Hoofdcommentaar: Israel

Sharon krijgt zijn zin

Na de vernietiging van de Twin Towers in New York en de aanval op het Pentagon in Washington op 11 september, moet het voor extremistische moslimgroepen niet moeilijk zijn potentiële zelfmoordterroristen te mobiliseren. Voorheen vroeg een jonge zelfmoordactivist zich misschien nog weleens af of het eigenlijk enige zin had zichzelf op te blazen bij bijvoorbeeld een Israëlische militaire commandopost en daarbij wellicht een of twee soldaten te verwonden, of zomaar willekeurige jonge Israëli’s te doden op het strand van Tel Aviv.

Sinds 11 september is echter duidelijk dat het mogelijk is met een goed geplande zelfmoord actie de wereldgeschiedenis te veranderen. Het offeren van je leven kan op die manier een wereldwijde oorlog uitlokken die de verspreiding van de moslimfundamentalistische idealen dichterbij zou kunnen brengen. Het maakt de wereld er niet vrolijker op, en Israël, dat al met zoveel zelfmoordacties te maken heeft gehad, kon verwachten dat het op termijn nog erger zou worden.

De zelfmoordaanslag van zaterdagavond 1 december in Jeruzalem is op verschillende manieren een echo van de aanval op New York van 11 september. Ook nu ging het om de herhaling van een vorige aanslag, met nog meer geweld. Ook hier ging het om een dubbelslag: twee zelfmoordexplosies na elkaar, met nog een derde, een autobom, bedoeld om de reddingswerkers te treffen en af te schrikken. Kinderen van tien tot twintig jaar waren het slachtoffer, jonge mensen die zoals elke week op zaterdagavond in dat voetgangersgebied bij elkaar komen om opgelucht het einde van de strenge sabbat te vieren.

De volgende dag, zondag 2 december, blies een zelfmoord activist in Haifa een stadsbus op, met even verschrikkelijke gevolgen. Die aanslag treft niet alleen door het vreselijke geweld en het grote aantal slachtoffers (vijftien doden en 38 gewonden), maar ook doordat hij plaatsvond in een stad die tot nu toe al te veel geweld gespaard was gebleven: Haifa dus.

Haifa is de enige stad in Israël waar joodse en Palestijnse Israëli’s vreedzaam door elkaar wonen. Niet toevallig werd de bus tot ontploffing gebracht in een joods-Palestijnse wijk. De zelfmoordenaar nam bewust het risico dat er ook Arabische inwoners van Haifa onder de slachtoffers zouden zijn. Misschien om een teken te geven dat vreedzaam samenleven van joden en Palestijnen geen enkele toekomst heeft.

Het heeft weinig zin te betogen dat Israël met zijn geweld dadige politiek tegenover de Palestijnen (het liquideren van activistenleiders, het leggen van mijnen waardoor kinderlevens in gevaar worden gebracht) dit soort acties in de hand werkt.

De tegengestelde redenering is waarschijnlijker. Het kan zijn dat juist vredespogingen Hamas tot actie brengen. In het Israëlische dagblad Ha'aretz geeft de in Ramallah wonende Israëlische journaliste Amira Hass (een van de weinige Israëli’s die werkelijk op de hoogte zijn van wat er onder de Palestijnen speelt) een bericht van Hamas weer waarin expliciet wordt gesteld dat de zelfmoordaanvallen bedoeld zijn om de vredesmissie van de Amerikaanse afgevaardigde Anthony Zinni te saboteren.

Van deze poging de besprekingen tussen Israëli’s en Palestijnen weer op gang te brengen, hadden gematigder Palestijnen en vooral Arafat zelf juist de hoogste verwachtingen, aangezien ze weten dat Bush de Palestijnen goed kan gebruiken in zijn oorlog tegen het terrorisme.

De Hamas-activisten konden dan ook niet beter in de kaart van de rechtse Israëlische premier Sharon spelen dan door verhevigde terroristische acties. Sharon is er natuurlijk niet de man naar deze aanvallen op te vatten als — mede — gericht tegen Arafat. Integendeel, hij verzekerde — op bezoek bij Bush — de Amerikaanse president dat het Arafat is, en niemand anders, die deze aanslagen bedenkt en toestaat. En daarmee kreeg hij de vrije hand.

Zijn eigen kabinetsleden (waaronder de socialistische oud-premier Peres) weten beter en stribbelen tegen. Voor Sharon is dat des te meer reden te verkondigen dat zijn regering zich niet door geweld laat chanteren, en dus zelf een golf van geweld over de Palestijnse steden los te laten met het duidelijke doel Arafat te isoleren en hem zijn bewegingsvrijheid te ontnemen.

Dat zal een paradoxaal resultaat hebben. Sharon kan Arafat fysiek kleineren en verlammen, maar door hem tot Israëls vijand-nummer-één te verklaren, versterkt hij juist diens positie bij de hele Palestijnse bevolking. Zelfs als Arafat door de Israëli’s of op instigatie van hen wordt gedood, zal dat zijn uiteindelijke positie alleen maar versterken.

Maar Arafat rekent in tegenstelling tot zijn Hamas-tegenstanders niet op een glorieus leven-na-de-dood. Hij moet het hebben van succes hier en nu. Sharon dwingt hem tot een shot-down-situatie, omdat hij — misschien terecht — van mening is dat Bush alleen in cowboy termen kan denken.

Hopelijk luistert Bush ook naar verstandiger adviseurs dan alleen Sharon. De situatie is al ernstig genoeg zonder Afghanistan als voorbeeld.