Toneel in het bos

Shakespeares overvloedig zwelgen

Zeventien jaar geleden begon de zomerverliefdheid van regisseur Frances Sanders voor het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos met Shakespeares ‹Driekoningenavond›. Nu is dit stuk er terug — het is immers een onuitputtelijke schatkamer met de deur op een kier, zoals de makers in hun programmaboek schrijven. De ondertitel werd deze keer de titel: ‹Wat u wilt›.

De entourage lijkt in bijna alles op hoe het er in de theaters van Shakespeares dagen moet hebben uitgezien: dezelfde hoeveelheid toeschouwers (ruim tweeduizend per voorstelling), een onbezorgde, informele en van alle plechtstatigheid ontdane sfeer, de geur van drank, tabak en warme hapjes, alle lagen van de bevolking door elkaar heen. Er zijn ook een paar verschillen. Shakespeares eigen openluchtschouwburg lag op de Southbank van de Theems, in de wijk van vermaak en vertier, tussen de bordelen, kroegen en de grasvelden waar openbare executies werden uitgevoerd. En niet te vergeten de wijk van de sportarena’s, waar hanengevechten werden georganiseerd en troepen wilde honden werden losgelaten op geketende beren — het publiek sloot weddenschappen over de afloop. De enige sporten die in het Amsterdamse Bos worden bedreven zijn frisbee-werpen, joggen en sportvissen, in de op een steenworp van het theater gelegen Bosbaan.

Nóg een verschil: er werd in Londen ’s middags gespeeld, hier begint de voorstelling om half tien in de avond — minder Schiphol-lawaai en mooier licht in de finale. En: voor een plaats in Shakespeares Globe Theatre moest toentertijd worden betaald, niet veel overigens — voor het geld dat voor een staanplaats moest worden neergeteld, koop je vandaag de dag een heel gesneden bruin brood. Staanplaatsen waren in Shakespeares dagen in de meerderheid — zo’n vijftienhonderd, in de onoverdekte binnencirkel, The Pit geheten. Op een goed gevulde avond kan deze zomer bijna iedereen in het Openluchttheater van het Amsterdamse Bos zitten, en als je op tijd bent op een kussen van de organisatie. En betalen gebeurt pas achteraf, én vrijwillig, in emmers, hoeden & petten die de acteurs je voorhouden.

Vijf euro per toeschouwer zou mooi zijn, heeft de organisatie voorgerekend, dan komen ze uit de kosten — dit jaarlijkse theaterfeest moet het met bedroevend weinig overheidssteun stellen.

De avond dat ik er ben is het, na enkele verregende en afgelaste voorstellingen, voor het eerst «volle bak», zo stelt Johnny Kraaykamp jr. een uur voor aanvang handenwrijvend en met een tevreden grijns vast. Het is zijn debuut in «het bos» en hij voelt zich duidelijk als een vis in het water — dit grootste theater van Nederland nodigt uit tot groot spelen, «terwijl je wel moet voorkomen dat het ‹Hamburgs klapdeurentoneel› wordt» — zoals-ie vertelde in een AT5-interview. Kraaykamp jr. maakt deel uit van het elfkoppige ensemble (tien acteurs en één musicus) dat de opdracht heeft Shakespeares subtiele spel over de verwarring van verliefdheid nagenoeg zonder elektronische versterking bij ons naar binnen te masseren.

Twelth Night or What you Will is de meest muzikale komedie die William Shakespeare heeft geschreven, en de beroemde openingsregels beloven dat meteen: «Als muziek voedsel voor de liefde is, speel door/ verzuip me in een overvloed en laat me zwelgen/ tot ik ervan kots, tot alle lust me is vergaan/ tot niets dan weerzin rest.» Die tekst is van een hertog in Illyrië, Orsino, verliefd op zijn buurvrouw, gravin Olivia, die zijn avances overigens afwimpelt. Wanhopig zet Orsino zijn laatste troef in: hij stuurt een kersverse knecht, Cesario, als postillon d’amour naar Olivia. En die heeft meteen beet, dat wil zeggen: Olivia valt als een blok voor de jonge knecht. Dat is een probleem, want Cesario is in werkelijkheid het als jongen verklede meisje Viola, onlangs aangespoeld aan de kust van Illyrië, na op het nippertje aan de verdrinkingsdood te zijn ontsnapt. In jongenstravestie dacht ze meer kans van leven te hebben. Haar positie wordt extra gecompliceerd omdat Viola op haar beurt als een blok valt voor haar broodheer Orsino. En de zaak wordt helemaal een kermis van gedaanteverwisselingen op het moment dat Viola’s tweelingbroer Sebastiaan (doodgewaand, maar na de scheepsramp op een ander deel van de kust van Illyrië aangespoeld) opduikt. Als tegen het eind Viola zich van haar travestie mag ontdoen, krijgt iedereen opeens iedereen: zíj huwt met Orsino, Olivia is heel content met de tweelingbroer. Shakespeare speelt in de afwikkeling van zijn plot een vilein spel met de schijngestalten van verliefdheid. Dat gebeurt wel vaker in een happy end van zijn komedies: de huwelijken die daar rap worden geritseld doen het tegendeel vermoeden van «en zij leefden nog lang en gelukkig».

De subplot van Wat u wilt (als vanouds mooi vertaald door Frances Sanders en Martine Vosmaer) is een slim in de hoofdplot versneden clownsnummer. Olivia heeft nóg twee aanbidders. Allereerst is daar Andries, een vriend van Olivia’s oom Tobias. Hij maakt geen schijn van kans, maar dat doet er niet toe: Tobias houdt Andries aan het lijntje vanwege zijn geld. Want Tobias heeft een dure hobby: hij zuipt als een boekanier. De tweede aanbidder van Olivia is haar chef van de huishouding, Malvolio, in taalgebruik en voorkomen een soort kruising tussen Mat Herben en Frans Weisglas, een patjepeeër & kontenkruiper in maatkostuum, een time pleaser zoals die types in Shakespeares dagen werden genoemd. Met zijn arrogante gedrag maakt hij zich met name gehaat hij Maria, het kamermeisje van Olivia (die overigens ook een stil oogje op Tobias heeft). Deze Maria, een wijf uit één stuk en een van Shakespeares mooiste volkskarakters, neemt op een verschrikkelijke manier wraak: ze schrijft een anonieme liefdesbrief waarin Malvolio moet lezen dat zijn bazin ook verliefd is op hem, en waarin ze hem enkele weinig subtiele aanwijzingen geeft met betrekking tot zijn voorkomen. Hij moet zich, als Mat Herben, steken in de pakken van Pim, en hij moet, net als Frans Weisglas doet sinds hij kamervoorzitter is, aanhoudend glimlachen. Ad Knippels, die in deze voorstelling Malvolio speelt, doet nóg iets, wat Shakespeare niet had kunnen bedenken: hij zingt voor zijn bazin Elvis Presleys evergreen Are You Lonesome Tonight. Shakespeare nam via zijn Malvolio grijnslachend wraak op de stedelijke puriteinen van Londen, die hem en zijn theater voortdurend de voet dwars zetten. De voor gek gezette én verklaarde Malvolio neemt in de finale scheldend afscheid. In het Amsterdamse Bos klinkt dat zo: «Ik zal me wreken op jullie allemaal, tuig/ schorriemorrie, vee van Laban, adderengebroed.»

Het decor is van Stans Lutz, en die heeft iets met hoogteverschillen, trappen, spiraalvormige op- en afgangen voor acteurs. Voor Wat u wilt bedacht ze een ingenieuze constructie die veel weg heeft van de onuitvoerbare bouwwerken die de Russische avant-gardist Tatlin in de vorige eeuw ontwierp. Een gigantische gekromde loopplank stelt de acteurs in staat elkaar te bekijken als ze geacht worden niet «op» te zijn, snelle wandelingen «off stage» te maken, van afstand of op grote hoogte commentaar te leveren op de gebeurtenissen op de speelvloer — met haar vormgeving is Stans Lutz medeontwerper van een levendige mise-en-scène. De enscenering van Frances Sanders houdt het goed op elkaar ingespeelde ensemble in een lekker tempo, de vertelling loopt als een tierelier, individuele spelprestaties voegen zich in een mooi georkestreerd geheel. Het is heerlijk om te voelen hoe het publiek mee-ademt, voluit lacht, bij tijd en wijle de adem inhoudt op het ritme van deze mooie en tegelijk ook wrange liefdesgeschiedenis.

Prachtig is de scène waarin de nar Feste — die een venijnige verklanking krijgt van Eva van der Gucht — de verstilde ballade Kom nader dood en neem mijn leven zingt, en Orsino en zijn knecht Cesario (die dus een meisje is) elkaar ondertussen treffen in een onstuimige vrijpartij, waar ze achteraf enorm van schrikken. Of het moment waarop Malvolio ruggelings in de door Maria opgezette valkuil tuimelt — de in hun grijnslach bijkans stikkende observatoren verplaatsen zich razendsnel in een wandelend strandhuisje. Het zijn hilarische hoogtepunten van deze voorstelling.

Wat u wilt speelt nog de hele maand augustus en zal zeker aan kracht winnen. Dat mag ook wel, want hier en daar is ze nogal in zichzelf gekeerd. Veel scènes, die voor de afwikkeling van de plot cruciaal zijn, worden opvallend vaak op de (vanuit het publiek gezien) linkerhelft van de speelvloer gespeeld. Het werkt de verstaanbaarheid nogal tegen, ook omdat nog niet alle acteurs de kunst verstaan om dialogen frontaal het publiek in te slingeren, dus te acteren zonder de dialoogpartner constant aan te kijken. Shakespeare-stukken, en met name zijn komedies, lijken geschreven om schaamteloos en open naar het publiek toe te worden gespeeld. Dan komt de wrange inhoud, in zijn zwelgende overvloed, pas goed naar binnen. En pas dan krijgt de nar Feste gelijk, met zijn laatste tekst: «En wij doen ons best voor u, elke dag weer.» Wat u wilt!

Wat u wilt is nog te zien tot en met 31 augustus (maandag en dinsdag geen voorstellingen) in het Openluchttheater Amsterdamse Bos, aanvang 21.30 uur, ruim op tijd aanwezig zijn verdient aanbeveling.

Bij twijfelachtig weer vindt u informatie op www.bostheater.nl, of telefonisch na 18.00 uur op iedere speeldag: 020-6433286