Uitzicht over het dorpje Gornje Nedeljice en de Jadar vallei. © Nathalie Bertrams

‘Mijn voorouders stierven hier, ik verkoop mijn land niet’, zegt Slavisa Rosic vastbesloten. De 46-jarige boer staat op het omgeploegde modderveld waar in de zomer mais voor zijn melkkoeien groeit. Een tiende van de wereldvoorraad lithium, volgens optimistische schattingen van experts en ambtenaren, ligt onder Rosics voeten. Al generaties lang woont zijn familie in het moerasland in het westen van Servië. ‘Mijn grootvader zou zich in zijn graf omdraaien als ik het verkoop’, zegt hij.

Rosic wijst naar de hellingen in de verte, daar waar de rivier de Jadar in het Vlasic-gebergte ontspringt om na 75 kilometer in de Drina te stromen. Hier begon zijn nachtmerrie zeventien jaar geleden. Geologen ontdekten toen, in 2004, een zeldzaam mineraal onder zijn akkers: jadariet, een gesteente dat lithium en borium bevat. Lithium is een belangrijke component voor batterijen in elektrische auto’s en borium wordt gebruikt in zonnepanelen en windturbines. Sindsdien is het land waar zijn dochter en zoontje opgroeien rampzalig vervloekt, verzucht Rosic somber.

Het Brits-Australische mijnbouwbedrijf Rio Tinto was van plan in de komende veertig jaar meer dan 2,3 miljoen ton lithiumcarbonaat uit de Jadar-vallei te halen. De multinational – die in 2020 een 46.000 jaar oude Aboriginal-grot in West-Australië opblies en in Papoea-Nieuw-Guinea wordt beschuldigd van het veroorzaken van een natuur- en gezondheidsramp door één miljard ton giftig mijnafval te dumpen – heeft er 2,4 miljard dollar voor uitgetrokken. Geen wonder dat president Aleksandar Vucic het op een nationale nieuwszender over het ‘project van de eeuw’ had: de mijn zou van Servië, naast Australië, China en Argentinië, een wereldspeler maken. Het Servische lithium zou een miljoen elektrische auto’s per jaar van batterijen kunnen voorzien. Autofabrikanten in Europa staan te springen om de grondstof.

Boer Slaviša Rosic staat voor de Jadar-rivier, een belangrijke waterweg die zijn land voedt en in de Drina-rivier overstroomt. Elk jaar overstroomt de Jadar-rivier weer door hevige regenval. © Nathalie Bertrams

De lithiumreserve onder Rosics maisakker is overigens ook van geopolitiek belang. Als onderdeel van haar Green Deal streeft de EU ernaar dat er tegen 2030 meer dan dertig miljoen elektrische auto’s op de Europese wegen zullen rijden, om CO2-emissies te verminderen en zo de natuur te beschermen. Maar de EU heeft twee grote problemen: er is een wereldwijd tekort aan lithium, en China domineert met negentig procent de handel in lithiumbatterijen. En dat terwijl Europa tegen 2050 bijna zestig keer meer lithium nodig zal hebben, berekende de Europese Commissie. En dus wil de EU tegen 2025 tachtig procent van het benodigde lithium in Europa winnen, schreef de Commissie vorig jaar in een officiële communicatie naar het Europees Parlement, de Europese Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

Mede door de lithiumhonger in Brussel zou de Jadar-vallei voorgoed veranderen. Rio Tinto’s plannen voorzien een 900 meter lange, 200 meter brede en 60 meter hoge dump van 57 miljoen kilo giftig afval. In plaats van maisvelden zullen de boeren op industriële waterzuiveringsmachines uitkijken. Met de mijn zal hun manier van leven verloren gaan. Daarom zet Slavisa Rosic, samen met de andere leden van de plaatselijke anti-mijnactiegroep, alles op alles. Ook Dzordze Kapetanovic, een 49-jarige veehouder, is lid. Hij zit aan Rosics keukentafel, neemt een slok koffie en zegt: ‘Als het ze zo veel waard is, dan moeten ze maar over me heen rijden. We zullen ons voor de machines gooien.’

Op een afgelegen landweg staat een lichtroze huis dat eruitziet alsof het door een tornado is getroffen. Het dak is weg, de ramen en deuren lijken met geweld uit hun kozijnen gesloopt. Rio Tinto koopt al het land en de woningen op, daar waar ze de mijn willen graven. Diegenen die vrijwillig hun bezit verkochten, kregen vaak wel vijf tot zes keer zoveel als de marktprijs, weten Rosic en Kapetanovic. Ook legt het bedrijf er een premie bovenop als eigenaren hun huis zelf slopen.

Gornje Nedeljice lijkt wel een spookdorp. ‘Het is psychologische oorlogsvoering’, zegt Slavisa Rosic, die zelf in een dorp verderop woont maar hier land bezit. 49 gezinnen hebben Rio Tinto’s aanbod al aangenomen. Het beleid van het mijnbedrijf verscheurt de gemeenschap, want niet iedereen krijgt de kans om zijn huis voor goed geld te verkopen. Rosics huis bevindt zich net buiten het gebied van de geplande mijn en hij heeft daarom alleen een aanbod voor zijn akkers gekregen. Maar zonder land heeft hij geen inkomsten en daarom is verkoop geen optie voor zijn gezin, zegt hij.

Een verlaten boerderij in Gornje Nedeljice, verkocht aan Rio Tinto © Nathalie Bertrams

Het is niet eerlijk, vindt Rosic, dat hij zijn boerenland moet opgeven zodat Nederlanders in een luxe elektrische auto kunnen rijden. Het gaat immers om meer dan alleen geld: hier vocht generaal Stepa Stepanovic in 1914 de legendarische slag tegen het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. De eerste geallieerde overwinning is een trots moment voor Serviërs: het volk versloeg in tien dagen een van ’s werelds grootste rijken. ‘Toen verdedigden we ons land met wapens, maar nu vechten we tegen een veel sterkere tegenstander: geld’, zegt Dzordze Kapetanovic vol emotie. ‘Mensen zijn op hun knieën gedwongen.’

Niet ver van het stadje Loznica, vijftien minuten rijden met de auto, staat een man van middelbare leeftijd voor zijn spiksplinternieuwe huis met vloerverwarming. Alles ruikt naar verse verf. Radomir Filipovic is een van de huisbezitters die wel Rio Tinto’s geld hebben aangenomen. ‘Zij werden niet in de verleiding gebracht’, zegt hij over zijn voormalige buren, met wie hij geen contact meer heeft. ‘Er waren er maar een paar van ons over en ik deed het om mijn familie te beschermen.’ Filipovic had liever ook in zijn dorp willen blijven. ‘Ik moest wel, de onteigeningswet hing als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.’ Zou hij niet vrijwillig verhuizen, dan zou de overheid hem vast en zeker dwingen.

Filipovic doelt op een van de twee zeer omstreden nieuwe wetten die in november 2021 werden afgekondigd door president Vucics regering. De referendumwet zou de drempel verlagen voor het aantal kiezers dat nodig is om een referendum te laten slagen, en een onteigeningswet zou versnelde onteigening van privé-eigendommen ‘in het algemeen belang’ mogelijk maken. Het zou burgers als Radomir Filipovic slechts vijf dagen geven om landonteigening aan te vechten. Het besluit leidde wekenlang tot massademonstraties en zou de overheid ertoe bewegen haar geliefde mijnproject op te offeren.

Europa’s lithiumrace

Volgens de European Battery Alliance (EBA), een netwerk van vierhonderd ondernemers in de mijnbouw- en recyclingsector, in 2017 door de Europese Commissie opgezet en gefinancierd, raakt de beslissing van de Servische overheid om het Jadar-project te stoppen ook Europa. Er zal in 2030 wereldwijd een lithiumtekort ontstaan van 2,1 miljoen ton, voorspelt manager Ilka von Dalwigk van EIT InnoEnergy in Eindhoven, de organisatie die de implementatie van de EBA leidt voor de Commissie. Volgens hem is het ‘een ernstige tegenslag’ dat Servië de grondstof nog niet aan Europa kan leveren.

Een woordvoerder van de Europese Commissie bevestigt dat er veel op het spel staat. Momenteel wordt elke gram lithium geïmporteerd uit landen als China, Chili en Argentinië. ‘In de veranderende geopolitieke context is toegang tot deze hulpbronnen een strategische veiligheidsvraag voor Europa’, schrijft ze. ‘Het veiligstellen van de toevoer van kritieke grondstoffen voor de Europese economie is van fundamenteel belang om toekomstige tekorten van kritieke grondstoffen en hun stijgende prijzen te voorkomen. Deze zouden niet alleen het mondiale concurrentievermogen van de Europese economie kunnen aantasten, maar zouden ook onze industriële productie tot stilstand kunnen brengen.’

Daarom heeft de Europese Investeringsbank, in samenwerking met de Europese Commissie en de EBA, vorig jaar meer dan een miljard euro voor batterij-gerelateerde projecten in Europa vrijgemaakt. Volgens Von Dalwigk biedt het winnen van lithium in de eigen achtertuin Europa een groot aantal voordelen, zoals lagere prijzen, zekerheid van bevoorrading, minder transport-gerelateerde emissies en controle over de naleving van sociale en milieu-eisen. Toch zijn Europese burgers tot nu toe vooral argwanend over grote mijnbouwprojecten. Er is ook lithium ontdekt in Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië, Finland, Spanje en Portugal. In de laatste twee landen gaan mensen al de straat op.

‘In 1914 verdedigden we ons land met wapens, maar nu vechten we tegen een veel sterkere tegenstander: geld’

Savo Manojlovic is in zijn element. Het is een zonnige februaridag in hoofdstad Belgrado. De vertegenwoordiger van het Go-Change-initiatief, een actiegroep die burgers mobiliseert voor milieu- en mensenrechten en democratie, grijpt de microfoon en schreeuwt dat Servië niet te koop staat. Uit luidsprekers op een auto die geparkeerd staat achter het pompeuze overheidsgebouw, de officiële zetel van president Vucic, galmt een protestlied. Voor de wagen staan vijfhonderd mensen met protestborden en spandoeken. Savo’s toespraak wordt met geklap en gejoel ontvangen.

Jongen met traditionele Servische kleding protesteert in de hoofdstad Belgrado tegen lithium mijnbouw. Het protest resulteerde in een blokkade van de Kralja Milana boulevard. © Nathalie Bertrams

‘Ik denk niet dat Servië het zwarte gat van Groen Europa moet worden’, zegt Manojlovic, die al maanden demonstraties tegen de Jadar-mijn organiseert en nu een moratorium op lithiumontginning eist. In november en december waren de protesten het radicaalst, vertelt hij: toen zetten tienduizenden demonstranten de snelweg naar Belgrado en straten in andere steden af. De onteigeningswet en de referendumwet gooiden olie op het vuur. Servische vlaggen en spandoeken met de leuze ‘Rio Tinto, rot op’ werden opgepikt door televisiezenders van over de hele wereld.

In januari leek de protestactie, die werd gesteund door diverse linkse oppositiepartijen en ecologische groeperingen, eindelijk succes te behalen. Na weken van demonstraties en negatieve media-aandacht kondigde premier Ana Brnabic, Vucics rechterhand, in een televisietoespraak aan dat de demonstranten hun gelijk kregen: ‘Wij hebben alle verzoeken vanuit de milieuhoek ingewilligd en een einde gemaakt aan de activiteiten van Rio Tinto in de Republiek Servië.’ Brnabic trok de vergunningen voor de mijn in en zette daarmee het controversiële project voorlopig stil.

Toch zijn de protesten niet gestopt. Savo Manojlovic, en met hem vele anderen, waaronder de boeren uit de Jadar-vallei, gelooft er namelijk niets van dat de plannen echt zijn afgeblazen. Brnabics speech, zegt hij, was enkel een publiciteitsstunt. Manojlovic is ervan overtuigd dat Vucic het project na de verkiezingen weer nieuw leven zal inblazen, omdat hij er zelf baat bij heeft. Volgens hem is Servië onderdeel van de ‘Balkan-octopus van criminele staten’ waar politici, politieke partijen en staatsinstituties verstrengeld zijn met criminele netwerken en zich verrijken met publiek geld.

Boer Krajacic staat voor een stuk landbouwgrond waar Rio Tinto boorgaten drilde om de kwaliteit van het grondwater te testen. Volgens Slaviša en Krajacic heeft de boring stukken grond vergiftigt. Niets groeit meer direct naast het boorgat, laten ze zien. © Nathalie Bertrams

Savo Manojlovics protesten tegen de lithiummijn gaan dus over meer dan alleen het milieu. ‘We staan hier vanwege hem’, zegt een oudere vrouw met minachting in haar stem. Ze staat samen met twee vriendinnen aan de rand van een door Manojlovic georganiseerd protest en wijst naar het regeringsgebouw. Ze tuurt over haar bril en zegt: ‘De overheid is crimineel.’ Haar vriendin knikt. De drie vrouwen uit Belgrado protesteren niet zozeer tegen de mijn, maar komen trouw naar elk protest dat wordt georganiseerd tegen Vucics Servische Progressieve Partij.

Academici, rechtenactivisten en westerse diplomaten verwijten Aleksandar Vucic dat onder zijn bewind het Balkanland steeds minder vrij en democratisch wordt. Sinds Vucic in 2014 premier en in 2017 president werd, trekt hij steeds meer macht naar zich toe en neemt de erosie van de rechtsstaat serieuze vormen aan. Over de verkiezingen van 2020, grotendeels door de oppositie geboycot, schreef de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (ovse) dat hoewel ‘fundamentele vrijheden werden gerespecteerd, kiezerskeuze werd beperkt’ door onevenredige ‘promotie van regeringsbeleid op de meeste grote mediakanalen’. Dit alles vormt een bedreiging voor toetreding tot de EU.

Rio Tinto boorde boorgaten en pompte giftig grondwater naar boven. Direct rond het boorgat groeit geen mais meer, zeggen de boeren. Omdat de velden elk jaar weer overstromen zijn de boeren bang dat het giftige water hun vruchtbare grond zal verwoesten. © Nathalie Bertrams

‘Het manipulatiearsenaal van de regeringspartij is heel divers’, analyseert Vujo Ilic, politicoloog aan het Instituut voor Wijsbegeerte en Sociale Wetenschap in Belgrado. Zo heeft Vucic in december 2021 zeventig live-optredens op de nationale televisie gekregen. Zijn zakenvrienden bezitten de meeste kranten, televisiezenders en radiostations, die weer geld uit de staatskas ontvangen. Oppositiepartijen krijgen daardoor niet hetzelfde bereik, zodat ze wel straatprotesten moeten organiseren, zegt Ilic. Het is voor het eerst sinds 2012 dat de protesten zo radicaal zijn en dat niet alleen oppositiestemmers de straat op gaan, maar ook Vucics eigen kiezers. En dat alles door de mijn.

‘Daarom moesten ze wel iets aan Rio Tinto doen’, zegt Ilic. Volgens hem is de buitenlandse multinational die Servische grondstoffen wil komen opgraven in veel opzichten de perfecte neokoloniale zondebok voor nationale problemen als corruptie, milieuvervuiling en armoede op het platteland. En dus gelooft de politicoloog niet dat de regering zich werkelijk om de biodiversiteit of het lot van de boeren in Gornje Nedeljice bekommert. Het past simpelweg niet in Vucics ‘propagandaplaatje’ van economische ontwikkeling en modernisering dat de internationale pers, de EU en buitenlandse diplomaten hier altijd wordt voorgeschoteld, zegt Ilic nuchter.

Dragana Dzordzevics kantoor bevindt zich aan het einde van een uitgestorven gang van de faculteit milieuchemie en -techniek aan de Universiteit van Belgrado. Tussen de reageerbuisjes en boeken over klimaat zit de wetenschapper die publiekelijk het anti-mijnprotest steunt. Ze draait haar computerscherm om en toont een foto van een overstroomde akker met een blauwgeverfde ijzeren buis. De pijp komt bekend voor: eerder lieten Rosic en Kapetanovic hem al zien.

Rio Tinto’s pijp lekt en sindsdien groeit er niets meer, vertelden de boeren ons. ‘Iemand heeft besloten dat Servië vernietigd moet worden’, zegt Dzordzevic terwijl ze doorklikt naar een kaart van de Servische overheid met honderden rode, gele en groene stippen: locaties waar mijnbouwbedrijven als Rio Tinto maar ook Chinese firma’s zoeken naar kostbare grondstoffen. Er is nergens zulk vruchtbaar landbouwland als in Servië, zegt ze, maar de ‘criminele’ regering kiest ervoor rivieren, biodiversiteit en grondwater te vergiftigen. En ook nu dus weer, met het Jadar-project.

Dragana Dzordzevic besloot het gifgehalte in rivieren in de Jadar-vallei zelf te testen. Haar team nam watermonsters op verschillende plekken en analyseerde ze. Een van de waterpunten, op 25 kilometer van de boorput op de akker, bevatte negen keer meer arseen, zeven keer meer borium en bijna drie keer meer lithium dan gebruikelijk. ‘Wat zal er dan gebeuren als ze echt beginnen te boren?’ vraagt Dzordzevic zich bezorgd af, en ze voorspelt met felle toon: ‘Wij blijven zitten met het mijnafval, het vergiftigde afvalwater en de enorme uitstoot van koolstofdioxide die ontstaat door ontginning. Waarom? Omdat Europa zijn eigen uitstoot van schadelijke gassen wil verminderen met ons lithium.’

Volgens Dusan Blagojevic zal het zo’n vaart niet lopen. Dzordzevics voorspellingen, bijvoorbeeld dat de Drina-rivier zal opdrogen door intensief watergebruik, zijn niet geloofwaardig, vindt de chemisch ingenieur. Dzordzevic baseert haar berekeningen op lithiummijnbouw in de Chileense Atacama-woestijn, zegt Blagojevic. Daar kampen inheemse gemeenschappen met een schrijnend watertekort door lithiummijnbouw, maar die situatie kan niet worden vergeleken met de regenachtige Jadar-streek. Op de vraag of hij denkt dat de lithiummijn de biodiversiteit zal verwoesten, zegt de ingenieur wat honend: ‘Het is een vijftig-miljard-euro-business, en dan klagen we dat er wat bevers verdwijnen.’

De ingenieur zegt honend: ‘Het is een vijftig-miljard-euro-business, en dan klagen we dat er wat bevers verdwijnen’

Minister van Mijnbouw Zorana Mihajlovic zegt dat protestorganisaties het publiek misleiden over schadelijke gevolgen van het Jadar-mijnbouwproject, ze doen ‘beweringen die niet door feiten worden gestaafd’. Demonstranten, zegt Mihajlovic, moeten vooral geen voorbarige conclusies trekken uit Dzordzevics opvattingen. Liever wachten ze op de milieueffectstudie die Rio Tinto aan haar ministerie moet sturen, een wettelijke verplichting voor elk mijnbouwbedrijf. Zonder schriftelijke goedkeuring van de studie krijgt een bedrijf geen ontginnings- en constructievergunning.

Het is misschien maar goed dat premier Brnabic het controversiële project voorlopig heeft stilgelegd. Het interne document van Rio Tinto, dat fragmenten van de nog ongepubliceerde milieueffectstudie bevat, spreekt boekdelen. ‘De onvermijdelijke negatieve effecten van het project zijn de aantasting van de natuurlijke omgeving, veranderingen in het fysieke uiterlijk van het terrein, bodemdegradatie, verlies van mineralen, mogelijke lucht- en waterverontreiniging, verlies van biodiversiteit en mogelijke nadelige effecten op de gezondheid van de werknemers’, somt de mijnbouwgigant op.

Zlatko Kokanovic, een lid van Ne Damo Jadar. Kokanovic laat een kaart zien met de mijnbouw plannen van Rio Tinto in de Jadar-vallei. Hij woont zelf ook in de vallei met zijn vrouw en kinderen. © Nathalie Bertrams

In het document spreekt Rio Tinto van overstromingsgevaar bij extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenval, ‘waarbij het verontreinigde water uit de lagunes rechtstreeks in de rivier de Korenita zou stromen’. Ook schrijft de mijnbouwgigant dat fijnstoffen ‘boven de voor bewoonde gebieden voorgeschreven grenswaarden komen te liggen, en een aanzienlijk potentieel gevaar voor de lucht in de omgeving vormen’. Het grondwater, zo stelt het bedrijf, is al ‘van nature van slechte kwaliteit’: een meting in opdracht van het bedrijf toonde hoge gehaltes van boor, lithium, ijzer en arsenicum.

Ook geeft Rio Tinto aan dat de mijn wel wat meer dan wat bevers zou kosten. Er leven tientallen beschermde diersoorten in de Jadar-vallei, inclusief amfibieën, 27 vissoorten, 62 vogelsoorten en 6 soorten ongewervelde dieren. Het moerasland, vijvers en andere zoetwaterbiotopen zijn belangrijke broedgebieden, maar zullen door het project vernietigd worden. ‘Dit zal leiden tot een permanent verlies (verdwijning) van de populaties van deze dieren’, aldus het document.

Radomir Lazovic ziet de toekomst anders voor zich. De leider van Ne da(vi)mo Beograd, een links-progressieve politieke partij uit Belgrado, heft een glas troebel kraanwater. ‘Welcome to Belgrado’, zegt hij voordat hij een teug water neemt. Ook Lazovic protesteert al maandenlang met zijn aanhangers tegen de geplande lithiummijn. De politicus is het zat dat het autocratische regime burgers niet bij beslissingen betrekt. ‘Hebben die mensen niet ook het recht op gezondheid? Wie bepaalt er eigenlijk wie een schonere toekomst krijgt en wie een mijn in zijn voortuin?’

Het zou niet de eerste keer zijn dat een vervuilende mijn in Servië wordt opgetrokken, vertelt Lazovic. In de afgelopen zeven jaar hebben veel Chinese bedrijven zware industrie overgenomen. De Zijin Mining Group nam in de stad Bor een kopermijn over, sindsdien een van de meest vervuilde plekken in het land. Bij luchtkwaliteitstests zijn sporen gevonden van zwaveldioxide, arsenicum, ijzer, nikkel en fijnstof, met een ernstige invloed op de luchtkwaliteit en de gezondheid van de omwonenden.

‘Je verkoopt het land, verwoest al het leven en vergiftigt het water en de aarde. Zodat we mijnpacht krijgen om zo de mensen weer gezond te kunnen maken? Hoe is dat in het algemeen belang?’ Lazovic loopt langzaam maar zeker warm. Afgeven op president Vucics regime is zijn favoriete tijdverdrijf. In 2020 won Vucic de verkiezingen met een monsterscore, maar in april hoopt de nieuwe groene coalitie, waar ook Lazovic onderdeel van is, meer kiezers binnen te halen en in Belgrado een verpletterende overwinning te cashen. Politicoloog Vujo Ilic voorspelt dat, hoewel de regerende partij de verkiezing zal winnen, de kiezersbasis van de oppositie zal groeien, mede dankzij de lithiumprotesten.

Vladica Cvetkovic, hoogleraar mijnbouw en geologie aan de Universiteit van Belgrado, vindt de protesten ‘oerdom’ en vraagt zich af of zijn land wel klaar is voor succes. ‘Elke staat droomt van zulke mineralen, maar het blijkt dat Servië misschien wel gelukkiger zou zijn geweest zonder wereldklasse-lithium’, zegt hij. Hoewel hij ‘van de oppositie’ is, keurt hij de demonstraties niet goed.

De demonstranten eisen nu bij monde van Savo Manojlovic een lithiummoratorium, niet alleen voor de Jadar-vallei maar voor het hele land en voor altijd. ‘Zij die de protesten leiden namen de fakkel van het populisme in eigen hand en domineren het verhaal over Rio Tinto. En nu willen ze de lithium-exploitatie stoppen’, zegt Cvetkovic, ‘maar dat zal ze nooit lukken.’ En dus misleiden ze het land. ‘Het is manipulatie met de angst van de boeren’, vindt hij.

Volgens de hoogleraar zouden de demonstranten beter om wat anders kunnen vragen. Servië heeft een sterke onderhandelingspositie, meent hij, en de regering zou veel meer mijnpacht moeten vragen van het Brits-Australische bedrijf. Al eeuwen leeft Servië van zijn natuurlijke rijkdommen. Als onderdeel van het communistische Joegoslavië groeven mijnwerkers dag en nacht naar steenkolen en koper. In de oorlogsjaren onder Slobodan Milosevic werden grondstoffen als steenkool en ijzer belangrijk voor het produceren van wapens. Maar nu heeft het land een van de laagste mijnpachttarieven ter wereld en levert de mijnbouw maar één procent van het bruto binnenlands product, schrijft de Wereldbank.

Minerale rijkdom heeft een belangrijk potentieel voor Servië, en vooral voor het platteland waar armoede meer voorkomt, zegt Cvetkovic. Hele dorpen lopen leeg, jongeren vertrekken naar de Europese Unie en dus is het onverantwoord om een mijn die werk zou bieden te stoppen. Op zijn website belooft Rio Tinto ruim tweeduizend tijdelijke en duizend vaste banen die voor negentig procent gevuld zouden worden door Serviërs die in de buurt van de mijn wonen. Het zou verzachten dat zij hun land kwijtraken. Het Jadar-project zou een bijdrage kunnen leveren aan de batterij-waardeketen in de Europese Unie en daardoor de Servische economie verder kunnen ontwikkelen, schrijft ook de woordvoerder van de Europese Commissie in een e-mail. ‘We hebben geen andere keuze dan onze mijnen’, zegt Vladica Cvetkovic. ‘We zijn Nederland niet.’

Protestleider Savo Manojlovic is sceptisch over Cvetkovics argumenten. ‘Als mijnbouw zo goed is voor de economie en de mensen, dan zou een aantal landen in Zuid-Amerika en Afrika de hoogste levenskwaliteit hebben.’ Maar volgens Manojlovic zullen de mensen in Servië nauwelijks voordeel hebben van de lithiumwinning, net zoals de mensen in Congo nauwelijks baat hebben bij de diamantwinning. Anders dan op hun website schetst Rio Tinto’s interne document inderdaad een minder rooskleurig beeld van de toekomst van de boeren. ‘Het verlies van werkgelegenheid na de sluiting van de mijn zal zeker plaatsvinden, en dat een dergelijke gebeurtenis een impact zal hebben op de langdurige werkloosheid in dit gebied is waarschijnlijk’, staat er.

Boer Slavisa Rosic houdt met zijn buren een spandoek in de lucht met daarop de tekst ‘Ne damo Jadar’ (‘Wij geven Jadar niet op’). Samen met andere boeren uit Gornje Nedeljice staat Rosic wederom voor een handvol journalisten van Euronews, AP en Reuters. Vandaag blokkeren de demonstranten de Kralja Milana-boulevard in Belgrado. Het is een van de laatste protesten die Savo Manojlovic organiseerde. Op 15 februari werd het parlement ontbonden en werden de nationale verkiezingen voor 3 april aangekondigd. Er mag voor die tijd niet meer geprotesteerd worden. Het lot van de boeren ligt nu in handen van de natie.

Slavisa Rosic en Dzordze Kapetanovic kan het niet schelen welke politieke partij er wint. Ze willen alleen dat de lithiummijn er niet komt. En ze waarschuwen dat het anders nog wel eens fout kan aflopen in de Jadar-vallei. ‘Hier zal iemand straks zijn hoofd nog eens verliezen als die machines komen’, zegt Rosic.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van Journalismfund.eu