Sensaties

Sensaties

Vrijdag 13 oktober neem ik afscheid van mijn zolderetage op het Rokin. Tien jaar lang verhuurde ik de ruimte onder aan vrienden omdat ik er geen afscheid van kon nemen. De mogelijkheid Rokin wilde ik openhouden. Het was mijn band met Amsterdam. Een belangrijk deel van mijn leven. Het decor ook van mijn eerste roman. Voor de laatste keer loop ik de smerige trappen op naar de zolder en kijk door de ramen aan de voorzijde. Ik tuur over het Rokin van de Dam tot Hotel de L'Europe en neem afscheid van de godinnen in het timpaan van het Archeologisch Museum, van Wilhelmina te paard en de rondvaartboten. Hierboven aan de oppervlakte van de stad had ik me vroeger vrij en onbedrukt gevoeld. De ingangen van de winkels, kantoren en universiteitsgebouwen leken muizengaten. De figuurtjes die in en uit liepen waren eenvormig en beheersbaar. Maar bij het afgaan van de treden nam de druk toe. Beneden op straat stonden de gebouwen als reuzen om mij heen, de tramleidingen hingen als netten boven mijn hoofd, ik voelde me gevangen. Ik liep voorovergebogen om mijn hart te beschermen. Mensen dachten dat ik in duizend scherven uit elkaar zou spatten als ze me aanraakten.

Naarmate je ouder wordt ben je steeds minder daar waar je bent. Je bent elders, in een eigen wereld. Ik loop door Ikea en ik voel geen walging en geen medelijden. In het restaurant schuif ik aan voor een biefstuk met bearnaisesaus zonder somber te worden. Aan mijn tafel zitten vijf blonde zusjes tussen de tien en de zeventien. Ze bladeren door de Ikea-gids en wijzen aan wat ze willen hebben. Ik vraag hen of ze The Virgin Suicides hebben gezien. Daarin spelen ook zulke prachtige zusjes. De twee oudsten hebben de film inderdaad gezien en kijken me beteuterd aan. Ik begrijp dat het de verkeerde vraag is want de zusjes in de film plegen de een na de ander zelfmoord. Ik koop twintig houten kleerhangers en een verlengsnoer. Tegen een jong paartje bij de kassa zeg ik lachend dat ik ergens heb gelezen dat de meeste relaties kapotgaan in Ikea. Net zoals in de metro in Parijs en familiesauna Imelda in Mechelen. Ze kussen elkaar op de mond en nemen elkaar vast. Ik steek de parkeerplaats over en ga de Matrassenreus binnen. Vroeger zou ik onmiddellijk denken aan slaapzalen waar ik nooit in slaap zou kunnen vallen en aan al die liefdes waar ik niet aan zou deelnemen. Ik zou me eenzaam en buitengesloten voelen maar vandaag niet. Nadat ik ongegeneerd alle matrassen heb uitgeprobeerd koop ik een springbox die volgens de verkoper een box spring heet. Daarna ga ik op weg naar Krüfel om een stofzuiger uit te zoeken. Te midden van duizenden wasmachines, grillbakovens, televisietoestellen en geluidsinstallaties voel ik me geborgen. Een bejaard echtpaar staat voor een Miele wasmachine. De verkoper verzekert hen dat de machine beslist een leven lang zal meegaan. De vrouw kust haar man vol blijdschap op de wang als hij zegt: we nemen hem. Mijn oog valt op een oranje-rode stofzuiger. Ik vind hem net zo lief en handzaam als een kleine hond. Ik reken hem af en loop ermee naar mijn verhuisbus. Op de parkeerplaats zie ik het jonge paartje uit Ikea ruziemaken. Het meisje rent weg met een hotdog in haar hand, haar vriend hobbelt er met zijn wagentje achter aan.

Thuis in Brussel pak ik de dozen uit die ik ’s morgens heb opgehaald van het Rokin. Boeken die jarenlang onder mijn bed hebben gelegen zonder dat ik ze heb gemist. Ik denk dat ik — zelfs als ik nog niet halverwege mijn leven ben — niet de tijd zal hebben ze te lezen. Door ze aan het Leger des Heils te geven maak ik tijd en ruimte. Dus weg met mijn verfomfaaide wetboeken en National Geographics en Meijsings en Matsiers. In mijn oude schooltas stuit ik op de poppenhuisfamilie — de arme vader zonder been, zijn kleren afgerukt, zijn lichaam onder de blauwe viltstiftvlekken — en rapporten en diploma’s die ik nooit nodig heb gehad en beroepskeuzetests. Ik had me volgens deskundigen moeten richten op de buitenlandse dienst, de effectenhandel of makelaardij. Als ik mijn plastic Matchbox-koffertje openmaak komen er herinneringen in mij op die ik nooit eerder heb gehad. Nieuwe herinneringen. Ik weet nog precies van welk autootje de achterklep open kan, en van welk de linkerachterband ontbreekt, ik til het witte dakje op van de lila caravan en ik weet nog precies waar het keukentje is en waar ik kan slapen, en op de achterbank van de groene Amerikaanse stationcar zitten nog steeds de twee hazewindhonden waar ik nooit meer aan heb gedacht, maar die ik nu weer in mijn hart sluit als mijn alleroudste vrienden. Het is ongelooflijk, op een dag stopte ik die sta tioncar met die honden in dat koffertje en sloot het deksel zonder te weten dat het uit mijn herinnering zou verdwijnen, al die dingen die je voor de laatste keer doet, zonder dat je je daar bewust van bent, al die mensen en dingen die je voor de laatste keer ziet, al die liedjes op de radio die je voor de laatste keer hoort, sommige mensen en dingen en liedjes komen plotseling terug in je leven, maar de meeste mensen en dingen en liedjes komen nooit meer terug, ze verdwijnen zonder dat je het weet, je kunt het niet weten, je bent ze vergeten.