Inleiding

Shakespeare

De Engelsen hebben hun geloof geleerd van Milton en hun geschiedenis van Shakespeare, luidt de gevleugelde uitspraak. Een oneliner om jaloers op te zijn, alleen al omdat het een volkomen vanzelfsprekendheid suggereert waarmee poëzie (John Milton) en toneel (William Shakespeare) een nationale identiteit voorgoed kunnen beïnvloeden. Namen om trots op te zijn, namen om altijd te herinneren.

Noem het toeval of niet, maar in een klimaat waarin de podiumkunsten van de politiek een duizelingwekkende dreun krijgen (even resumé: in de podiumsector krijgen zeventig van de 118 instellingen in de toekomst geen subsidie meer, en tientallen organisaties, zoals toneelgroep De Appel, Het Toneel Speelt en Theaterfestival Boulevard krijgen ondanks een positief advies toch geen geld, omdat er geen budget voor is), grijpen toneelmakers terug naar Shakespeare. Terwijl Toneelgroep Amsterdam de Shakespeare- cyclus in de Stadsschouwburg van Amsterdam aftrapt met _MacBeth, Het temmen van de Feeks, Othello _en de _Romeinse tragedies, _danst het Scapino Ballet _Romeo & Julia, _voert De Utrechtse Spelen een jazzvoorstelling op van _Veel gedoe om niets, _speelt De Spelerij _Bloetwollefduivel/ Othello, _Het Toneel Speelt _King Lear _en Het Nationale Toneel _Midzomernachtsdroom. _En dit is nog maar een greep, in dit Shakespeare-jaar-zonder- aanleiding (het is een lustrum van zijn geboorte- noch van zijn sterfjaar). Overal worden de stukken van ‘The Bard’ geactualiseerd, of zoals Toneelgroep Amsterdam- regisseur Ivo van Hove verderop in een interview zegt: 'Hij is altijd onze tijdgenoot, in elke periode op een andere manier.’

In deze special: