Setlife

Filmmensen zijn biologisch gezien dagdieren, maar in werkelijkheid is het net zo waar om ze nachtdieren te noemen.

Zoals bij ‘ons’ door-de-weeks en weekend volkomen alien begrippen zijn, zijn bij ons ook de fenomenen AM en PM slechts info. Het heeft hoogstens betrekking op wanneer je op de set moet zijn. Of hoe laat je wordt opgehaald. Klein staat er dan tot op vijf minuten nauwkeurig hoe laat en door wie Eddy wordt opgehaald.

Ik heb geen rijbewijs. En zelfs al had ik er een, regisseurs rijden niet. We worden afgezet op de set. En gemiddeld elf-en-half uur later daar weer opgepikt en teruggereden naar huis. AM of PM. Begin- en eindtijden hebben niets met biologie van de crew te maken. Daar kan geen rekening mee worden gehouden. Het aantal dag- en nachtscènes per draaidag en de mate waarin dag soms als nacht kan worden verkocht of vice versa, dat bepaalt hoe laat wij opstaan en gaan slapen. Niet anders.

Setlife is een bitch. Wel leuk, soort van, maar wel een bitch.

Dan elf-en-half uur vraagbaak zijn.

‘Moet ik dat laatste zinnetje niet wat kleiner wegspelen?’

‘Is zijn make-up niet te dik?’

‘Kunnen we dat laatste close’je misschien skippen? Scheelt weer tien minuten.’

‘Die camerabeweging was niet te boomen en geluid krijgt de schuld van de reflectie. Kun jij even lief doen tegen ze?’

‘Mag ik dat eerste zinnetje van dit clausje anders zeggen? Het bekt niet bij mij?’

‘Mag hij dat rode hemdje aan? Dat staat anders zo lullig bij die bank.’

‘Zal ik toch langzaam inrijden bij dat shot? Of wil jij het statisch?’

‘Die muur achter haar brandt uit. Vind jij het erg als daar een schilderij of zo hangt?’

‘Scène 47 moet echt simpeler qua découpage. Anders redden we het niet qua overuren.’

Filmen in Nederland is toch een soort stress. Ook al mag je dat vooral de acteurs nooit laten merken. Die moeten in hun fictieve werkelijkheid blijven. Maar het is moeilijk om ze niet te confronteren met aardse zaken als ‘er is nog een uur en een kwartier voor twee scènes’.

Elke dag een scène of acht erop kachelen. Tijd om echt te regisseren op de set is er niet. Dat moet vooraf gedaan zijn. In de repetitie. Bepalen waar de camera komt doe je ook al van tevoren. Na setbezoeken, waarna de ‘découpage’ plaatsvindt. Het opdelen van een scène in shots.

Op de set zoek je je rustmomentjes door wandelingetjes naar de catering. Kopje koffie. Snoep voor de suikers. Hersenen hebben brandstof nodig. Vooral in de nachtelijke uurtjes wanneer de biologische Eddy aangeeft dat hij eigenlijk wil slapen. Maar een crew van een man of dertig plus wat acteurs moeten aangestuurd worden, en ik ben toch de hopman.

Klinkt als een zeurverhaal. Filmen is toch een leuk vak?

Dat is het ook. Al is het schrijven en monteren een stuk relaxter en leuker dan het draaien. Hoe gezellig het ook is, het is lopendebandwerk. In Nederland althans. Tijd om afstand te nemen van je ‘schilderij’ is er eigenlijk alleen in de schrijf- en monteerfase. Het filmen zelf is snelschaken.

Nu sta ik als regisseur alle projecten bij elkaar opgeteld maar hoogstens een kwart van het jaar op de set.

Andere freelancers zoals belichters of productieassistenten soms wel driehonderd dagen per jaar.

Laatst keek ik met een oudere camera-assistent, met wie ik vroeger toen ik lichtassistent was vaak werkte, naar een crewfoto uit 1986.

Veertig man. Ruim meer dan de helft was al dood. Just saying…