Servië heeft eindelijk een oorlogsmonument

Belgrado – De openingsplechtigheid is afgelopen, rouwkransen liggen te bakken in de zon. Belgrado heeft zijn oorlogsmonument. Het is een wat kaal plein, gedomineerd door een stalen plaat waarin negen woorden zijn uitgezaagd: ‘Voor de slachtoffers van de oorlogen van 1990 tot 1999 en de verdedigers van het vaderland.’ Het is bedoeld om pijnlijke vragen te omzeilen, maar ze komen des te hardnekkiger boven.

Milutin slentert rond over het plein. Hij is zo’n verdediger. Van welk vaderland? ‘Ik vocht voor Joegoslavië, nu is Servië mijn vaderland’, zegt hij. Hij vocht in Bosnië, meer wil hij er niet over kwijt.

Het project krijgt heftige kritiek van alle kanten. Twee eerdere competities om een monument te ontwerpen liepen op niets uit. Veel oud-strijders willen expliciete erkenning van hun inzet voor de Servische kant. Anderen vinden het een manier om de Servische agressie in de oorlogen goed te praten. Het monument stelt daders en hun slachtoffers aan elkaar gelijk, zeggen ze. Beide groepen demonstreerden hier de afgelopen dagen.

Milutin kan zich goed vinden in de vaagheid van het monument. ‘Dit is voor iedereen. Voor mij, voor mijn voormalige vijanden. Bovenal voor het verlies dat oorlog brengt. Iedereen wil dat veel te graag vergeten. Nu loop je het treinstation uit en het eerste wat je ziet is dit. Dan kun je er niet omheen.’

Zijn broer Goran, ook oud-strijder, komt erbij staan. ‘Wat is er met het water aan de hand?’ Hij wijst naar het vijvertje in het midden van het monument, dat half droog staat. Er is kennelijk een lek. Milutin haalt zijn schouders op: ‘Je krijgt zoveel muziek als waarvoor je betaalt’, haalt hij een gezegde aan. De gedenkplaats is in grote haast gebouwd, alles moest ervoor wijken om hem te kunnen openen op 24 maart, de dag dat in 1999 de bombardementen van de Navo op Joegoslavië begonnen.

Er is flink wat aanloop. Een oudere vrouw bestudeert de kransen en wil weten waar ze voor zijn. ‘Voor de oorlog’, antwoordt Milutin. Ze knikt goedkeurend en loopt door. Een jongen schikt een lint recht. Namens de ouders van gevallenen, staat erop. Milutin hoopt wel dat het plein nog wat wordt aangekleed: ‘Als die kransen straks weg zijn is het toch moeilijk te zien dat hier iets is.’ Maar gezien alle controverse is dat wellicht juist de bedoeling.