Servië reanimeert de staalindustrie

Smederevo – Plotseling ronkt het weer van de bedrijvigheid in de grootste staalfabriek van Servië. Vrachtwagens met oud schroot ter recycling rijden af en aan, arbeiders gaan voor het eerst in negen maanden weer aan de slag. ‘Ze nemen zelfs nieuwe mensen aan’, zegt Gradimir Nikolic, metaalingenieur en oud-werknemer. ‘Ik heb al gesolliciteerd.’

De plotse heropening van de fabriek is een stunt van minister van Economische Zaken Mladan Dinkic. Hij hoopt voor een draaiende fabriek eerder kopers te vinden dan voor een dichte en liet voor 45 dagen aan grondstoffen inkopen. De verwachte productie is al op voorhand verkocht, benadrukt een woordvoerder.

De legende gaat dat Smederevo zijn staalfabriek dankt aan een misverstand. Toen Tito als president van het socialistische Joegoslavië informeerde waar deze stad ten oosten van Belgrado goed in was, kreeg hij als antwoord grozde (druiven). Prompt liet hij er een megafabriek voor gvozde (ijzer) neerzetten.

Helemaal kloppen kan de anekdote niet, aangezien de staalfabriek dit jaar zijn honderdjarige bestaan viert. Van al die jaren waren er maar weinig echt gelukkig. De laatste twintig jaar kostte de gigantische fabriek meer dan hij opleverde. Dat ondervond ook US Steel, het bedrijf dat de staalfabriek in 2003 voor 23 miljoen dollar kocht. US Steel verpatste hem vorig jaar voor één dollar aan de Servische overheid. Die wist weinig beters te doen dan de productie stil te leggen om kosten te besparen. Sindsdien zit Servië met het gevaarte in zijn maag. Met ruim vijfduizend werknemers is het verreweg de grootste werkgever in Smederevo. Sluiting is een economische ramp voor de stad aan de Donau, en de regering die het zou aandurven verzekert zich hier van langdurige impopulariteit.

Nu de vertrouwde stoomwolken opkringelen uit de smelters gelooft Smederevo er weer in. Van de horeca tot de schroothandels, iedereen hoopt te profiteren van de nieuwe bedrijvigheid. ‘Met 45 dagen komen we er natuurlijk niet’, zegt schroothandelaar Vlada Stankovic, ‘maar het is een goed begin. De overheid hoort dit soort dingen te doen. Overal waar de staalindustrie succesvol is, van Frankrijk tot India, krijgt die steun van de staat.’

Dat vindt niet iedereen. ‘Weggegooid geld’, zegt een vrouw in het centrum van de stad. ‘Met die fabriek wordt het nooit meer wat.’ Minister Dinkic kan nog weinig zeggen over zijn zoektocht naar investeerders. Hij kijkt vooral naar Oekraïne en Rusland. Vanuit de Europese Unie verwacht hij weinig heil.