Sensaties

Achter mijn beeldscherm zie ik door de cockpitkap hoe de neus van mijn X-wing zachtjes wordt verlicht door de schittering van verafgelegen sterren. Ze verspreiden overal rondom mij hun koude, heldere licht. Ik klik met de muis en duik in de hyperruimte. Ik kom terecht in duisternis. Ik ben bang dat ik niet meer vooruitkom. Langzaam dringt het tot me door. Ik ben gestrand in een uithoek van het melkwegstelsel. Geen zon, geen planeten, geen asteroïden, geen kometen. Geen oorlogsschepen, satellieten, sondes. Niets. Alleen nog het schijnsel van de lichtjes op mijn controlepanels. Ik heb Yoda nodig. Ik hef mijn oertoon aan. Jaren geleden wandelde ik op een zomeravond van het Lunatheater naar huis. Na een lange regenbui was de hemel opgeklaard. Ik liep over de Vismarkt toen ik lichtflitsen in de hemel zag die op een ruimtegevecht leken te duiden. Ik begon te rennen. Op de Oude Graanmarkt verscheen aan mij een lichtgevend wezen. Het hing stil tussen de bomen. Ik stond vastgenageld aan de grond. Ik hoorde een stem die mij gebood om een leermeester te zoeken. Deze zou me helpen mijn opleiding te voltooien. Een paar dagen later maakte ik in Amsterdam op de uitgeverij kennis met mijn nieuwe redacteur Anthony Mertens. Ik had hem ooit eerder gezien in theater De Balie na een lezing over de grenzen in de literatuur. Ik las een tekst voor in een oertaal die voor alle wezens in de kosmos zou zijn te verstaan en hield het publiek mijn wereldkaart voor: een groot wit vel papier. Anthony kwam in zijn verfomfaaide regenjas naar me toe om me te feliciteren. Hij mompelde dat hij ieder woord had verstaan en mijn kaart kon lezen. Ik zag aan de haartjes op zijn oren dat hij al honderden jaren oud was. Maar ik was indertijd niet op zoek naar een leermeester. Ik dacht dat niemand mij iets kon leren. Ik was net gedebuteerd bij een uitgeverij waar ik de enige levende schrijver was en van een redacteur hadden ze daar nog niet gehoord. Ik vond Anthony smoezelig en aandoenlijk. Ik dacht dat hij een zwerver was en leefde in een kartonnen doos en De Balie was binnengedrongen om te schuilen voor de kou en de regen. Anthony Mertens komt van een verre planeet. Hij lijkt sprekend op Yoda, de Jedi-meester uit Star Wars. Zijn portret staat op mijn bureau. Door hem te zien als Yoda kan ik beter naar hem kijken. Mezelf als een Jedi-ridder zien werkt verhelderend. Het draait om de Kracht. Hierdoor is de Jedi-ridder in staat dingen en plaatsen te zien die ver weg zijn of in de nabije toekomst liggen. Ook kan hij bovennatuurlijke dingen doen die voor normale wezens onbereikbaar zijn. Een Jedi kan door de Kracht illusies opwekken, objecten bewegen, en het waarnemingsvermogen van anderen beïnvloeden of manipuleren. In de top-veertig van de bovenbazen van de vaderlandse letteren, een jaar geleden gepubliceerd in HP/De Tijd, stond mijn Yoda op de negende plaats. ‘Anthony Mertens monteert schrijvers veelbelovend. Laat Oscar van den Boogaard over het water lopen, vermenigvuldigt de boeken van P.F. Thomése wonderbaarlijk en wekt A.F.Th. van der Heijden lazarus uit zijn kribbe. Verandert zelf elke ochtend wijn in water.’ Tijdens onze eerste sessie spraken we in een café om de hoek van de uitgeverij over mijn werk. Yoda kon de toon van mijn verhalen moeilijk plaatsen. Hij wist niet of ik mijn lezers in de maling nam of dat ik dodelijk serieus was. Hij noemde Fremdkörper een eigentijds orakel geschreven met het mechaniek van een flipperkast, en Bruno’s optimisme was verteld door een ober die de verschillende gerechten niet uit elkaar weet te houden en het dessert serveert waar de soep wordt verwacht. Het leek razende wanhoop die geen vertaling kon vinden. Yoda nam mijn hand vast en liet zijn stem dalen. Hij begon te zingen, één toon. Hij vroeg mij hetzelfde te doen. Het duurde even voor onze tonen elkaar grepen, maar vanaf dat moment was ons contact gelegd. We waren samen in de wereld en mét de wereld nu de grenzen van ons ik waren opgeheven. Het ene biertje na het andere wilde daarbij helpen. 'Het gaat om de Kracht’, zei Yoda. 'Ik zal je leren deze te gebruiken.’ Hij vertelde vervolgens over galactische reizen en de hyperruimte, een dimensie van de ruimte-tijd die ik alleen kon bereiken door me sneller te verplaatsen dan het licht. Hij doopte me Oscar the Skywalker. 'We moeten elkaar steunen’, zei hij, 'jij en ik. We moeten nooit onze waakzaamheid verliezen in een universum dat in staat is om ons te vernietigen.’ Bij belangrijke prijsuitreikingen zit Yoda aan mijn linkerzijde. Rechts van mij zit mijn blonde agent – in burger – die contacten onderhoudt met de aarde. Zij stond in de top-veertig van HP/De Tijd als nieuwe binnenkomer op de 38ste plaats. 'Makelaar in schrijvers. Loopt de uitgeverijen voortdurend voor de voeten bij het loswrikken van een zo hoog mogelijk voorschot, het redigeren van het manuscript en het leegdrinken van de dienbladen tijdens de presentatie.’ Wanneer de jury een andere schrijver als winnaar aanwijst, blijft Yoda verslagen in zijn stoel zitten en bromt dat deze wereld nog niet de juiste toon heeft gevonden. Yoda legt zijn armen om mijn schouder en zegt: 'Wij weten het, wij met z’n tweeën weten het, de anderen weten het nog niet, het begint maar langzaam tot hen door te dringen, ze hebben nog wat tijd nodig, maar op een dag begrijpen ze het, dan vervloeien alle tonen samen tot één oertoon die zich verlengt tot een tunnel en door die tunnel rent de mensheid, de maskers van zich afwerpend, op weg naar het licht.’