Servië is één grote klaagarena

Belgrado – Vrijwilligers verspreiden dikke pamfletten vol gebroken verkiezingsbeloftes. De lijst is imposant: er lijkt geen politicus in Servië te zijn die doet wat hij zegt. Dat moet de kiezer overhalen om te stemmen op Geen van Bovenstaande, een partij die toepasselijk als onderste op het stembiljet verschijnt.

Echte proteststemmers trappen daar niet in. Zij vinden het verdacht dat er een partij moet worden opgericht om andere partijen een lesje te leren. Ze steunen liever een project als Nul voor de Nullen, een oproep om blanco te stemmen als Servië op 6 mei nieuwe gemeenteraden, een parlement en een president kiest.

‘Als je de politiek in gaat, wordt je een van hen’, zegt student Željko Donic met oprechte afschuw in zijn stem. ‘De partijen zijn misschien niet letterlijk allemaal hetzelfde, maar ook de beste is gewoon niet goed genoeg.’

De lijst met grieven is lang. Gezondheidszorg en het pensioenstelsel zijn onbetaalbaar geworden, en dat zie je terug in de kwaliteit. De levensstandaard van Serviërs is de afgelopen jaren alleen maar gedaald, bijna tien procent leeft nu onder de armoedegrens. Banen zijn er hooguit als je de juiste politieke connecties hebt. Van hoogopgeleide studenten tot fabriekswerkers komen de klachten dat je bij sollicitatiegesprekken maar beter de juiste partijlidmaatschapskaart mee kunt nemen. Het zou verklaren waarom in Servië zo veel mensen lid zijn van een politieke partij, terwijl de opkomst bij ­verkiezingen niet boven de zestig procent uitkomt.

Servië is twaalf jaar na het einde van Milosevic één grote klaagarena. De partijen haken daar graag op in. Alles moet anders en beter, vindt zelfs de zittende regering. Hoe dat gaat gebeuren, blijft voorlopig een verrassing. De oppositie deelt in de inhoudelijke malaise. Partijen slaan elkaar om de oren met beloftes van meer banen en buitenlandse investeringen, en de kiezer gelooft het allemaal wel. Analisten houden er serieus rekening mee dat de opkomst op 6 mei onder de vijftig procent zal zakken.

De animo om, zoals Nul voor de Nullen wil, bewust naar het stembureau te gaan om een ongeldige stem uit te brengen, lijkt laag. Meer mensen denken zoals Ljubomir, een man uit de provinciestad Cacak. Hij was zelfs even lid van de oppositiepartij sns, maar haakte ­gedesillusioneerd af. ‘6 mei is mijn familie­feestdag’, zegt hij. ‘Ik heb die dag weinig zin om mijn huis uit te gaan, zeker niet voor deze verkiezingen.’