Shakespeare schreef voor de film toneel

Bart Tromp heeft altijd gelijk. Een paar weken geleden zat hij in Het Parool naast de feiten. Hij noemde de verfilming van Shakespeare’s King Lear, Ran uit 1985, de laatste film van Akira Kurosawa. Dat klopt niet: Kurosawa heeft daarna zijn dromen verfilmd, in de collage Dreams - met een fraaie hommage aan Vincent van Gogh. Voorts beweert Tromp dat Kurosawa niet meer te zien is. Ik kan hem geruststellen. Misschien (nog) niet in de filmhuizen (de retrospectieven komen binnenkort), maar wel op het huisscherm. Kurosawa’s belangrijkste werken zijn op koopvideotapes uitgebracht. Daartoe behoort ook een van de mooiste Shakespeare-verfilmingen, Kumo-no-su-j“, oftewel Het spinnewebkasteel, in de betere videotheek beter bekend als Throne of blood (Troon van bloed), de verfilming van Macbeth, uit 1957.

Die film, met de vorig jaar overleden acteur Toshir“ Mifune in de titelrol van Washizu (lees: Macbeth), had een geweldige opening. In een dikke mist zoemt de regisseur in op een grafmonument, een staccato gezongen koorzang verhaalt over de ondergang van een veldheer. Daarna gaan we terug in de tijd. Twee mannen te paard - hoofdfiguur Washizu en zijn compaan Miki - zijn verdwaald in een bos. Ze vinden er een geslachtsloze figuur, die in een traliehok aan een spinnewiel zit en daar de toekomst van de beide heren voorspelt: de een (Washizu) wordt koning, de ander (Miki) ‘overklast’ uiteindelijk iedereen. De beide heren raken in de war. Kort daarna doodt Washizu de regerende monarch, en wordt automatisch diens opvolger. Zo worden voorspellingen werkelijkheid. Er staat echter nog één voorspelling open: Miki als gedoodverfde opvolger van de nieuwe vorst. Hij moet dood. Daartoe geeft Washizu opdracht. Wat volgt is de sleutelscène van de film.
De nieuwe koning Washizu (Macbeth) geeft een feestelijk diner. Zijn compaan Miki (Banquo) wordt zogenaamd verwacht als eregast. Washizu weet dat hij niet zal komen, nooit meer, wij weten dat ook, de overige personages in deze scène weten van niks. In het openingsshot van de scène zien we de nieuwe vorst en zijn vrouw (Asaji) zitten op een klein podium achter in de grote zaal. Aan de lange kanten van deze zaal zitten hovelingen op een kussen achter een kommetje sake en een matje rijst. In de grote ruimte tussen het podest en de hovelingen danst en zingt een bejaarde toneelspeler, die door Washizu ruw wordt terugverwezen naar zijn plaats langs de wanden. Opeens kijkt de vorst naar het lege kussentje van zijn voormalige compaan Miki. De camera zoomt in op het gezicht van de vorst, die in ontzetting opspringt en achteruit deinst. De camera gaat razendsnel (in een mooie diagonale 'rijder’) terug naar zijn totaalpositie. En opeens zien we, op het zojuist nog lege kussentje, de geheel witgeschminkte en bepoederde gestalte van de (dode) vriend Miki. De vorst schreewt het uit van angst, zijn vrouw kalmeert hem. De camera gaat terug. De geest van Miki is weer weg (of niet) - we weten het niet.
Akira Kurosawa neemt zijn tijd. Hij moet in 1957 al aardig wat films van Alfred Hitchcock gezien hebben (in Japan razend populair), die het spel met de tijd een van de belangrijke ingrediënten van de suspense achtte. Bedienden schenken sake bij, er is rust. Daarna wordt de vorige beweging van de camera exact herhaald (eerst naar de vorst, dan weer terug naar het witte lijk). De reactie van de vorst op die tweede geestverschijning is gewelddadig. Hij trekt zijn zwaard, springt in paniek van het podium en doorklieft de ruimte. Maar door de zich terugtrekkende camera zien wij opnieuw… het lege kussentje. Washizu doorklieft lucht, hij denkt een geestverschijning voor de tweede keer te doden. Omdat de camerastandpunten voortdurend wisselen - naast het objectieve totaalshot zien we de scène door de ogen van de vorst, via de blik van de verbijsterde hovelingen, en zelfs via de dode ogen van de geest. Met een eerbiedwaardige knipoog naar boven lijkt Kurosawa te willen zeggen: dames en heren, Shakespeare schreef in feite voor de film, vier eeuwen vóór die kunstvorm werd uitgevonden. De filmer onderstreept daarmee ook zijn eigen meesterschap. Jammer dat hij nooit de tijd heeft gehad om zich op Hamlet te storten. Het zij zo. En filmhuizen: laat ons dit (en andere meesterwerken van Kurosawa) opnieuw op groot scherm zien.