Jongeren lezen niet meer maar gamen, en worden ook slim

Shakespeare meets Lara Croft

Populaire cultuur, vooral computergames, maakt mensen slimmer. Althans volgens de Amerikaanse auteur Steven Johnson. De schaduwzijde is dat de literatuur in de verdrukking komt. Een oplossing: lees, speel en kijk tegelijk.

Twee recente nieuwsberichten maken de contouren zichtbaar van een revolutie in de moderne massamedia. In het weekend waarin War of the Worlds, de nieuwe kaskraker van Steven Spielberg in Amerika in roulatie ging, daalde het bioscoopbezoek in dat land voor het negentiende achtereenvolgende weekend ten opzichte van vorig jaar. De reden voor de neerwaartse spiraal blijkt uit de tweede tendens, gesignaleerd door USA Today. Omdat het duurder is geworden om naar de film te gaan, zijn mensen meer geneigd films op dvd te kopen. Ray, de film over de zanger Ray Charles, verdiende bijvoorbeeld «slechts» 75 miljoen dollar in de bioscoop terwijl de film op dvd nu al meer dan het dubbele heeft opgebracht. Het medium film is dus springlevend, maar dan wel in een nieuwe gedaante.

Ook in relatie tot computergames blijkt film nog altijd sterk te staan. Het is een misverstand dat de markt voor games nu «groter» is dan die voor Hollywood-films. Er zijn juist meer mogelijkheden dan ooit tevoren om films te zien. Minder mensen bezoeken weliswaar de bioscoop, maar méér mensen kopen films op dvd en kijken thuis naar films op televisie of op de computer. Games kunnen markttechnisch niet concurreren met film, maar dat wil niet zeggen dat dit punt nooit zal komen. Integendeel, alles duidt erop dat games in de komende vijftien jaar de dominante culturele kracht zullen zijn. Dan pas begint de echte revolutie.

Wat zal veranderen is de manier waarop de mens verhalen tot zich neemt door middel van de massamedia. Belangrijker dan ooit zal de vraag zijn wat de invloed van nieuwe media is. Hoe gaat de mens om met mp3’s, films online, downloadbare films, dvd’s, computergames, in ter net, e-mail en chat? Een wijdverbreide notie is dat nieuwe massamedia hoofdzakelijk vervlakking teweegbrengen in de menselijke ervaring van de werkelijkheid. De mediasocioloog Todd Gitlin spreekt van media die je «nooit meer kunt uitzetten».

Dat klinkt als een nachtmerrie, maar er zijn steeds meer tegenstemmen, bijvoorbeeld die van de Amerikaanse auteur en wetenschapper Steven Johnson. De titel van zijn nieuwe boek is veelzeggend: Everything Bad is Good for You: How Popular Culture is Making Us Smarter (2005). Johnsons theorie is eenvoudig, maar ingrijpend: door de computergame, die een vorm van «nonlineaire populaire cultuur» is, kan de mens bepaalde mentale eigenschappen verbeteren die even belangrijk zijn als die die nodig zijn tijdens het lezen. Door het gamen leer je hoe te denken. Belangrijk hierbij is dat het niet van betekenis is waaraan de gamer denkt terwijl hij speelt. Het gaat eerder om de wijze waarop hij denkt tijdens het spel. Johnson noemt dit «zijdelings leren». De gamer traint zichzelf om beslissingen te nemen om orde te scheppen in de chaos van de spelwerkelijkheid. Zodoende komt hij in aanmerking voor beloningen die duidelijker en groter zijn dan in de echte wereld. Deze dingen vormen de bouw stenen van een krachtig leerproces dat de gamer slimmer maakt. In het licht hiervan zal de komende revolutie, met de game als dominante culturele kracht, een teken van vooruitgang zijn. Immers, meer mensen zullen dan méér computergames spelen.

Hier komt bij dat ze meer televisie en films zullen kijken. En dat is goed, zegt Johnson. Ter illustratie van zijn argument: series als The Sopranos en films als die van Quentin Tarantino of Charlie Kaufman tonen aan dat het kijken tegenwoordig veeleisender is dan ooit tevoren. De complexiteit van een aflevering van The Sopranos of films als Kill Bill en Eternal Sunshine of the Spotless Mind maakt dat de kijker behoorlijk bij de les moet blijven vanwege de wirwar aan personages en verhaallijnen. Hierbij vergeleken zijn klassiekers als Citizen Kane of een willekeurige kwaliteitssitcom uit de jaren zeventig simplistisch.

Media zijn moeilijker geworden. Modernistische literaire technieken als intertekstualiteit en zelfreflexiviteit, die voorheen slechts aanwezig waren in iets als T.S. Eliots gedicht The Wasteland, zijn nu schering en inslag in het werk van populaire cultuurproducenten van Hollywood tot Bollywood tot Johannesburg. Miljoenen mensen over de hele wereld absorberen deze producten alsof ze iets alledaags zijn. En dat zijn ze ook. Want de doorsneemens is intellectueel beter geworden van populaire cultuur.

Of niet? Het lijkt logisch. Aangezien de mens niet kan ontsnappen aan televisie, internet, iPod, dvd-speler en -opnemer en game console heeft hij weinig tijd over voor traditionele culturele activiteiten, waarvan lezen verreweg de belangrijkste is. De clichés zijn bekend: de ontlezing en de daaruit voortvloeiende infantilisering van de samenleving zijn een di rect gevolg van de digitale revolutie en de culturele hegemonie van pulp. Vooral de games-industrie moet het ontgelden. Pressiegroepen als Stichting Lezen leven van het propageren van opvattingen als: «De berichten over het leesgedrag van adolescenten zijn verontrustend.» Typisch zijn adviezen als die van de Raad van Cultuur aan staatssecretaris Medy van der Laan. De raad vindt dat de overheid het «lezen van boeken langdurig en structureel» moet bevorderen, zodat de «ontlezing» kan worden tegengegaan. Volgens de raad moeten ook bibliotheken een leesbevorderingsbeleid voeren en moeten er meer literatuurprogramma’s op tv komen .

De raad spreekt in dit verband van «cultureel lezen» en «literair lezen». De reden voor deze specificatie is duidelijk: om te voorkomen dat men het lezen van een weblog, een vuistdikke walkthrough (een gamehandleiding ge schreven door een gamer), of een stuk fan fiction op internet gaat beschouwen als lezen.

Het onderscheid tussen «lezen» en «cultureel lezen» is dubieus. Een tiener die in staat is een Amerikaanstalige manga feilloos te lezen, moet ook bekwaam zijn om Shakespeare te lezen, in ieder geval op rudimentaire wijze. Hij kan immers lezen. Twee jaar geleden rapporteerde de Amerikaanse wetenschapper Donna Alvermann in een interview met Stichting Lezen dat zij «hoopvolle resultaten» heeft bereikt in onderzoek naar het gebruik van internet, games en rapmuziek bij lees- en literatuuronderwijs aan tieners. Alvermann ontdekte dat veel kinderen die bekend stonden als slechte lezers zonder veel problemen ingewikkelde teksten konden lezen als die binnen de context van games of internet vielen. Jongeren waren bijvoorbeeld goed in staat de teksten van het spel Dragonball Z samen te vatten, te voorspellen en er conclusies uit te trekken. De schaduwzijde, zei Alvermann, was dat leerkrachten niet wilden dat hun leerlingen Dragonball Z lazen, maar Shakespeare.

Daar zit ’m het probleem. Want hoe erg het ook klinkt, die leerkrachten hebben gelijk. Er bestaat simpelweg geen computerspel dat dezelfde thematische complexiteit en stilistische schoonheid bezit als Hamlet of Richard III. Sterker, qua inhoud zijn games, internetsites en weblogs een ramp. Shakespeare analyseert de ziel van de mens, maar wie naar de diepere zin der dingen zoekt in games als Lara Croft, Grand Theft Auto of zelfs een «intellectueel» spel als Sim City komt bedrogen uit. Deze games zijn inhoudelijk oppervlakkig en in de meeste gevallen onuitstaanbaar saai om te spelen als je geen zin hebt om logistieke problemen op te lossen. Hier is een reden voor, en dat is dat de Shakespeare-liefhebber als het ware te dom is om de genoemde games naar waarde te schatten. Er zijn in de gamewereld andere mechanismen aan het werk dan die van de literatuur en van het «cultureel lezen».

Wie de geheime taal van de game niet machtig is, mist straks de revolutie. Hij wordt een vreemdeling in het land van de game, van Zelda en de soldaten van Medal of Honor en de Lego-Jediridders van Star Wars. Het is een universum van verlokkingen, vooral voor wie de echte wereld als onoverzichtelijk en vol be dreigingen ervaart. Hier is het schrikbeeld: als mensen straks niet eens meer naar de bioscoop gaan, of naar traditionele, narratieve films kijken die nog enige literaire kwaliteiten hebben, hoe gaan ze dan ooit nog Shakespeare lezen? Ze mogen dan slimmer worden door het spelen, door het «zijdelings leren», maar wat voor intelligentie is dat? Hoe overleef je het vooralsnog thematisch barre landschap van de game?

Zelfs de radicaal Steven Johnson vindt dat een probleem. Hij wijst er terecht op dat het lezen uniek zal blijven. Voor hem is geen enkele andere culturele vorm in staat op dezelfde wijze als de roman het geestelijke landschap van een ander bewustzijn te herscheppen en de lezer te transporteren naar de eerste-persoonservaring van een ander mens. Johnsons eigen voorbeeld: wie Henry James wil lezen, moet werken. Je moet ervoor gaan zitten; je moet je urenlang concentreren; je moet jezelf van alles verbeelden. Zijn conclusie luidt dat populaire cultuur «minder geschikt» is als er geen sprake is van inter activiteit en de tekst de vorm aanneemt van een volgehouden argument of verhaal. Vervolgens stelt Johnson een oude oplossing voor: het combineren van populaire cultuur en traditionele vormen als literatuur.

Dat lijkt een open deur. Maar waar Johnson werkelijk naartoe wil – en hierin ligt de grote waarde van zijn research – is dit: hij stelt voor het kaf van het koren te scheiden in populaire cultuur. Er moet een nieuwe populaire canon komen waarbij kinderen en volwassenen slechts de beste games, films en tv-series voorgeschoteld krijgen, terwijl zij óók in contact blijven met traditionele kunsten. Dus, speel geen Quake, maar Grand Theft Auto, want dat spel is intellectueel meer stimulerend. Kijk niet naar Law and Order, Britse detectiveseries of Baantjer, maar naar Amerikaanse actieseries als CSI of 24, zodat je je hersenen kunt trainen om verschillende plots tegelijkertijd te volgen. En zit je al een week in Sim City, dan kun je beter Portrait of a Lady gaan lezen dan de zoveelste virtuele boom planten of voor de duizendste keer de belastingen voor een gesimuleerde stad uitwerken.

Wie dit allemaal lukt, stort zich straks vol overgave op de revolutie, in alles een slim mens.