OPENLUCHTTHEATER

Shakespeares mildheid

Bewijzen kan ik het niet, maar het feit dat William Shakespeare tegen het eind van zijn toneelloopbaan vooral sprookjes vertelde, moet iets te maken hebben met dat zijn eerste kleinkinderen zich aandienden. Hij ging alvast verhaaltjes voor op schoot verzinnen.

Medium phoca thumb l 13 juni 2009 7

The Tempest is op dat terrein het laatste kunstje dat hij alleen schreef en een van de weinige stukken waarvoor hij plot en fabel zelf bedacht. Over de zoetzure, onbloedige wraak van de verdreven politicus Prospero, die met zijn dochter Miranda op een eiland aanspoelt en twaalf jaar nadien zijn vroegere tegenstanders middels noodweer naar zich toe tovert om ze een lesje te leren. De in groepjes op het eiland ronddolende drenkelingen weten van elkaar niet dat ze de massieve storm hebben overleefd. Ze worden door de streken van Prospero’s huissloofje, de luchtgeest Ariël, die van zijn baas heeft leren toveren, stapelkrankzinnig getreiterd. En aan het eind is er soort happy end waarin iedereen los wordt gelaten en de Grote Tovenaar eerst Ariël zijn vrijheid hergeeft en dan aan ons, publiek, vraagt om nu ook hém voorgoed vrijaf te geven – wat de mythe versterkte dat De storm het slotakkoord van de Zwaan van Avon was. De oude maestro (47 jaar jong toen hij dit stuk schreef, vijf jaar voor zijn dood) was warempel mild geworden, of moe misschien van al dat bloedvergieten, al die gevallen koningen en al die mislukte liefdes. De verliefden uit De storm vormen een stel dat je wel een poosje bij elkaar ziet blijven. En de wat wereldvreemde dochter Miranda mag uitroepen dat ze mensen (en met name mannen) toch wel mooie uitvindingen vindt, zeker als het er zo’n hoop bij mekaar zijn.
Theater Het Amsterdamse Bos betovert met De storm voor de vijfentwintigste keer hun Openluchttheater, met die prettige mix van vertrouwde én nieuwe toneelgezichten, een feeërieke vormgeving en een toegankelijke stijl en toon. En met een dankbare rol voor een heus combo onder leiding van Alberto Klein Goldewijk, die muzikaal lekker vet mocht uitpakken (en niet ‘door de tekst heen zit te meppen’, zoals een journalist met wel erg luie oren schreef). Het decor (Stans Lutz) is een juttersparadijs met niches voor elk type malloot, Reier Pos haalt een paar magiërstreken uit met licht die met het vallen van de duisternis zorgen voor betoverend knallende stralenkransen. Je voelt aan je water – of het nu knellend lendenwater, dreigend hemelvocht of meegesjouwd vuurwater is – dat de toneelmakers van het Bos hebben willen uitpakken. In het acteren is dat niet anders. Regisseur Frances Sanders smeedt iedere zomer weer een ijzersterk ensemble uit her en der gewonnen ertsaders van toneelspelerstalent. Sieger Sloot creëert een opvallend jonge Prospero, een vitale man in de kracht van zijn leven, die zijn teksten met verve serveert en ook zijn ongeduld en lichtgeraaktheid toont. Vooral richting Kalibaan, een anagram van kannibaal, de enige autochtone bewoner van het eiland, een fysiek sterke en zijn vuige teksten om zich heen mitraillerende prestatie van Hendrik Aerts. Die bij vlagen – en nog niet vaak vertoond – een in tekst en muzikaliteit watervlug duo vormt met de luchtgeest Ariël, een creatie van de spring-in-het-veld van het ensemble, Bart Rijnink. Komaan, ik noem er nog een: oudgediende Maarten Wansink maakt een prachtig dubbelportret van de treurende koning Alonso en de hupserige drinkebroer Stefano – elegant als Maurice Chevalier, maar wel met een ferme slok op. Shakespeares bruisende poëzie als prosecco in het magische weerlicht van de toneelspelers. Niet missen. En vervolgens op naar de volgende vijfentwintig!

De storm, Theater het Amsterdamse Bos, t/m 9 augustus iedere avond (aanvang 21.30 uur) behalve maandag, www.bostheater.nl

Première
17 juni 2009

Voorstellingen
6 juni t/m 9 augustus 2009 (behalve maandag)

Optie op verlenging tot 16 augustus 2009.

Locatie
Openluchttheater Amsterdamse Bos

Aanvang
21.30 uur

Kassa en Café de Mug
vanaf 18.30 uur geopend