Hoofdcommentaar: Sharon

Sharon moet beteugeld worden

De familie Jaradat heeft haar woning in Jenin op de Westelijke Jordaanoever verlaten en haar toevlucht gezocht bij verwanten. Met twee ouders en zeven kinderen is het gezin niet compleet. De oudste zoon ontbreekt. Vier maanden geleden werd hij samen met een neef abusievelijk gedood door Israëlische troepen. Ook dochter Hanadi Jaradat, 27 jaar en juriste, mist. Ze heeft zichzelf enkele uren eerder opgeblazen in het drukbezochte strandcafé Maxim in Haifa. Behalve zichzelf vermoordde ze nog negentien mensen.

John F. Burns, de verslaggever van de New York Times die de familie bezoekt, vraagt of de Jaradats op een of andere wijze uiting wensen te geven aan medeleven met de slachtoffers van hun dochter. In het vertrek valt een langdurige stilte. Niemand durft te antwoorden. Dan spreekt de moeder. «Vertel hen dat ze zouden moeten bedenken waarom onze dochter dit heeft gedaan», zegt ze, en: «Ze deed het voor het heil van ons volk.» De vader: «Ik kan u vertellen dat onze mensen vinden dat wat Hanadi gedaan heeft gerechtvaardigd is. Sharon treft iedereen. Denkt u zich eens in hoe het is om toe te kijken hoe de Israë li’s je zoon vermoorden, en je neef, hoe ze je huis verwoesten. Ze drukken ons volk in een hoek. Ze provoceren ons tot dergelijke acties.»

Hanadi Jaradat blies zich niet op omdat ze alle joden de zee in wilde drijven of omdat haar god het zo gewild had. Haar familie en zijzelf stellen (in een videoboodschap) dat zij tot haar daad kwam om haar broer en haar neef te wreken. Daartoe meldde ze zich aan bij de terreurgroep Islamitische Jihad, die haar opleidde, van explosieven voorzag en de aanslag opeiste. Haar broer en neef werden dood geschoten tijdens een uit de hand gelopen targeted killing, waarmee Israël zegt terroristen uit te schakelen maar waarbij steeds onschuldige slachtoffers vallen. De bezette gebieden behoren namelijk tot de dichtstbevolkte regio’s ter wereld.

Zelfmoordaanslagen en repercussies hebben geleid tot een wervelstorm van wraak en wederwraak. Soms lijkt het of de storm is gaan liggen, maar steeds zwelt hij weer aan. Dat zal blijven gebeuren zolang er nog iets te wreken valt. Sinds duidelijk is geworden dat het Palestijns-Israëlische conflict een belangrijke inspiratiebron is voor anti-westerse terroristen overal ter wereld hebben met name de VS een enorm belang bij het vinden van een oplossing. Die staat of valt met het doorbreken van de geweldsspiraal. Maar net als in Irak en Afghanistan faalt president Bush ook hier. Vier maanden geleden wierp hij zich op als pleitbezorger van een «routekaart naar de vrede», maar hij beteugelde Israël niet, en hij gaf de Palestijnen niet de middelen om hun extremisten aan te pakken.

Keer op keer laat Sharon het geweld escaleren, zich daarbij bedienend van Bush’ eigen antiterrorisme-retoriek. Sharon ging door met de targeted killings toen met veel moeite een Palestijnse wapenstilstand was bereikt, Sharon ging door met het bouwen van nederzettingen, Sharon zette Arafat buitenspel. Bush slikte het allemaal, en beseft niet dat hij Arafat nodig heeft. Arafat mag dan een totalitair, onbetrouwbaar sujet zijn, hij was de enige die ooit de extremisten eronder kreeg. Toen zijn eigen positie wankelde onder de aanslagen greep hij in. In 1998 slechts negen en in 1999 vier Israëlische doden door Palestijnse terreur. Pas toen Arafat eind september 2000 na de mislukte vredesonderhandelingen in Camp David geen belang meer had bij het intomen van Hamas en consorten, zwol de wervelstorm weer aan. Israëls antwoord was het vernietigen van Arafats veiligheidsdiensten en het verordonneren van zijn uitschakeling.

Het heeft uiteraard niks geholpen. De wervelstorm woedt weer volop, en hij neemt toe in kracht. Sharon greep de zelfmoordaanslag in Haifa aan om een stap verder te gaan. Exact dertig jaar na de Yom Kippoer-oorlog, toen Israël door Egypte en Syrië werd overrompeld tijdens de heiligste der joodse feestdagen, stuurde hij zijn luchtmacht naar Damascus om er een vermeend trainingskamp voor terroristen te bombarderen. De actie was vooral bedoeld om de omringende landen duidelijk te maken dat Israël de macht heeft ze te verpulveren. Eerder al waarschuwde Sharon Iran dat Israël militaire maatregelen zal nemen als het land doorgaat met zijn nucleaire programma. «Voorbereid zijn op oorlog is de enige manier om vrede te bereiken», zei hij afgelopen maandag.

Opnieuw verzaakt Bush. In plaats van Sharon hard aan te pakken omdat hij het Midden-Oosten op de rand van oorlog brengt, weigerde hij de Israëlische aanval expliciet te veroordelen, en benadrukte hij dat Sharon «zich niet beperkt moet voelen in het verdedigen van het vaderland». De wervelstorm wordt er niet minder om, en Bush’ vruchteloze oorlog tegen het terrorisme niet succesvoller. «De wereld is veiliger geworden», sprak Bush desondanks eind september tot de Verenigde Naties. Ook Sharon heeft zijn hersenspinsel. Onlangs werd een groot deel van de enorme muur die hij laat bouwen tussen Israël en de bezette gebieden voltooid, «voor Israëls veiligheid». Maar Hanadi Jaradat wist zonder problemen van Jenin naar Haifa te komen: een blamage voor de Israëlische autoriteiten.

Nog schaamtevoller voor Bush en Sharon zou het moeten zijn dat de verstandigste uitspraak in deze onwijze geweldsescalatie afkomstig is van de vader van Hanadi Jaradat. «Sharon heeft zijn volk veiligheid beloofd zonder vrede», tekende de New York Times uit zijn mond op, «en dat is onmogelijk.»