Servisch voor ‘oorlog’

In Bosnië werkte het niet, in Kosovo evenmin: het denken in good en bad guys. De Serviërs moeten gebombardeerd, want ze zijn de Albanezen aan het uitmoorden.

Was het maar zo simpel.
Het Servische woord voor oorlog is ‘Milosevic’. Híj is het die dorpen laat vernietigen, burgers laat vermoorden en Albanese mannen bijeendrijft in kampen. Het zijn niet de Serviërs. Die zijn het wel zo'n beetje zat na twee verloren oorlogen en stapels sancties de afgelopen acht jaar. In Kosovo vechten Servische jongens die maar één ding willen: naar huis. Veel van hen willen stiekem nog iets anders, maar daarover kunnen ze niet vrijuit spreken: het verdwijnen van Milosevic.
Het ziet er niet naar uit dat Milosevic zal inbinden. Hij heeft zich niet onder de indruk getoond van de Navo-vliegoefeningen boven Macedonië en Albanië. Dat wordt dus bombarderen. Het gevolg: Servië schaart zich weer achter haar oorlogszuchtige leider. De oorlog begint opnieuw. Dit keer met enorme etnische zuiveringen.
Westerse commentatoren zullen dan verzuchten dat dit maar op één manier voorkomen had kunnen worden: door ons met grondtroepen in dat wespennest te steken. Een contingent Partnership for Peace (Navo plus Rusland) in elk dorp, in elke stad. Op straffe van een oorlog met Servië? Waarschijnlijk zou Milosevic de Serviërs zó gek niet krijgen. Bovendien zou hij die oorlog politiek nooit overleven. En dát zou iets oplossen.