TONEEL

Shakespeare & Co (2)

Rosencrantz & Guildenstern

Het toneelstuk met de titel Rosencrantz & Guildenstern are dead over twee nevenfiguren uit Hamlet, in 1966 geschreven door Tom Stoppard, heeft een bijdehante opening die in de tekst een tikje lijzig wordt uitgemolken: Rosencrantz speelt het spelletje kop of munt en gooit achter elkaar een verontrustende hoeveelheid keren kop. In de voorstelling van ’t Barre Land ligt het accent al snel elders. Bij het toneelkarakter van de werkelijkheid, of bij de vraag hoeveel werkelijkheid toneel kan verdragen. Of bij de verwantschap die de zwerftocht van het duo vertoont met de queeste van twee zwervers die in 1966 al wel klassiek maar ook nog reuze modern en ongemakkelijk waren, Vladimir en Estragon uit Becketts Wachten op Godot, waarbij de Elisabethaanse toneelspelers uit Stoppards stuk de rol van het circusduo bij Beckett, Lucky en Pozzo, hebben overgenomen.
De spelers van ’t Barre Land nemen hun publiek mee in een verdwaaltocht waarin het verstoppertje-spelen op zichzelf smakelijker is dan het raden naar de verstopte waar. Dit zijn toneelspelers die de voetangels en klemmen van hun kunstige ambacht willen etaleren. Tot in detail. Moet er worden geschermd (en in Hamlet móet er worden geschermd), dan leidt dat tot een via de middelen van de slapstick ‘nagesynchroniseerde’ wedstrijd schermen. Vraag mij niet deze zin uit te leggen, daarvoor moet u de voorstelling gaan zien.
Tegen de tijd dat het beroemde toneelstuk-in-het-toneelstuk ('the Mousetrap’) in Hamlet wordt uitgevoerd, krijgen we toneelles, leren we dat 'welstand’ in het toneel van vroeger iets anders betekende dan gezondheid en voorspoed nu, zien we Vincent van den Berg geestig opereren als onze landgenoot Johannes Jelgershuis, die de leraarsrol speelt in zijn Lessen voor gesticulatie en mimiek.
Nee lezer, dit is géén avond voor ingewijden en andere toneelintimi. Vraag bij de koffie vooraf 'wie kan mij in twee minuten Hamlet even uitleggen, inclusief de rol van die jongens Ros & Guild’, en je bent eigenlijk klaar voor ruim twee uur genieten van toneelspelersvernuft. Tot dat vernuft hoort dat ze scènes uit Hamlet spelen die in het stuk Rosencrantz & Guildenstern are dead helemaal niet voorkomen, respectievelijk niet voor kúnnen komen - de twee vertrekken immers, met medeneming van Hamlet, vrijwel meteen na de dood van Polonius, eind derde bedrijf.
Omdat de vertelling hier wordt getoond als parallel geschakelde realiteiten ('ondertussen op de thuisbasis’), maken wij ook de zelfmoord van Ophelia mee, als vier naast elkaar geplaatste scenische verbeeldingen, toneelwerkelijkheden zo u wilt. Van rechts naar links, vanuit de toeschouwers gezien: Ingejan Ligthart Schenk doet een beroemde struikelact van Chaplin, Vincent van den Berg reciteert in een oude vertaling het 'bodeverhaal’ van koningin Gertrude over het hoe en wat van de verdrinkingsdood, Maureen Teeuwen geeft enkele toneelhistorische explicaties, en Anouk Driessen zingt (en 'doet’) Ophelia’s tewaterlating op een tekst van Brecht. Het is alsof de toneelspelers ons troostend voorhouden: kijk, in uw (en onze) werkelijkheid loopt alles altijd hopeloos door mekaar, geen touw aan vast te knopen; welnu, helder toneelspelen houdt onder meer in al die ingewikkeldheden eventjes náást elkaar te laten zien en horen, zodat u een en ander rustig tot u door kunt laten dringen.
Toneelspelers die dat willen en kunnen, en die me daarenboven met een grote regelmaat bevrijdend doen lachen, een volgende moment van puur geluk en ontroering doen huilen, laat die toneelspelers omarmd zijn!

Nog te zien: 14 en 15 mei, Toneelschuur Haarlem, 18 t/m 22 mei, Theater Frascati Amsterdam, www.barreland.nl