Sextember (1)

Van seks weet ik weinig en begrijp ik nog minder. Nu eens zou het het eenvoudigste want natuurlijkste ter wereld zijn, dan weer is het het mooiste dat zich tussen mensen af kan spelen; nu eens iets waar de getrouwde man, als in een CAO, recht op heeft, dan weer iets dat zich slechts mag voltrekken bij wederzijds verlangen; nu eens schijnt het om techniek te draaien, dan weer gaat het om de intentie, de overdracht van gevoelens; nu eens lijken mannen er altijd maar mee bezig, dan weer is het een schande dat de vrouwelijke seksualiteit ‘in deze maatschappij’ getaboeiseerd is; nu eens dient ‘alles’ uitgesproken en geopenbaard, dan weer dient het spreken van en over seks de nieuwste strategie van beheersing en onderdrukking - en verder vult u zelf maar in.

Natuurlijk verraad ik mezelf wanneer ik meld hoezeer ik genoot van de eenakter van Jules Feiffer waarin een stel dat op receptie of feest had kennisgemaakt, in bed is beland. ‘Maar het geeft toch helemaal niet’, is haar openingszin, terwijl hij ongemakkelijk op de bedrand zit. 'Het moet de drank zijn’, zegt hij, want ze moet vooral niet denken dat hij met seks zou zitten: het is immers (zie boven) de natuurlijkste… Dan heeft ze haar pappenheimer door: 'Natuurlijk? Gewoon?’ Of hij dan niet weet dat seks hartstikke smerig is, goor, vuns. Precies zo erg als toen hij er als jochie op straat over hoorde fluisteren. 'Nee toch?’ 'Nou en of!’ En hij stort zich op haar. Doek.
En overigens volg ik ademloos de exercities van Anone, Opheffer en Simek die bewijzen dat er vele seksuele variaties zijn maar dat ze in het niet vallen bij de gedachtenvariaties over onze basisdrift. Opgevoed in een cultuur en in een gezin waar seks tegelijk niet bestond en de schaduw van een gevaarlijk monster was, ging ik vermoeden dat mijn heimelijke verlangens uit mijn eigen slechtheid en die van mannen in het algemeen voortkwam: meisjes waren zuiver tenzij slet of del. Een belangrijk deel van de feministische beweging leek dat later te bevestigen: mannen deugden niet en seks was daarbij de quintessens. Juist in dit opzicht lijkt er de laatste jaren een revolutie te hebben plaatsgevonden. Chippendale’s galore. Een Duitse wetenschapster stelt vast dat evenveel vrouwen vreemdgaan als mannen maar dat ze het slimmer doen. En wie het jongedamesblad Viva enigszins volgt, begint te beseffen dat menig vrouwvijandig kerkvader gelijk had in de vaststelling 'dat vrouwen maar aan een ding kunnen denken’: allemachtig, wat een moemakend aantal afgezaagde variaties op dat ene. Bovendien lijkt het mannelijk uiterlijk van steeds groter belang - of was het dat altijd al maar wordt dat nu uitgesproken. Met als resultaat dat mannen op de veemarkt komen te staan die ze voor vrouwen hadden ingericht. Verdiende loon, maar de vooruitgang schuilt erin dat nu iedereen die door de wrede natuur misdeeld is, vernederd wordt in plaats. Ook ons blad doet mee: willen wij scoren dan produceren we een themanummer over de lusten en dat vliegt de deur uit als een Penthouse voor intellectuelen.
Dit alles omdat ik het over Veronica’s Sextember wilde hebben. Maar ik ben al klaar.