Holland Festival: Peter Sellars over Desdemona en Maria Magdalena

‘Shakespeare’s vrouwen kunnen heel gewelddadig zijn’

De Amerikaanse regisseur Peter Sellars wordt met zijn 55 jaar nog altijd een enfant terrible genoemd. Zes jaar was hij niet in Nederland geweest. Nu brengt het Holland Festival twee voorstellingen van hem, verhalen over vrouwen die je bij Shakespeare en in de bijbel niet kunt vinden.

‘Desdemona doet in het toneelstuk Othello van Shakespeare nauwelijks een mond open. Zij is een heel jong meisje en zij is al dood voordat zij iets kan zeggen. Wat de schrijfster Toni Morrison doet, is dat zij in Desdemona haar een geschiedenis teruggeeft. En Afrika zijn geschiedenis teruggeeft! Want Afrika was echt niet niets in Shakespeare’s tijd. Shakespeare is misschien nooit buiten Engeland geweest, maar hij kan de Afrikaanse hoogwaardigheidsbekleders hebben gezien, die zich met al hun pracht en praal door de straten van Londen begaven of hun opwachting maakten aan het Engelse hof.’

De beroemde bulderende lach van Peter Sellars klinkt gedempt door mijn telefoon vanaf de Amerikaanse westkust. Hij reisde de afgelopen maanden, zoals voor hem gebruikelijk, kriskras over de wereld, van New York naar Zuid-Afrika en van daar weer naar Los Angeles. Maar hij vertelt me graag telefonisch alles en verheugt zich erop na zes jaar weer naar Nederland te komen. De laatste keer was het voor de voorstelling en televisieregistratie van de opera Doctor Atomic over J. Robert Oppenheimer en de eerste atoombomproef. Voor die opera van de Amerikaanse componist John Adams had Sellars ook het libretto gemaakt, samengesteld uit allerlei officiële documenten en enkele gedichten. Zo heeft hij ook teksten verzameld voor het libretto van The Gospel According to the Other Mary van John Adams, dat hij zojuist voor concertzalen heeft geënsceneerd.

Maar voor Desdemona is de tekst geschreven door niemand minder dan de Nobelprijswinnares Toni Morrison. Sellars: ‘Het begon allemaal met een discussie van vier uur die Toni Morrison en ik in New York hadden over Shakespeare’s toneelstuk Othello. Ik legde haar uit waarom ik dat zo’n slecht stuk vond, dat vierhonderd jaar lang in Europa het beeld van een zwarte man heeft bepaald als iemand die overal rampen veroorzaakt. Dankzij hem moeten zwarte mensen nog steeds bewijzen dat ze niet zo jaloers, wantrouwend en gewelddadig zijn als Othello in dat stuk. Bovendien is het vreemd dat Shakespeare, die net Hamlet had geschreven met al die monologen, nu Othello maar één monoloog geeft van niet meer dan twaalf regels. Je ziet Othello in het stuk alleen maar tussen andere mensen, je leert hem nooit echt kennen. Maar Toni was het niet eens met mijn kritiek. Ze daagde me uit dat ik Sha­kespeare’s stuk eerst zelf maar eens moest regisseren en dan zou ze daarna mijn uitdaging aannemen om een antwoord op Othello te schrijven.’

Sellars deed dat inderdaad en regisseerde Othello in 2009, in het kader van de Wiener Festwochen, met de zwarte acteur John Ortiz als legeraanvoerder Othello en Philip Seymour Hoffman als de intrigant Jago. Omdat alle andere militairen zwart zijn maakte Jago hier de indruk van een eenzaam, wit, bloot ding. Peter Sellars kwam tot de conclusie dat hij niet zozeer problemen had met het stuk zelf, als wel met de manier waarop het meestal wordt opgevoerd. ‘Het is net als met De koopman van Venetië, want als Shakespeare het over racisme wil hebben plaatst hij het blijkbaar altijd in Venetië. Het gaat erom hoe het wordt gespeeld. Toen wij Othello deden, was het in het eerste jaar van het presidentschap van Obama en er was daardoor veel veranderd aan de dynamiek van het stuk. Er doken affiches op waarop Obama werd vergeleken met Hitler, er werden allemaal vreemde vragen over hem gesteld en er was sprake van een ongelooflijke racistische reactie op een zwarte man in die hoge positie. En plotseling gaf dat stuk van vierhonderd jaar geleden het beeld van een zwarte man die op dat hoge niveau niet in staat is zijn mogelijkheden waar te maken, omdat er een enorme samenzwering aan de gang is tegen hem, waar ook zijn eigen vrienden deel van uitmaken.’

Dus Toni Morrison kreeg gelijk?

‘Zij deed iets wat ik heel briljant vind: ze stelde het probleem centraal van geweld tegen vrouwen in de militaire cultuur, en dat is nu iets reëels: één op de drie vrouwen die dienst nemen in het Amerikaanse leger wordt verkracht door haar eigen kameraden. Je hoort in het stuk van Toni Morrison dat de kameraadschap tussen Othello en Jago gebaseerd is op de manier waarop ze samen ooit een paar oude vrouwen hebben verkracht. Toch kunnen ook vrouwen bij Shakespeare heel gewelddadig zijn. Neem Emilia, de vrouw van Jago, zij weet alles en had de tragedie kunnen stoppen, maar zij houdt zich stil en dat is eigenlijk een moordend zwijgen.

Bij Shakespeare zegt Desdemona maar heel weinig, ze is nog heel jong in zijn stuk. Het idee van Toni was dat deze vrouwen elkaar na de dood zouden ontmoeten en dan in staat zijn alles tegen elkaar te zeggen wat ze niet konden zeggen toen ze nog levend en wel op aarde rondliepen. Desdemona is ouder geworden na de dood en is niet meer dat pure, onschuldige meisje.

Het uitgangspunt van Toni’s stuk is maar één regel uit het stuk van Shakespeare. Bijna aan het einde, als Desdemona wanhopig wacht op haar ten onrechte jaloerse man Othello, zingt ze een lied, het Wilgenlied. Vlak daarvoor zegt ze dat ze dat lied heeft geleerd van haar moeders dienstmeid Barbary, die stierf tijdens het zingen, van liefdesverdriet. Nu wordt die naam in moderne edities verhaspeld tot Barbara, maar Barbary, Barbarije, betekende in die tijd de kust van Afrika, waar Afrikaanse piraten Engelse schepen kaapten en Engelse zeelieden gevangen namen. Men kende de verhalen over de rijke hofcultuur van bijvoorbeeld Timboektoe, met zijn traditie van de zanger-verteller, de griot. Door een vrouw die liedjes zong voor Desdemona Barbary te noemen, suggereert Shakespeare dat Desdemona is grootgebracht door een Afrikaanse vrouw en vanaf haar vroegste jeugd haar verhalen en liedjes heeft gehoord.’

Was zij daarom later zo ontvankelijk voor de verhalen van een zwarte man, Othello, en werd ze daarom verliefd op hem?

‘Ja, precies, en daarom wees ze alle andere vrijers af. Barbary wordt in onze voorstelling gespeeld en vooral gezongen door de Malinese zangeres Rokia Traoré, die in zekere zin op haar eigen manier de Afrikaanse griot-traditie vertegenwoordigt. Zij maakt ongelooflijk mooie muziek en is nu een van de grote stemmen van Afrika. Toni en Rokia hebben elkaar in Wenen ontmoet, in 2006, op het New Crowned Hope Festival, dat ik organiseerde met jonge kunstenaars, naar aanleiding van de 250ste verjaardag van Mozart. Ze hebben vanuit Afrika en Amerika intensief samengewerkt aan de tekst en de muziek van Desdemona en ze hebben zo de verwante, maar gescheiden geschiedenissen van de zwarten uit deze twee continenten weer bij elkaar gebracht.’

In het stuk spreekt Desdemona, ouder geworden, ook met Othello en met andere personages. Toch is er maar één actrice, Tina Benko?

‘Zij doet dat virtuoos, al die verschillende stemmen. De mensen die je in je leven ontmoet draag je verder met je mee, je blijft je hele leven met hen in gesprek. Dat gebeurt niet alleen in het dagelijks leven, maar ook in de wereld van de doden. Daardoor kunnen wij nu de verhalen van Othello horen die Shakespeare niet vertelt en we krijgen ook de moeders van Desdemona en Othello te zien, die in zijn stuk afwezig zijn, zoals vaker de moeders bij Shakespeare. Het is een verhaal geworden met vele thema’s en tegelijk een zeer persoonlijk verhaal. Maar we hebben Othello ook naar de 21ste eeuw gebracht. Afrika is niet meer de exotische plek die het in Shakespeare’s tijd was. We hebben Afrikaanse vrienden en Afrika is onderdeel van ons leven.’

Op dit Holland Festival is ook ‘The Gospel According to the Other Mary’ te horen, van John Adams, waarvoor u het libretto schreef. Hoe kwamen jullie op het idee een soort van passieverhaal te maken?

‘John wilde graag een passie schrijven en zelf had ik me diepgaand in de materie verdiept, omdat ik in 2010 met de Berliner Philharmoniker en Simon Rattle de Matthäus Passion van Bach ensceneerde. In de Duitse traditie wordt Bach als de stem van de autoriteit beschouwd, maar voor mij is hij iets heel anders: de stem van vragen stellen, van zoeken, niet van autoritaire meningen. Het gaat om de vraagtekens, niet om dogma’s, hij vermenselijkt het verhaal en stelt belangrijke vragen.

Bach was in zijn tijd eigentijds, hij had het niet over tweeduizend jaar geleden en in The Gospel According to the Other Mary doen wij dat ook. Het gaat over de keuzes die mensen hebben in onze eigen tijd. In Amerika bestaat er nog altijd slavenarbeid, namelijk van de illegale migranten: ze moeten wel, want anders worden ze gedeporteerd. In de jaren zeventig is daar een bittere strijd over gestreden, parallel aan de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King.

Er werden marsen gehouden, soms van duizenden kilometers lang, waarbij missen werden opgedragen en een vaandel met de Maagd van Guadalupe werd getoond. De tactiek was geen verzet te plegen maar de gevangenis in te gaan. Met name de vrouwengevangenissen zaten overvol. Dat zie je nu ook in onze Gospel.

Het libretto van The Gospel According to the Other Mary heb ik samengesteld uit diverse teksten, uit de bijbel, en ook gedichten van de Mexicaanse dichteres Rosario Castellanos, van de Nicaraguaanse dichter Ruben Dario, de middeleeuwse Hildegard von Bingen, de Jamaicaanse feministische schrijfster June Jordan en van Louise Erdrich, de inheems Amerikaanse schrijfster, die net als Maria Magdalena een heel zwaar leven heeft gehad. Het is daarom een enigszins andere kijk op het bijbelverhaal over Jezus geworden.

Het is niet alleen maar een concert, de enscenering is nu af, het wordt een theatervoorstelling in de concertzaal, ik vind het een opwindende ervaring.’

En daarna?

‘In Madrid, bij het Teatro Real van Gerard Mortier, ga ik in november van dit jaar The Indian Queen regisseren, de laatste opera van Henry Purcell, hij stierf tijdens het schrijven ervan, eigenlijk net zoals Barbary in Othello. We gaan gewoon door!’


Desdemona, tekst Toni Morrison, muziek Rokia Traoré, regie Peter Sellars: 11, 12 en 13 juni in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het evangelie volgens John Adams, muziek John Adams, libretto Peter Sellars: 8 juni in het Concertgebouw, rechtstreeks uitgezonden op Radio 4 in het kader van de ZaterdagMatinee.