Hoofdcommentaar: Israel

Sharon tot shalom dwingen

Op een begrafenis hoor je geen zaken te doen. Tegen de achtergrond van de gruwelijke puin hopen van Manhattan is het niet prettig over vrede in het Midden-Oosten te praten. Toch moet het. Niet omdat het probleem van het terrorisme in een keer uit de wereld zou worden geholpen als de geschillen tussen Israël en de Palestijnen zouden zijn bijgelegd. Er zijn meer redenen voor haat tegen het Westen en meer redenen waarom landen en groeperingen hun toevlucht zoeken tot terrorisme.

Het lijkt ook gevaarlijk nu concessies te doen die schijnbaar tegemoetkomen aan de eisen van de — nog altijd onzichtbare — terroristen. Misschien zou dit succes hen kunnen aanmoedigen voort te gaan op hun verderfelijke weg. Maar dat is een misvatting. Als Israël nu gedwongen zou kunnen worden vrede met de Palestijnen te sluiten, is dat geen tegemoetkoming aan de fanatici die de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en Israël willen verdrijven. Door nu vrede te sluiten, worden de gematigde Palestijnen en de pragmatische Arabische landen gesteund die bereid zijn het bestaan van Israël te aanvaarden, mits er een levensvat bare staat voor de Palestijnen naast Israël wordt gecreëerd.

De wereldgeschiedenis maakt soms onverwachte sprongen. Tien jaar geleden, na de Golfoorlog tegen Irak, leken de Palestijnen, die aanvankelijk in de Irakese leider Saddam Hoessein hun redder hadden gezien, al hun kaarten te hebben verspeeld. Toch volgde daarna de vredesconferentie in Madrid waar het meest rechtse kabinet dat Israël tot dan toe kende, werd gedwongen althans het bestaan van de Palestijnen en hun problemen te erkennen. Dat de toenmalige minister-president Shamir door allerlei gechicaneer werkelijk overleg wist tegen te houden, doet daar niets aan af. Het daarna in Oslo ingezette vredesproces leek hoopvol, maar leverde de Palestijnen niets anders op dan een aantal hopeloos versnipperde, militair omsingelde, steeds meer door joodse nederzettingen aangevreten, economisch niet-levensvatbare gebiedjes, waartussen ze nauwelijks konden reizen naar en van hun werk, naar en van hun familie.

De concessies die de Israëlische minister-president Barak vorig jaar in Camp David deed, leken vanuit Israëlisch gezichtspunt wel heel ver te gaan, maar zouden aan de toestand van versnippering en machteloosheid voor de Palestijnen geen einde hebben gemaakt. Het «nee» van Arafat tegenover Barak en Clinton en de tweede Palestijnse Intifada die daarop volgde, hebben de Israëli’s zodanig teleurgesteld dat ze hun meest rechtse houwdegen, ex-generaal Sharon, tot minister-president kozen. Hij is tot geen enkele concessie bereid en hij weet zelfs een begin van een gesprek tussen zijn linkse minister van Buitenlandse Zaken Peres en de Palestijnse leider Arafat keer op keer tegen te houden.

Gelukkig hebben de Amerikanen op dit moment de Palestijnen nodig als bondgenoot, omdat ze anders zelfs gematigde Arabische landen als Egypte niet meekrijgen in de afstraffing voor de aanslagen in New York en Washington. De Amerikaanse druk op Sharon is groot, maar deze stelt zodanige voorwaarden voor een vredesgesprek — 48 uur geen geweld — dat elke kwaadwillende Palestijn met een paar schoten op een bewoonster van de nederzettingen kan bepalen dat er niet over vrede wordt gepraat. Hiermee zijn Israël, de Palestijnen en zelfs de Verenigde Staten gijzelaar geworden van de slechtste elementen in de Palestijnse gemeenschap.

Hoewel het geweld in de bezette gebieden ook volgens de Israëli’s de laatste week aanmerkelijk is afgenomen en Peres heeft gedreigd dat hij «op vakantie zou gaan», zijn de mogelijke vredesbesprekingen toch weer uitgesteld, voor onbepaalde tijd zegt men. Maar eens zullen ze toch moeten doorgaan.

Er zal niet alleen gepraat moeten worden, er zal uitzicht moeten komen op een oplossing die meer betekent dan een versnipperde en krachteloze Palestijnse «autoriteit». Er zal uitzicht moeten komen op een Palestijnse staat op de hele Westelijke Jor daanoever en in Gaza. De joodse nederzettingen moeten worden ontmanteld, Jeruzalem moet daadwerkelijk worden verdeeld en er zal een oplossing moeten worden geboden voor het probleem van de Palestijnse vluchtelingen. Israël zal een zekere morele medeverantwoordelijkheid voor dat probleem moeten aanvaarden — misschien bescheiden aantallen opnemen — en de wereldgemeenschap zal er financieel aan moeten bijdragen dat degenen die niet terugkunnen, worden opgevangen in de landen waar ze wonen, of dat ze kunnen wonen in de nieuwe Palestijnse staat.

Dit alles is onaanvaardbaar voor Sharon en de Likoed, het gaat zelfs te ver voor Peres en de Arbeiderspartij. Maar het is dringend nodig en het is in het belang van Israël dat er langs deze lijnen een oplossing komt. De repercussies van de aanslagen in Amerika kunnen de wereld en vooral het Midden-Oosten in een afschuwelijke geweldsspiraal storten die uiteindelijk het verdwijnen van Israël tot gevolg zou kunnen hebben. Dat is precies wat de terroristen voor ogen staat. Daarom is het geen concessie aan de terroristen om vrede te stichten, het is de enige manier om ze een schijnbare rechtvaardiging uit handen te slaan.