Commentaar: Genocideberechting

Sharon & co gerust tot hun pensioen

Goed nieuws voor Ariel Sharon, Yasser Arafat en Fidel Castro. Zij zullen voorlopig met rust gelaten worden nu het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft beslist dat er tegen personen in functie geen onderzoeksdaden kunnen worden verricht op basis van de Belgische genocidewet. Wat rest er na de uitspraak van het Hof in Den Haag nog van die genocidewet? Zeggen dat zij geblokkeerd is, zoals enkele Nederlandse kranten koppen, gaat te ver. Het Hof concentreerde zich vooral op de vraag betreffende de immuniteit en liet zo de basis van de wet ongemoeid. Een staatshoofd of minister in functie kan niet voor de Belgische rechtbank verschijnen, blijkt uit het arrest.

Over de grond van de wet sprak het Internationaal Gerechtshof zich niet uit, wat voor de nodige vraagtekens zorgt. Hoe zit het met personen die niet meer in functie zijn en tegen wie een aanklacht loopt voor misdaden die ze tijdens hun functie begingen? Jan Wouters, hoogleraar internationaal recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, heldert de zaken enigszins op: ondanks deze uitspraak resten nog enkele mogelijkheden om zulke personen voor het gerecht te brengen. Een proces kan in eigen land plaatsvinden, of het land kan de immuniteit van de persoon in kwestie opheffen. Maar deze twee opties lijken niet erg waarschijnlijk, omdat regimes niet de gewoonte hebben om de hand in eigen boezem te steken, laat staan het tot een proces laten komen.

Ook zegt het Hof dat een persoon niet vervolgd kan worden voor daden die hij uit hoofde van zijn functie pleegde. Het gaat hier om de zogeheten functionele immuniteit, die ook geldig blijft nadat de persoon zijn functie heeft verlaten. Maar men kan wel berecht worden voor daden die men pleegde in de hoedanigheid van privé-persoon. Dan gaat het over foltering en andere misdaden tegen de menselijkheid die duidelijk niet tot het takenpakket van een staatshoofd of minister behoren. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan dat staatshoofden en ministers die niet meer in functie zijn voor die daden worden berecht.

De Belgische genocidewet verliest misschien een stukje van haar waardigheid, maar wordt zeker geen dode letter. Misschien behoeft zij enkele aanpassingen, zoals ook de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel meent, maar de grond van de wet moet en zal behouden blijven. Hiermee blijft België zijn rol vervullen als voorvechter van de bestraffing van misdaden tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden.