zon, wat is het hier prachtig, we lopen rond, houden bomen vast, voelen de aarde, we kijken een wilde hond recht in de ogen, we rijden verder, komen aan bij Cala Jondal, niemand daar, we liggen in de hangmatten, lopen naar de zee, de zon staat nu al hoog, we stapelen stenen, in het zand vindt Ulrich een gele shawl, wikkelt die om, ik vind een broek en een shirt waarop DJ Contest Ibiza staat, Manon wil verder zoeken, we rijden over kale vlaktes en slingerwegen, niemand daar, we rijden door de heuvels naar huis, we kleden ons uit en springen in het zwembad, de nevels boven de kust lossen langzaam op in het licht, een boot trekt een witte boog in de zee, een vliegtuig trekt een witte lijn in de hemel, Ulrich springt van de plank, een salto, ik probeer de broek, het shirt, precies mijn maat, het ruikt naar zweet, ik ben iemand anders, de anderen komen in hun badjassen bij ons staan, vragen hoe het is geweest, het was zo mooi, het ruisen van de zee in de ochtend, als zilverpapiertjes waaiend in de wind, we willen niet ontbijten en niet slapen, we willen dat dit gevoel ons niet verlaat, is het de waarheid die je voelt als je euforisch bent, vraag ik me af, ik moest aan jou denken vannacht, ik zag je scherper dan ooit, ik keek je recht in de ogen, jij keek in mij, ik hoorde je lachen, ik twijfelde niet, ik hield van je.