Shakespeare als strip

Antonius en Cleopatra is op 8 en 9 juni te zien in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waarschijnlijk met een pauze.
WENEN- Al sinds 1966 houdt de Duitse regisseur Peter Zadek tijdens de door hem geregisseerde toneelopvoeringen het zaallicht aan. De toeschouwers reageerden toentertijd onthutst: we kunnen ons niet concentreren. Zadek: ‘Iedere toeschouwer was bang dat zijn buurman zag dat hij zich niet op de voorstelling concentreerde. Het resultaat was: optimale concentratie van iedereen in de zaal.’

Tijdens de premiere van Shakespeare’s Antonius en Cleopatra (Berliner Ensemble in co-produktie met de Wiener Festwochen) ging afgelopen weekend na de dood van Antonius het licht in de zaal en op het toneel een tiental seconden uit. Uit het auditorium klonk een vaag applaus, maar de wens bleek vader van de gedachte; het geplaagde publiek had er toen al ruim drie uur zonder pauze opzitten, en nog een vol uur te gaan. Tientallen Weners maakten zich in de duisternis uit de voeten, de meerderheid bleef. Aan het eind: ovaties en boegeroep. De maestro aanhoorde het gemengde koor van Wiener Sangerknaben & Madel met zichtbare tevredenheid. Een Zadek-produktie (zeker een Shakespeare onder Zadek) wordt zelden unaniem de lucht in geprezen.
Antonius en Cleopatra is een moeilijk Shakespeare-stuk. De Romeinse consul en de Egyptische koningin zijn op een schier bovenmenselijke manier aan elkaar verslingerd, zeker. De Engelse bard neemt drie aktes de tijd om dat duidelijk te maken. Binnen drie overvolle bedrijven bekent Antonius zijn Cleopatra overvloedig de liefde, de buitenwereld kijkt meewarig en onthutst toe, de Romeinse generaal snelt daarna naar zijn hoofdstad (die hij in de eerste scene nog toewenst te smelten in de Tiber), Antonius besluit tot iets wat nauwelijks anders valt uit te avius), om zich vervolgens weer hartstochtelijk in de armen van zijn Nijl-prinses te storten.
Dat mag heftig klinken, van enig dramatisch conflict is in die eerste helft nauwelijks iets te merken. Zadek en zijn Gert Voss (Antonius) weten dat. Voss: ‘Antonius’ liefde is voor de hem omringende samenleving bedreigend, is in feite pure anarchie. Die anarchie is prachtig en opwindend. Niemand - Antonius in de laatste plaats - weet precies waar die anarchie over gaat. Is het afhankelijkheid, lafheid of doodsverlangen?’
Gedurende de eerste drie bedrijven hangen die vragen pesterig boven de kale toneelvloer. Zadek: 'Men moet in het theater de moed hebben verveling te organiseren.’ Niet dat die eerste drie aktes vervelend waren. Verre van dat! Alle toonaarden van de hartstocht die de Romeinse veldheer voelt voor zijn Egyptische vorstin, alle valkuilen die deze twee machthebbers op de toppen van hun macht hebben betreden en omzeild, we hebben ze allemaal gezien en gevoeld. Maar daarna geht’s richtig los. Dan ontspoort er een burgeroorlog op de kale toneelvloer. Met een hoog Asterix & Obelix-gehalte. De Romeinen als Engelse imperialisten, Pompejus als terroristenaanvoerder, Antonius als iemand die niet kan kiezen tussen de autochtonen en de kolonisatoren, een soort Lawrence of Arabia - zo ziet Gert Voss er met zijn talloze hoofddoeken soms ook letterlijk uit.
Door het magnifieke acteren van Eva Mattes (Cleopatra, iets te geexalteerd tijdens het sterven van Antonius, briljant in haar eenzame slotbedrijf), door haar dienstmaagd Charmian (Deborah Kaufmann), door de vertolking van de plompe maar realistische generaal Enobarbus (Herman Beyer), en door Veit Schubert als de sluwe machtspoliticus Octavius Caesar krijgt Peter Zadeks verklanking van de Shakespeare-tekst als stripverhaal veel vleugels. De voorstelling oogde op de Weense premiere nog onevenwichtig. Onaf zelfs. Ruw. Zeer Zadek dus. Gert Voss toonde een Antonius die volledig onvoorspelbaar werd, total verruckt, van het ene moment op het andere. Een wonder om naar te kijken.
Antonius en Cleopatra is ongezien door Jan van Vlijmen aangekocht voor het aankomende Holland Festival. Hij verdient voor die daad een onderscheiding. De eerste Zadek-regie van Duitse komaf in Nederland. De maestro zelf is nog net geen zeventig. Het moest er eens van komen!