Interview met de Israëlische historicus Ilan Pappé

«Sharon wil zijn klus afmaken»

Anders dan zijn landgenoten gelooft de Israëlische «nieuwe historicus» Ilan Pappé niet in de mythen over het ontstaan van Israël. Hij komt bovendien op voor de Palestijnen. Gesprek met een nestbevuiler.

«Israël is een apartheidsstaat, dat is mijn vaste overtuiging. Maar het zou een staat moeten zijn voor alle burgers. Kan Israël een joodse staat blijven en tegelijkertijd democratisch functioneren? Op den duur zijn de Israëlische Palestijnen geen minderheid meer. En economisch gezien zou Israël een miljoen Palestijnse vluchtelingen kunnen opnemen, maar hoe joods blijft een staat met zoveel niet-joden? Een morele en buitengewoon urgente kwestie, een ideologisch probleem. Ik vind dat we moeten kiezen voor een democratie en dus afzien van een joodse staat.»

Ilan Pappé (1954), verbonden aan de afdeling politicologie van de universiteit van Haifa en actief in de enige Israëlische joods-Arabische partij Hadash, is het meest controversiële lid van de school van de «nieuwe historici» in Israël. Zijn studie The Making of the Arab- Israeli Conflict, 1947-1951 (1992) was een belangrijke bijdrage aan het baanbrekende onderzoek naar de Israëlische «Onafhankelijkheidsoorlog» van 1948. Volgende week spreekt hij in Felix Meritis, Amsterdam.

De nieuwe historici worden in Israël ook wel nestbevuilers genoemd, want zij hebben de stichtingsmythen van de staat Israël naar de prullenmand verwezen. In Israël is Pappé ook bekend als een radicale voorstander van de burgerrechten van de Israëlische Palestijnen en de Palestijnse zaak. Zeker sinds het einde van het vredesproces. De meeste linkse Israëli’s wijten de mislukking van de vredes besprekingen aan de Palestijnse aanspraak op het recht van terugkeer. Net als hun rechtse landgenoten vrezen zij de komst van een groot deel van de 750.000 vluchtelingen en hun vier miljoen nakomelingen. De nationale consensus is dat toelating binnen de grenzen van de joodse staat nationale zelfmoord is.

In zijn huis in Tivon, een paradijselijke plek in de groene heuvels van Galilea, het gebied waar veel Israëlische Palestijnen wonen, vertelt Pappé over de nieuwe historici. «We delen een aantal ervaringen. Tijdens de Jom Kippoer-oorlog in 1973 zijn we allemaal soldaat geweest. We zijn opgegroeid met de ideologie dat we onoverwinnelijk waren. Maar het scheelde een haartje of we hadden in 1973 de oorlog verloren. Daardoor zijn we kritisch naar het verleden gaan kijken. De traditionele Israëlische historici bevestigen de zionistische mythologie, wij halen die onderuit. In de periode 1948-1966 leefden de Israëlische Palestijnen onder een streng militair regime, hadden geen bewegingsvrijheid en werden zonder vorm van proces gearresteerd en gemarteld. Toen werd de basis voor de huidige Israëlische wetgeving gelegd. Neem de wet op het bezit van land. Nu is 97 procent van het land eigendom van de Jewish Agency. Dat land mag niet aan niet-joden worden verkocht. Van de overige drie procent kunnen Arabieren de helft kopen, alhoewel ze bijna twintig procent van de bevolking uitmaken.»

Pappé en enkele Israëlische collega’s hebben regelmatig contact met een aantal Palestijnse historici in Ramallah. Ondanks het huidige geweld werken ze samen aan een boek over de geschiedenis van Palestina. De gangbare Israëlische mening is dat de Palestijnen met hun afwijzing van de opdeling van Palestina in een joodse en een Arabische staat in 1947 een historische kans op een eigen staat lieten lopen. Pappé: «Dat vind ik erg kort door de bocht. De Palestijnen zagen het zionisme als een kolo niale beweging. Bovendien waren de joodse immigranten een minderheid. De Palestijnen dachten nog een tijdje over een andere oplossing te kunnen onderhandelen, maar ze schatten de situatie verkeerd in. Europa wilde een joodse staat uit schuldgevoel om de shoah. Ben Goerion zag zijn kans schoon om zijn droom van een joodse staat te realiseren en bereidde de machtsovername goed voor. Pas op het laatste moment besloten de Arabische landen de nieuwe staat Israël aan te vallen.»

De mythe vertelt over een oorlog tussen een joodse David en een Arabische Goliath. Pappé: «Dat is niet juist. De aantallen Israëlische en Arabische troepen waren min of meer gelijk. Egypte bijvoorbeeld, het land met het grootste Arabische leger, stuurde ongeveer een kwart van zijn manschappen. Jordanië, het beste Arabische leger doordat het door Britten was getraind, stuurde bijna zestig procent van zijn troepen, maar had zeer beperkte militaire doelen. Al voor de oorlog was er een geheim akkoord tussen de joden en de Jordaniërs gesloten om Palestina onderling te verdelen. Alleen over Jeruzalem was geen overeenstemming bereikt. Daar werd om gevochten en om niets anders. Het Jordaanse leger kreeg de Westelijke Jordaanoever in handen zonder een schot te lossen.»

Een belangrijk twistpunt is de vlucht van de Palestijnen. Pappé: «De Palestijnen zouden op de vlucht geslagen zijn omdat ze daartoe door hun leiders werden opgeroepen. Uit The Birth of the Palestinian Refugee Problem, 1947-1949 van Benny Morris uit 1988 blijkt het tegendeel. Volgens Morris werd een groot aantal Palestijnen door de Israëli’s verdreven.» Morris en Pappé verschillen desondanks van mening over de reden hiervan. Pappé: «Morris ziet de verdrijving als een logisch gevolg van de oorlog, ik ga daarentegen uit van een vooropgezet plan. In de jaren dertig had Ben Goerion al plannen voor deportatie gemaakt. Volgens het delingsplan van de VN zouden er bijna evenveel joden als Arabieren in de joodse staat wonen. Maar Ben Goerion wilde de joodse staat zo snel mogelijk de-arabiseren. Voor de komst van de Arabische legers was de operatie al voor de helft voltooid. In maart 1948 ging operatie-Dalet van de joodse strijdkrachten in werking. Volgens dit plan moest het merendeel van de Arabische dorpen vernietigd worden en de bevolking verdreven. De andere dorpen konden hieraan ontkomen als ze een witte vlag hesen. Dezelfde formule werd op de Arabische stadswijken toegepast. Na de oorlog had Israël een groter gebied in handen dan de joodse staat die in het delingsplan was omschreven.»

Volgens de mythe zouden na de oorlog Israëls vredespogingen op Arabische onwil zijn stukgelopen. Pappés onderzoek leidde tot een andere conclusie. Pappé: «In december 1948 nam de VN resolutie 194 aan waarin het recht van terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen werd vastgelegd. Evenals het principe van twee staten voor twee volkeren en de internationalisering van Jeruzalem, zoals al in het delingsplan stond. De Israëli’s waren tegen. Ben Goerion voelde niets voor terugkeer van de vluchtelingen. Integendeel. Hij brak de huizen in de verlaten Palestijnse dorpen af en liet er joodse nederzettingen bouwen. In mei 1949 ondertekenden de Palestijnen en de Israëli’s in Lausanne een protocol op basis waarvan onderhandelingen zouden worden gevoerd. Dit protocol had zowel de delingsresolutie van 1947 als resolutie 194 als uitgangspunt, en dus ook de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen. De Israëli’s hadden geen keus. Ze stonden onder zware Amerikaanse druk en Israëls toelating tot de Verenigde Naties moest nog worden geregeld. Moshe Sharett, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, beschouwde het protocol als een serieuze basis voor onderhandelingen. Maar Ben Goerion gaf opdracht het protocol te ondermijnen zodra het VN-lidmaatschap was geregeld. De Amerikanen waren razend. De Israëli’s hadden geluk. In augustus 1949 kwam er een nieuw pro-zionistisch Amerikaans team naar Lausanne. De Amerikanen hadden onder invloed van de Koude Oorlog een nieuw Midden-Oosten-beleid, de Amerikaanse druk op Israël verminderde en de Lausanne-conferentie werd zonder enig resultaat afgesloten. Ben Goerion had de zaak weer in de hand.»

Lieten de Palestijnen in Camp David vorig jaar een historische kans op een eigen staat liggen?

«Als Arafat in Camp David had getekend, was hij door zijn eigen mensen vermoord en als verrader van de Palestijnse zaak de geschiedenis in gegaan. Barak zei dat hij negentig procent van de Westelijke Jordaanoever wilde overdragen. Maar hij wilde ook de plekken waar tachtig procent van de kolonisten wonen bij Israël houden. Daardoor had hij die negentig procent nooit kunnen waarmaken. Bovendien beslaat Groot-Jeruzalem, dat door Israël is geannexeerd, al een derde van de Westelijke Jordaanoever. Baraks voorstel kwam dus neer op slechts negentig procent van 66 procent van de Westelijke Jordaan oever. Voor Jeruzalem had Barak een beter voorstel. De Palestijnen konden in de buitenwijken van Oost-Jeruzalem hun hoofdstad vestigen en een gedeelde soevereiniteit op de Tempelberg krijgen. Hoewel de Palestijnen méér wilden, was dit Baraks royale gebaar, waarop hij in Israël fel werd aangevallen. Maar Barak eiste ook dat de Palestijnen in ruil voor Jeruzalem het recht van terugkeer zouden opgeven. Daar ging het definitief fout.»

Was er een alternatief?

«Jazeker. Barak dacht dat de zaak beklonken zou zijn als Israël zich voor een deel zou terugtrekken achter de grenzen van 1967. Dat was een misrekening. Want voor de Palestijnen speelt nog een heel ander probleem, het trauma van 1948. De massale verdrijving van Palestijnen is nooit als zodanig door Israël erkend. Ik denk dat een symbolische erkenning door Israël van wat het de Palestijnen heeft aangedaan al genoeg ruimte had geschapen om over een eventuele terugkeer van Palestijnse vluchtelingen in een meer ontspannen sfeer te onderhandelen. Dan had men kunnen werken aan een praktische oplossing: hoeveel Palestijnse vluchtelingen naar een onafhankelijk Palestina, hoeveel naar Israël en een regeling voor financiële compensatie. Ze waren er dan ook met Jeruzalem wel uitgekomen. Barak had ook kunnen voorstellen de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen te laten rusten en in ruil daarvoor alle Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden te ontruimen.»

Hoe ziet u de Palestijnse opstelling in Camp David?

«Er was een Israëlisch-Amerikaans dictaat, de Palestijnen hadden dus weinig in te brengen. Maar ze hadden sterker gestaan als ze met een eigen voorstel waren gekomen. Net als in 1948 waren ze niet goed voorbereid. Arafat stond onder Amerikaanse druk om naar Camp David te komen. Niettemin was het beter geweest als hij de uitnodiging had afgeslagen. De afloop was voorspelbaar. Barak wilde snel scoren om zijn populariteit in Israël te vergroten. Hij droomde ervan de geschiedenis in te gaan als de staatsman die het Israëlisch-Palestijns conflict had beëindigd. Maar hij nam niet de tijd om voorafgaand aan Camp David met Arafat een serieuze dialoog te voeren. Het fiasco lag eigenlijk al in de geschiedenis besloten. In de Oslo-akkoorden was geen clausule opgenomen voor een bouwstop van de Israëlische nederzettingen. Arafat had zich in Oslo moeten realiseren dat uitbreiding van de nederzettingen tot een explosie zou leiden.»

Is de huidige Al Aqsa-intifada een spontane of een geplande opstand?

«De intifada was gepland. Er broeide een volksopstand in de Palestijnse samenleving. En de Tanzim, de militaire vleugel van Arafats Fatah-partij, bereidde een opstand voor. Iedereen wachtte op een goede aanleiding. Sharons bezoek aan de Tempelberg was de lont in het kruitvat. Maar de oorzaak was het Israëlisch-Amerikaanse vredesdictaat en het in Arafats schoenen schuiven van de Camp David-mislukking. Arafat concludeerde dat hij alleen met geweld een betere overeenkomst kon afdwingen. In Taba kwam Bill Clinton weliswaar nog met een beter voorstel, maar toen waren de vredeskansen al verkeken.»

Hoe denkt Arafat zijn doel te bereiken?

«Arafat probeert hulp van buitenaf te krijgen. Hij hoopt de Arabische landen tot een oorlog tegen Israël aan te zetten. Een oorlog met Syrië acht ik niet uitgesloten. Door de sji'itische Hezbollah-guerrilla in het zuiden van Libanon kan het bij de noordgrens van Israël uit de hand lopen. De Syriërs zouden de oorlog van Israël verliezen, dat staat buiten kijf. Niettemin kunnen ze enorme schade aanrichten. Hun raketten kunnen Haifa bereiken. Ze beschikken over dezelfde en zelfs betere wapens dan Saddam Hoessein.

Daarnaast hoopt Arafat op een internationale interventie: een vredesmacht voor de Palestijnse gebieden en de samenstelling van een nieuw vredesteam waarin naast de deel nemers van Camp David ook Europa, Rusland, Jordanië en Egypte zijn opgenomen. Alles hangt af van de Amerikanen. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell heeft in ferme taal zijn ongenoegen laten blijken over het Israëlische nederzettingenbeleid en Israëls schending van de gebieden die onder Palestijns bestuur staan. De grote vraag is of hij Israël echt onder druk gaat zetten. Als de Amerikaanse positie in het Midden-Oosten in gevaar komt, zou Powell daartoe kunnen besluiten.»

Terwijl in de bezette gebieden de spiraal van bloed en wraak doorraast, zijn er nog altijd «intensieve besprekingen» gaande tussen Palestijnse diplomaten en de Israëlische onderhandelaar Yossi Beilin, ex-minister van Justitie en architect van de Oslo-akkoorden. Vorige week meldde Beilin dat er een doorbraak op handen zou zijn in het vluchtelingenvraagstuk, op basis van de besprekingen hierover in Taba. Aan de Jerusalem Report vertelde hij dat de vluchtelingen in overgrote meerderheid zouden moeten terugkeren naar Palestijns gebied, om Israëls «delicate demografische balans» niet te verstoren. Palestijnse onderhandelaars zouden daarmee in Taba hebben ingestemd, evenals met financiële compensatie, die eerder categorisch werd afgewezen. De oplossing van het vluchtelingenvraagstuk zou de weg naar de vrede opnieuw openleggen. Net als ten tijde van de onderhandelingen in Lausanne in 1949. Maar waar Yossi Beilin een moderne Moshe Sharett lijkt, ontpopt Ariel Sharon zich als een hedendaagse Ben Goerion.

Pappé: «Sharon wil de klus afmaken die hij tijdens de Israëlische invasie in Libanon in 1982 onder druk van links liet liggen. Hij hoopt dat veel Palestijnen door het excessieve geweld van het Israëlische leger zullen vertrekken en gaat ervan uit dat de Arabische wereld en de internationale gemeenschap hem zijn gang laten gaan. Als hij gelijk krijgt en de Arbeiderspartij hem slaafs volgt zoals nu gebeurt, wordt dat opnieuw een catastrofe voor het Palestijnse volk. Dat zou het definitieve morele failliet van Israël betekenen.»

Ilan Pappé in Felix Meritis, Amsterdam, reserveringslijn: 020-6231311. Woensdag 6 juni, 20.30 uur: «Een kennismaking met Ilan Pappé, new historian, post-zionist». Zaterdag 9 juni, 10.30-16.00 uur: «Het Israëlisch-Palestijns Conflict: Van historisch perspectief tot een analyse van de actuele situatie», een miniconferentie met medewerking van Ilan Pappé, Mahmoud Issa, Ludwig Watzal en Göran Rosenberg.