Sensaties

Sensaties

Tijdens de opening op ART BRUSSELS sta ik met een glas champagne in de hand voor onze stand handen te schudden en kussen uit te delen. Opeens verstommen de geluiden, mensen houden stil. Een blonde vrouw in tijgermantel en een playboy komen hand in hand aangelopen. Zij laat zich als een blinde leiden door haar trotse geliefde. Claudia ziet eruit als Claudia for the whole world to see. Ze is tien meter van onze stand verwijderd, vijf meter, een meter. Voor onze stand laat ze plotseling de hand van haar vriend los en komt bij ons binnen. Ze kijkt naar het Trance-spel van Uri Tzaig. Ik zeg: «Claudia, ga maar zitten.» Sommige mensen moet je commanderen. Ik neem tegenover haar plaats.

Claudia en ik spelen Trance. Tussen ons in het siliconen speelbord. Een bobbelig oppervlak met daarop twintig knikkers in verschillende soorten en kleuren. Ik draag Claudia op tien knikkers uit te kiezen en ze op het speelbord te leggen waar ze wil. Ik doe hetzelfde. Ik vertel haar dat het spel geen regels heeft. We moeten ombeurten een knikker verplaatsen en neerleggen op de plek waarvan wij denken dat hij belangrijk is. Ze kijkt me een moment wantrouwend aan, maar mijn glimlach boezemt haar vertrouwen in. Ze recht haar rug, wrijft in haar handen en werpt haar haren naar achteren. Ze pakt een kleine rode knikker en legt die aan mijn kant op de rand. Ik pak een grote metalen knikker en leg die naast haar kleine rode knikker. Ze begint te lachen. Ze pakt een gele knikker en legt die in het midden, ik pak de kleine rode knikker en leg die ernaast. «This is fun!» roept ze en verplaatst weer een knikker op het veld. Ik denk: dit wordt een deal. Jan die achter haar staat weet nog niet dat de vrouw tegenover mij het beroemdste fotomodel ter wereld is.

Claudia komt overeind en kijkt naar de andere kunstwerken. Ze vertelt dat ze schilderijen verzamelt van poezen. «Wij verkopen geen schilderijen van poezen», zeg ik trots. «We verkopen helemaal geen schilderijen.» Ik wijs naar de foto van Richard Billingham, maar daar staat alleen een morsig hondje op afgebeeld. Claudia trekt haar perfecte neusje op. Ze vraagt waar ik mijn sportschoenen heb gekocht. Ik zeg bij Donna Karan in Rome. Dan schiet me te binnen dat ik nog een ander werk in de aanbieding heb. Ik laat haar de catalogus van Richard Billingham zien. We gaan naast elkaar zitten op het houten bankje. Ik leg het boek op haar schoot.

Ze vindt het een heel lief poesje, een schattig poesje, hoe oud zou het zijn, een week, twee weken? Maar wie is die dikke vrouw met die gele tanden die het beestje met een spuitje voedt? Ze heeft pukkels op haar kin en snorharen. Ik zeg dat ze de moeder van de fotograaf is. «Really?» zegt Claudia ongelovig. Ze kijkt de moeder in de ogen en glijdt met haar vingers over de dikke armen met de tatoeages. Ik denk: het maakt het poesje niet uit of ze in de armen ligt van een monster of een model. Voor dieren is uiterlijk van geen belang. Ik neem Claudia mee in het kleine kamertje achter in de stand waar we een dia-installatie hebben opgesteld van Pierre Bismuth, Ma couleur préférée. Tachtig dia’s van blauw naar rood. «Iedere keer dezelfde kleur», zegt Claudia ongeduldig. «Nee, Claudia, je moet goed kijken.» We wachten tien dia’s. «Ik zie een kleine verandering», zegt ze opgewonden, een moment raakt haar hand de mijne, we veranderen van blauw in rood. Haar vriend verschijnt in de deuropening en zegt: «En nu kom je mee.»

De volgende dag komt ze terug, haar haren in een staart, haar gezicht onopgemaakt. Ze mompelt dat ze slecht heeft geslapen. Voor een model is dat bijna even erg als doodgaan. Ik wil haar opvrolijken. Ik stel voor dat ik haar het mooiste werk van de beurs zal laten zien. Een werk van de Belgische kunstenaar Honore d’O. Het hangt buiten de beurs. Claudia volgt mij gedwee. We wandelen naar parking C. Midden op een brug voor de beurs blijf ik stilstaan en wijs omhoog. Claudia kijkt omhoog naar de blauwe hemel. Ze slaakt een kreetje. Een paar meter boven ons hangt een zwart plastic doosje. Het hangt niet, het zweeft. Ze wil weten hoe dat potje daar boven haar hoofd kan zweven. Hangt het misschien aan visdraad? Ze kijkt om zich heen, er is geen boom of mast in de buurt te ontdekken. Zou haar ex-man ook al zijn geheimen hebben verklapt? Claudia smeekt om uitleg. Ik zeg: «Luister eens goed, dit werk gaat niet over techniek maar over betovering.» Ze vindt dat mooi gezegd. Ik maak haar erop attent dat het zwevende doosje bij ons te koop is. Ze herhaalt wat ze me gisteren heeft gezegd. Ze verzamelt alleen schilderijen met poezen erop. Dat lijkt me een enorme beperking.

Haar vriend komt aangelopen. Hij stelt zich keurig aan me voor. Claudia wijst naar het doosje. De playboy kijkt omhoog, hij heeft zijn bril niet bij zich. «Een paar meter boven jou zweeft een klein zwart doosje», zegt Claudia geheimzinnig. Hij kijkt ons aan alsof we hem in de maling nemen. «I don’t like it», mompelt hij, «this is magic.» Onder het zwevende doosje nemen we afscheid. Claudia en haar vriend lopen weg in de richting van een sportmercedesje. Ik keer terug naar de beurs, drink in de vip-bar gratis champagne en wandel terug naar onze stand, waar Jan net Trance aan een mooie verzamelaarster in een kort rokje aan het verkopen is.