Sensaties

Ik heb een ster zien vallen en ik heb geen wens gedaan. Ik heb een wimper op mijn vingertop weggeblazen en ik heb geen wens gedaan. Ik ben onder een ladder door gelopen zonder me af te vragen of het vrijdag de dertiende is, ik heb de trapleuning niet met twee handen aangeraakt, met scheren ben ik niet rechts begonnen, ik heb niet aan mijn partner gevraagd of hij altijd bij me zal blijven, ik heb geen schietgebedjes afgevuurd om gezond te zijn en altijd gezond te blijven.

Het is zeven uur en dertig dagen geleden dat ik mijn bijgeloof heb opgegeven. Ik ga iedere avond uit en ik slaap de hele dag sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven, ik heb niet geschreeuwd in mijn slaap, ik heb geen hoofdpijn gehad, geen lampen zijn gesprongen, niemand om mij heen is gestorven, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven voel ik ruimte, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven ben ik niet meer bang dat mijn leven ieder moment kan mislukken, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven ben ik er niet meer bang voor dat liefde sterfelijk is en dingen voorbijgaan, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven kijk ik het leven recht in de smoel.



Sinds mijn kindertijd heb ik gebeden dat ik gezond was en altijd gezond zou blijven en uit ouderdom zou sterven nadat ik gelukkig had geleefd. Dat ik nooit auto- of vliegtuigongelukken zou krijgen, nooit bij branden betrokken zou raken, dat ik nooit in het ziekenhuis zou liggen of moest liggen, nooit geopereerd zou hoeven te worden of moest worden, dat alles me mee zou zitten van het begin tot het eind. Dat dit alles ook zou gelden voor mijn ouders en mijn zusjes. En mijn geliefden en mijn vrienden. Eén bij voorbaat dank, twee bij voorbaat dank, drie bij voorbaat dank, vier bij voorbaat dank, vijf bij voorbaat dank, zes bij voorbaat dank, zeven bij voorbaat dank, acht bij voorbaat dank en – om dit alles veilig te stellen – bij voorbaat dank, bij voorbaat dank, bij voorbaat dank.



Tot mijn veertiende bad ik ook voor de vruchtbaarheid van mijn familie. Ik bad voor de vruchtbaarheid van mezelf en mijn zusjes. Ik bad dat we kinderen zouden krijgen, veel kinderen, en dat zij ook op hun beurt kinderen zouden krijgen, want een leven zonder kinderen leek me onleefbaar. Daarmee ben ik op een dag opgehouden. En ik bad ook om niet alleen te blijven. Daarmee ben ik ook opgehouden. Nu verlang ik er wel eens naar om alleen te zijn.



Ik heb deze week in een opwelling vlak bij ons huis in het hart van Brussel een appartement gekocht, een plek voor mezelf, waar ik ’s morgens naartoe en ’s avonds vandaan kan gaan, waar ik kan lezen en lummelen, een uur in bad kan liggen zonder gestoord te worden, waar niemand mij kan bereiken, het is zo lang geleden dat ik een plek had voor mezelf, dit moet gevierd worden. Met de verkopers drink ik na de koop champagne en met de vrouw van de bank lunch ik na het afsluiten van de hypotheek in een restaurant om de hoek. Terwijl de jonge licentiaat op het notariskantoor in een kamer vol antieke meubelen en schilderijen de koopakte voorleest zie ik achter zijn rug, door de vitrages, een bloesemboompje wiegen in de zon.



Ik ben opgehouden in alles een teken te zien, ik ben opgehouden het leven zonder ophouden te interpreteren, ik ben opgehouden over alles een mening te hebben, aan alles een gedachte te wijden. Ik heb dat geleerd van mijn vriendin Sylvia Kristel. Ze is een etherisch wezen dat van vorm verandert als ik in- en uitadem of als er een deur open of dicht gaat of als er een vrachtwagen passeert, ze waaiert even uit en vindt dan haar eigen vorm terug. Vanmorgen nam ze het nog op voor Britney Spears toen we op haar hotelkamer naar mtv keken. Ik zei dat ik het zangeresje dom en vervelend vind maar Sylvia zei dat ik niets te vinden heb, dat de dingen zijn zoals ze zijn en dat Britney nog een meisje is en niet kan helpen dat haar lievelingskleur babyblue is en ze graag pluchen beesten verzamelt. Daarna las Sylvia vol afgrijzen de bijsluiter van haar nieuwe dagcrème: Onzichtbare moleculen die er voor zorgen dat appels rotte plekken krijgen en auto’s gaan roesten tasten ook onze huid aan.



Sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven ben ik verantwoordelijk voor mijn daden, maar niet voor mijn lot, ik kon die verantwoordelijkheid niet meer aan, ik voel op dit moment geen duidelijke aanknopingspunten, geen zin, geen bedoeling, ik heb vertrouwen, een abstract vertrouwen, ik vertrouw op aantrekkingskracht en afstoting, ik vertrouw op het leven zelf, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven weet ik minder goed de antwoorden op mijn vragen, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven is het leven magischer en onbegrijpelijker en leger en voller. Sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven draait het leven niet meer om mij want ik ben niet de baas, sinds ik mijn bijgeloof heb opgegeven voel ik meer compassie en zijn de anderen dichterbij, sinds ik van mijn bijgeloof af ben ben ik aards en sterfelijk en kwetsbaar en ontvankelijk. Vannacht heb ik thuis plaatjes gedraaid voor mijn vrienden, ze dansten wild, bij ieder nieuw plaatje dat ik oplegde vroeg ik me niet af of ik de stijgende feestvreugde zou afbreken, de vreugde bleef stijgen, zo hoog waren we nog nooit geweest.