Sensaties

Deze week hoorde ik Peter Sloterdijk tijdens een lezing op de Akademie der Künste zeggen dat televisiekijken voor hem een oefening is in onverschilligheid. Ik herinner me een eigen mislukte poging daartoe anderhalf jaar geleden toen ik naar de voorselectie voor het Songfestival keek op de Belgische televisie. Een tenger meisje met een ijl stemmetje zong: HELLO WORLD, THIS IS ME. LIFE SHOULD BE FUN FOR EVERYONE. Ik vond het ontroerend. Onzeker verbond ze de woorden met dee dee dee yeah en mm mm lala. De professionele jury verweet haar dat ze niet kon zingen. Het meisje verdedigde zich met zwaar Limburgs accent: «Ik had een kikker in m'n keel.» Bij de tele-voting bracht ik mijn stem op haar uit maar het mocht niet helpen. Hello World was de grote verliezer van de avond. Het liedje bleef nog een tijdje in mijn hoofd hangen maar omdat ik het nooit meer hoorde verdween het uit mijn herinnering. Maar bij aankomst in Wenen kwam Hello World terug in mijn leven. Ik hoorde het liedje in de taxi en de dj noemde het: Die grosse Entdeckung der letzten Monate! Ik dacht triomfantelijk: hier in Oostenrijk eindelijk gerechtigheid! Vanmorgen ontwaakte ik met een dubbel verlangen. Hello World en het boek Ich und Du van Martin Buber, uit 1923, dat me gisteren tijdens mijn college grensoverschrijding door een toehoorder werd aangeraden. De grondgedachte van Buber zou zijn dat de mens in Jij tot Ik wordt. Dat sloot mooi aan bij mijn angst dat ik vanbinnen leeg ben. Zo kan jij in ieder geval in mij. En zo moet ik om te bestaan in ieder geval in jou. Ik kleedde me aan voor een feestelijke uitstap. Mijn roze broek en mijn rode T-shirt met de zwarte duivelskop. Toen ik al flink op weg was bedacht ik dat dit de outfit was waarmee ik vorig jaar in Berlijn door een groep allochtonen werd aangevallen maar van mijn bijgeloof ben ik nu twee maanden en een week af. Nadat ik in een boekhandel Ich und Du had gekocht ging ik op zoek naar een platenwinkel. Ik werd onderweg met Bruder aangesproken door een jonge vrouw. Naast haar stond een kind van drie of vier. De vrouw smeekte me of ik vijf minuten naar haar wilde luisteren. Ze heette Maria en niemand wilde met haar praten. Ze kwam uit Bosnië, had haar man verloren, ze had geen geld om de huur te betalen. Gistermiddag was ze door haar huurbaas op straat gezet. Ze vroeg me of ik haar drieduizend shilling kon geven voor een maand huur. Dan zou ze met haar kind rustig kunnen slapen en een oplossing zoeken. Terwijl Maria sprak keek ze naar de duivel op mijn shirt. Hij boezemde haar geen angst in. Ik vond niet dat ik het risico kon nemen uit te sluiten dat ze de waarheid sprak. Ik voelde me voor haar verantwoordelijk. Ik vroeg haar waar de bankautomaat was en haar dochtertje wist dat precies. In een winkelpromenade bij de Stephansdom sprak ik een keurige moeder aan die met een dochter van een jaar of dertien aan het winkelen was. Ik vroeg haar waar een platenwinkel was. Ze keek me minachtend aan en liep door. Ik volgde haar en herhaalde mijn vraag. Ze nam de hand van haar dochter en versnelde haar pas. Ik was woedend. Ik riep haar na dat ze een Unglücksnudel was! Ze kon toch wel op z'n minst naar me luisteren. Ik liep hen klem tussen twee bloembakken. Ik was toch niet een of andere bedelaar en zelfs wat dan nog? Misschien was ik in levensnood. Als mensen in dit land niet eens naar elkaar wilden luisteren… Terwijl ik mijn tirade voortzette kreeg ik medelijden met de moeder en dochter. Ze zagen eruit alsof ze ieder moment in huilen konden uitbarsten. Ik vroeg de verkoper bij EMI-Records of hij Hello World van een jonge Belgische zangeres verkocht. Hij haalde zijn schouders op. Ik zei dat ik op de radio had gehoord dat zij hier in Oostenrijk de grootste ontdekking was van de laatste maanden. Hij probeerde Britney Spears, maar nee, die kwam niet uit België. Hij vroeg of ik het liedje niet wilde zingen. Omdat ik niet kan zingen ben ik schrijver geworden maar toch probeerde ik het want ik had een doel: HELLO WORLD, THIS IS ME. WON’T YOU OPEN UP THE DOOR AND LET ME IN? Hij keek me vol medelijden aan en nam me mee naar een andere afdeling. Ik moest bij een collega opnieuw voorzingen. «Je bedoelt Belle Perez», zei ze opgetogen, «komt ze niet uit Spanje?» «Nee, uit België», zei ik. «België?» herhaalde ze teleurgesteld. De verkoopster reikte me het plaatje aan alsof het was besmet. Ik herkende het meisje op het doosje. Ze was zo na ïef als ik me haar herinnerde. Ik besloot meteen ook van de gelegenheid gebruik te maken I was born to make you happy van Britney Spears te kopen om voor eens en altijd af te zijn van de twijfel of ik me dat als man die zichzelf serieus neemt wel of niet kan permitteren. Toen ik de plaatjes thuis een paar keer op mijn iBook had afgespeeld was ik ook van hun aantrekkingskracht bevrijd en overwoog ik om ze het dikke meisje toe te werpen dat iedere avond na het joggen onder mijn raam staat uit te puffen.