Servieskast

Blast, Wire Stitched Ears (Cuneiform Rune 71, distributie door Lowland)
De meest dodelijke vraag die je aan een journalist kunt stellen is ‘Misschien kun je iets voor me doen?’ Alsof de poging tot onafhankelijke berichtgeving en meningsvorming op een hoop kan worden geschoven met de doelstellingen van een pr-bureau.

Het scheelde dus niet veel of de documentatie, cd’s en brief (‘In het buitenland hebben we veel succes maar in Nederland krijgen we geen voet aan de grond’) van de Tilburgse groep Blast lagen al in de prullenbak, toen mijn nieuwsgierigheid werd gewekt. Blast was namelijk de groep waar ik enkele jaren geleden in New York steeds op werd aangesproken. De musici hadden kort daarvoor in The Kitchen opgetreden en het feit dat ik de groep niet kende, wekte, zacht gezegd, verbazing.
De cd Wire Stitched Ears laat een moeilijk te classificeren muziek horen die vooral een aantrekkelijke krankzinnigheid uitstraalt. Het optreden dat Blast afgelopen weekend in het Utrechtse Theater Kikker gaf, bevestigde deze indruk. Te experimenteel voor popmuziek, te ruig voor jazz en te vrij naar gecomponeerde maatstaven, ontstaat een unieke, veelzijdige mengvorm. In aanmerking genomen dat de groep al in 1988 werd opgericht gaat het dus om een cross-over avant la lettre.
Misschien is de meest opvallende karakteristiek van veel nummers van Blast de ritmische complexiteit. Of er nu een stug ritme of een lekkere funky bas klinkt, voortdurend lijkt de pulse te verspringen - of liever gezegd: te blijven haken. Een hink-stap-sprong die het gevolg is van additieve en diminutieve ritmes. Het resultaat is een swingende muziek waar met geen mogelijkheid op te dansen valt.
In instrumentaal opzicht zijn de nummers vaak extreem. Bijvoorbeeld de saxofoon (Edward Capel) die een lang aangehouden hoge toon produceert als van een auto die met gierende banden door de bocht scheurt. Multi- instrumentalist Dirk Bruinsma heeft met zijn holle, wat spookachtige stem een belangrijke vocale inbreng. Gitarist Frank Crijns bepaalt op gezette momenten het klankbeeld met een gore doordringende brom, terwijl de sinds kort meespelende Amerikaanse slagwerker David Kerman evenzeer een muzikaal als theatraal stempel op het optreden drukt.
Wringende intervallen, obsessieve herhalingen, een chaotische meerstemmigheid versus krachtige unisono bewegingen, vette beats en virtuoze soli - dit alles gevat in strakke structuren die op scherp zijn gezet door middel van strenge cues. Het is knap hoe Blast een high-energy-muziek ontwerpt die blijft verrassen: door middel van onverwachtse overgangen, geweldige anti-climaxen of met volkomen anarchistische passages zoals in het nummer Bouncing dat begint met een slagwerksolo die nog het meest lijkt op een omvallende servieskast.
Het optreden van Blast maakte deel uit van Rumor, een soort wandelconcert in de Utrechtse binnenstad. In Theater Ekko beet Arthur Sauer de spits af met Ful-KON.Tak, een dansvoorstelling waarbij de dansers door middel van sensoren die ingebouwd zijn in het decor, met hun bewegingen de muziek beinvloeden. Meer dan dit compositorische uitgangspunt (de sensoren waren niet altijd actief), was het de geest in zowel muziek als choreografie die tot de verbeelding sprak. De industriele, machinale dreun (afgewisseld met een simpele drumcomputer) correspondeerde mooi met de wat wezenloze bewegingen van de dansers: moderne marionetten die zelf niet precies weten welke impulsen ze eigenlijk volgen.
Opgeluisterd met entr'actes door Dr. Eugene Chadbourne die met Volcmar Verkerk een demonstratie freaken op de banjo gaf, werd de Rumor-avond afgesloten met een optreden door Wayne Horvitz in het SJU-huis. Kortom, een afwisselende avond die heel wat publiek op de been bracht.