Klimaat in het klaslokaal

Shell is al ‘goed bezig’ voor de planeet

Hoe leer je kinderen over zo’n complex en alomvattend probleem als klimaatverandering? In het curriculum komt het onderwerp slechts mondjesmaat aan bod en dat biedt de fossiele industrie de kans om haar eigen lespakketten aan te bieden.

Den Haag, Malieveld, 10 oktober 2018. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en Marjan van Loon (Shell) tijdens het evenement Generation Discover van Shell © Bart Maat / ANP

‘SEE-JO-TWEE WEG ER-MEE! SEE-JO-TWEE WEG ER-MEE!’ Een groep basisschoolleerlingen loopt in een strakke rij door de straten van Amsterdam, op weg naar een van de vele klimaatmarsen die de afgelopen tijd door geëngageerde scholieren zijn georganiseerd. Hun zelfgeschilderde protestbordjes steken parmantig in de lucht, met daarop dezelfde boodschap die ze luidkeels scanderen. CO2, oftewel koolstofdioxide, moet verdwijnen. Het is koren op de molen van de cynische commentatoren, die geloven dat de kinderen geïndoctrineerd zijn door hun deugende ouders, of in elk geval geen benul hebben waar ze voor demonstreren. Weten ze dan niet dat onze planeet zonder het broeikaseffect een onherbergzame ijsklomp zou zijn? Of dat planten CO2 nodig hebben om te groeien? ‘Een lesje biologie kan geen kwaad’, sneerde Thierry Baudet bij Jinek.

Nu zijn slogans tijdens een protestmars doorgaans niet het beste medium om nuances te vangen – ‘We kunnen niet zonder CO2, maar te veel ervan zorgt voor gevaarlijke opwarming, dus dring de uitstoot terug’, bekt nu eenmaal een stuk minder lekker – maar het raakt wel degelijk aan een wezenlijke kwestie: hoe leer je kinderen over zo’n ingewikkeld en alomvattend probleem als klimaatverandering? Scholieren vertegenwoordigen de toekomst waar beleidsmakers zich zo druk om zeggen te maken, zij moeten leven met de gevolgen van de beslissingen die bestuurders vandaag nemen. Op het journaal horen ze over het uitsterven van dieren, een zeespiegel die tijdens hun leven meer dan een meter kan stijgen en de verwoede pogingen van de politiek om een kentering teweeg te brengen. Maar in het klaslokaal komen dat soort thema’s, tot frustratie van veel klimaatspijbelaars, slechts mondjesmaat aan bod.

Aan initiatieven die daar verandering in willen brengen is geen gebrek; er bestaan talloze clubs die duurzaamheid proberen te verankeren in het curriculum en lobbyen voor meer en beter klimaatonderwijs. Veel van die organisaties zijn aangesloten bij de coöperatie Leren voor Morgen, die leerlingen wil ‘voorbereiden op de uitdagingen van de toekomst’, zo vat Linde Berg, projectcoördinator voor het voortgezet onderwijs, de missie samen. En klimaatverandering vormt misschien wel de grootste uitdaging. ‘Op sommige scholen gebeurt er al een hoop op dit vlak, maar het blijft te gefragmenteerd, het is nog niet de standaard. Ik heb vrienden die een lerarenopleiding biologie en aardrijkskunde doen en volgens hen is er schrikbarend weinig aandacht voor duurzaamheid. Dat moet echt anders.’

Kennis voor Klimaat concludeerde in 2012 in een rapport dat er in alle lagen van het onderwijs aandacht is voor klimaatverandering. Aan het eind van de middelbare school moeten leerlingen weten wat het broeikaseffect is en welke rol fossiele brandstoffen spelen in de opwarming van de aarde. Toch bleek onlangs uit onderzoek van Adwin Bosschaart, hoofddocent aan de lerarenopleiding aardrijkskunde van de Hogeschool van Amsterdam, dat het kennisniveau onder derdeklassers te wensen overliet. Nog geen veertig procent wist dat er door klimaatverandering vaker hoosbuien voorkomen in Nederland en nog minder leerlingen gaven het juiste antwoord op de vraag of het gat in de ozonlaag de belangrijkste oorzaak is van het broeikaseffect (nee). De gemiddelde score was een vijf, onvoldoende dus.

Maar zelfs al hadden ze een tien gehaald, dan nog blijft het ontoereikend, meent Berg. ‘Het heeft niet zoveel zin om kinderen alleen te leren over het broeikaseffect. Duurzaamheid gaat over veel meer.’ Dat is direct ook het lastige: het klimaatvraagstuk laat zich niet bij één vak onderbrengen. Het gaat over economie, biologie, natuur- en scheikunde en maatschappijleer. ‘Daarom pleiten wij voor een integrale benadering’, zegt Berg. Ze heeft goede hoop dat het nieuwe onderwijsprogramma dat nu wordt ontwikkeld door de vergadergroepen van Curriculum.nu een stap in de goede richting zet. ‘“Duurzame ontwikkeling” is al aangewezen als een van de vier overkoepelende thema’s.’

Een groep leraren besloot om de uitkomsten van het onderwijsoverleg niet af te wachten en verenigde zich in Teachers For Climate. Net als de spijbelaars van Youth For Climate willen zij dat zowel de overheid als scholen meer doen aan duurzaamheid. ‘Ik hoor de beschuldiging van linkse indoctrinatie al klinken’, zegt mede-initiatiefnemer en dramadocent Mark Boode, ‘maar dat is echt onzin. Wij zijn apolitiek: onze taak als docenten is kennis overdragen en kinderen zelf laten nadenken. Maar daarvoor moeten we hun wel de juiste handvatten bieden. Als bij de economieles de circulaire economie buiten beschouwing blijft is dat een politieke keuze; dan geef je leerlingen niet het volledige plaatje.’

Kennis over het klimaat begint natuurlijk niet bij economie maar bij de natuurwetenschappen. Wie wil begrijpen waarom het verstoken van fossiele brandstoffen leidt tot de opwarming van de aarde zal eerst moeten leren over de geologische geschiedenis van de planeet, de samenstelling van de dampkring en het albedo-effect. Alleen: hoe maak je dat soort inzichten uit de scheikunde, biologie en geologie begrijpelijk voor kinderen? Dat was de uitdaging die kinderboekenschrijver Marc ter Horst zichzelf een paar jaar geleden stelde. Toen hij bij zijn uitgever aanklopte met het plan voor een kinderboek over klimaatverandering reageerde die aanvankelijk weinig enthousiast. Natuurlijk, het was een belangrijk onderwerp, maar ook behoorlijk complex. Zou het niet te saai en te somber worden?

Het vorig jaar verschenen Palmen op de Noordpool mijdt de complexiteit niet en stelt de zaken niet zonniger voor dan ze zijn (‘het slechte nieuws is dat er niet zoveel goed nieuws is als het gaat om klimaatverandering’), maar saai of somber is het allerminst. In klare taal legt het uit waardoor de dinosauriërs zijn uitgestorven, hoe ijstijden ontstaan, waarom het koraal verbleekt en hoe klimatologen onderzoek doen. Het weerlegt zelfs de drogredeneringen van de klimaatontkenners en vertelt hoe deze twijfelbrigade de tactieken afkeek bij tabaksproducenten. ‘Een echt kinderklimaatboek dat niet eens betuttelend is’, vond Trouw. Ook de voorleesopa’s en -oma’s van Grootouders voor het Klimaat zijn dolenthousiast.

‘Ik krijg veel reacties van volwassenen die blij zijn dat dit boek er is’, zegt Ter Horst. ‘Er was gewoon weinig fatsoenlijks te vinden. Kinderboeken over het klimaat gaan al snel over een zielige ijsbeer of een smeltende iglo. Het grotere verhaal werd niet verteld.’ Aan de muur van zijn studio in Nijmegen hangt een grote wereldkaart en in zijn boekenkasten staan schoolboeken waaraan hij zelf een bijdrage leverde. Zeker in het basisonderwijs is er nauwelijks aandacht voor klimaatverandering, merkte hij. En ook op de middelbare school, waar het wel onderdeel is van het verplichte curriculum, verschilt het per docent hoeveel scholieren erover leren. Dat is jammer, vindt Ter Horst: ‘In het onderwijs is er steeds meer aandacht voor vakkenintegratie – nou, als één thema zich daarvoor leent is het wel klimaatverandering.’

‘Je laat McDonald’s ook niet het schoolontbijt verzorgen’, zei een GroenLinks-raadslid

Hij pakt een willekeurig aardrijkskundeboek uit de kast en slaat het open bij de module ‘Klimaatveranderingen’. Er staat een uitleg over het broeikaseffect, een grafiek met de stijgende temperaturen en een stukje over de zorgwekkende bevindingen en voorspellingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc). Daarna volgt een paragraaf over ‘de klimaatdiscussie’, want: ‘Niet iedereen is het eens met de conclusies van het ipcc. Er zijn politici, deskundigen en anderen die betwijfelen of de klimaatverandering het gevolg is van het menselijk handelen.’ In de daaropvolgende alinea’s worden de welbekende argumenten uit het repertoire van klimaatontkenners opgelepeld. ‘Dat is raar’, zegt Ter Horst. ‘Zo wek je de indruk dat er twee gelijkwaardige kampen zijn in de “klimaatdiscussie” of dat er nog serieuze onenigheid bestaat onder klimaatwetenschappers. In mijn boek laat ik zien dat dit een heel kleine minderheid is die te veel aandacht krijgt.’

Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Eerder ontstond er ophef over het spreekbeurtmateriaal van een andere educatieve uitgeverij. Uit de gewraakte passage over klimaatverandering: ‘Het lijkt erop alsof het steeds warmer wordt. Sommige wetenschappers denken dat het de schuld is van de mensen. Maar sommige wetenschappers denken er anders over.’ Na protest heeft de uitgever de tekst inmiddels aangepast. ‘De snelle verandering (van het klimaat) is toch vooral de schuld van de mens’, staat er nu.

‘Het blijft een moeizame discussie’, zegt Linde Berg van Leren voor Morgen. Als coöperatie van samenwerkende organisaties bemoeien ze zich actief met de voorgenomen curriculumaanpassing. ‘Als wij tijdens die bijeenkomsten over duurzaamheid beginnen is er altijd wel iemand die roept: “Het onderwijs mag niet normatief zijn! We moeten de leerlingen zelf laten beslissen wat goed of slecht is.” Nu ben ik groot voorstander van een diversiteit van perspectieven, maar het is wetenschappelijk bewezen dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk handelen en dat gevolgen groot zullen zijn. Dat punt in de discussie zijn we inmiddels gepasseerd.’

‘Wat zou een goede reden zijn om zuinig te zijn met energie?

a) We hoeven niet zuinig te zijn; er is genoeg.

b) Hoe hoger het energiegebruik, hoe meer bos er wordt gekapt.

c) Fossiele brandstoffen raken ooit een keer op.’

Het is niet alsof alle antwoorden ronduit fout zijn. De voorraad fossiele brandstoffen is eindig en de zoektocht naar nieuwe gasbellen of olievelden zorgt inderdaad voor ontbossing, maar het is op z’n minst opvallend dat het belangrijkste argument om minder energie te verbruiken ontbreekt: onze energieconsumptie veroorzaakt broeikasgasemissies, waardoor de temperatuur op aarde tot gevaarlijke hoogtes dreigt te stijgen. Maar misschien wekt deze selectieve keuzemogelijkheid minder verbazing als je weet dat deze quizvraag afkomstig is uit een magazine dat werd uitgedeeld op Generation Discover, een educatief festival uit de koker van Shell.

In 2016 vond het vijfdaagse evenement voor de eerste keer plaats op het Malieveld in Den Haag, waar kinderen van acht tot veertien jaar op een speelse manier over energie konden leren. Er waren spannende proefjes, raceautootjes die rijden op zout water, virtual reality-brillen en een kinetische dansvloer die oplicht in vrolijke kleuren. Voor Shell is het een manier om een nieuwe generatie te enthousiasmeren voor technische opleidingen en beroepen. Wie weet loopt hier de ingenieur rond die ervoor kan zorgen dat Shell de turbulente transitieperiode ongeschonden doorkomt. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, snapt het oliebedrijf.

‘Het probleem is dat de “oplossingen” die Shell aandraagt niet toevallig in het eigen straatje passen’

Voor veel leerlingen is het een heerlijk dagje uit, maar de activisten van Fossielvrij Onderwijs zijn een stuk minder enthousiast. Volgens hen is het festival een gehaaide vorm van kindermarketing en greenwashing. Een achteloze bezoeker krijgt namelijk de indruk dat Shell een duurzaam bedrijf is dat volop inzet op een groene toekomst, terwijl daar in werkelijkheid weinig van te merken is. De investeringen in hernieuwbare energie zijn nog altijd slechts een fractie van de uitgaven aan olie en gas.

Bovendien zijn de ‘lessen’ van Shell eenzijdig en gekleurd. Op het festival konden scholieren puzzels maken over de ‘energiemix’ van 2050, die niet kloppend te krijgen waren zonder een aanzienlijke hoeveelheid fossiele brandstoffen. En bij het reuzenrad stond een informatiebord over gtl, een brandstof gemaakt van aardgas, dat volgens Shell zou helpen om een van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties te halen: ‘betaalbare, moderne en schonere energie beschikbaar maken voor iedereen’. Maar gtl is en blijft een fossiele brandstof en draagt niet bij aan het behalen van het ontwikkelingsdoel. In de eigenlijke tekst van de VN gaat het namelijk over ‘schone energie’, in plaats van schonere. Dat Shell deze formulering bewust verdraaide is misleidende pr, vindt Fossielvrij Onderwijs, dat een klacht indiende bij de Reclame Code Commissie.

De actiegroep ontdekte ook dat het festival tot 2017 een ton subsidie ontving van de gemeente Den Haag. Bij de feestelijke opening van de eerste editie stond burgemeester Jozias van Aartsen naast Shell-directeur Marjan van Loon. ‘Ik ben trots dat het Generation Discover-programma hier in Den Haag aftrapt’, zei hij toen. Onder druk van de milieubeweging heeft het gemeentebestuur inmiddels zijn handen van het evenement af getrokken. ‘Je laat McDonald’s ook niet het schoolontbijt verzorgen’, lichtte een raadslid van GroenLinks de beslissing toe voor de camera’s van EenVandaag. Vandaar dat Shell dit jaar op zoek gaat naar een andere stad die het festival wel met open armen wil ontvangen. Al blijkt dat nog niet zo eenvoudig. Acht partijen in de Amsterdamse gemeenteraad hebben al laten weten dat het Shell-festival niet welkom is in de hoofdstad.

‘Voor ons was de campagne tegen Generation Discover slechts het begin’, zegt Femke Sleegers van Fossielvrij Onderwijs. ‘Daarna kregen we mailtjes van ouders uit Groningen, die zeiden: “Kijk wat onze kinderen op school leren.”’ Op basisscholen in Noord-Nederland deelde de Nam een energiequiz uit waarin de baten van aardgas worden uitgelicht en de gevaren gebagatelliseerd. De gaswinning kan er weliswaar voor zorgen dat de bodem ‘licht gaat trillen’, maar Nederland heeft er toch vooral veel profijt van. Het is geen toeval dat de mailtjes vooral uit Groningen kwamen, denkt Sleegers: ‘Zulke projecten doen energiemaatschappijen op plekken waar ze het meest onder druk liggen. Voor Shell is de politieke hoofdstad Den Haag een logische locatie voor hun festival, terwijl de Nam zich vooral richt op de provincies waar het verzet tegen de gasboringen het grootst is.’

Op fossielvrijonderwijs.nl staan voorbeelden van de subtiele beïnvloeding in het klaslokaal. Nuon die in lesmateriaal benadrukt hoe afhankelijk we zijn van fossiele brandstoffen, de Nam die een Aardgaskrant maakt en Gasunie die samenwerkt met pabo’s. Op het oog is het allemaal redelijk onschuldig. Tijdens hun gastlessen stimuleert Shell de leerlingen juist om na te denken over een duurzame toekomst. Wat is daar mis mee? ‘Het probleem’, zegt Sleegers, ‘is dat de “oplossingen” die Shell aandraagt, niet toevallig perfect in het eigen straatje passen. En ze presenteren het ook nog eens als de enig mogelijke oplossingen.’ Het lesmateriaal bevat de welbekende Shell-boodschap, opgeschreven in kindertaal: wij erkennen de noodzaak van een energietransitie, wij willen daarin een constructieve partner zijn, maar laten we vooral niet te hard van stapel lopen. De komende decennia zullen fossiele brandstoffen hard nodig blijven. Gas is een ‘schoon’ alternatief. En Shell is al goed bezig voor de planeet.

De gevreesde indoctrinatie in de klas komt dus niet per se van deugende docenten, maar vooral van energiemaatschappijen die hun maatschappelijk draagvlak voelen afbrokkelen. Met hun onderwijsactiviteiten proberen ze hun imago op te poetsen, zegt Sleegers: ‘Ze begrijpen donders goed dat de kinderen die nu op school zitten de werknemers, klanten, politici of journalisten van de toekomst zijn. En ze bereiken niet alleen de kinderen, maar ook hun ouders. Die leerlingen komen aan het eind van de dag thuis en vertellen aan de eettafel wat voor fantastisch werk Shell of de Nam verricht. Zo proberen deze bedrijven hun maatschappelijke positie te verstevigen.’

Hoeveel leerlingen precies in aanraking komen met de lespakketten valt moeilijk te zeggen. Het Generation Discover-festival trok vorig jaar bijna 35.000 bezoekers en via het Jongeren en Technologie Netwerk, waarvan Shell een van de initiatiefnemers is, levert het olieconcern op 32 scholen ‘maatwerk om de belangstelling voor wetenschap en techniek te vergroten’. De Nam doet hetzelfde op ten minste vijf scholen in Noord-Nederland. Dat docenten daar dankbaar gebruik van maken, komt ook doordat het energievraagstuk in de reguliere schoolboeken nauwelijks aan bod komt. Een leraar die daar extra aandacht aan wil besteden, is aangewezen op de lespakketten van externe partijen.

Niet alleen energiebedrijven spelen daar handig op in. Ook een milieuorganisatie als Greenpeace biedt lesmateriaal aan, dat het niet altijd even nauw neemt met de wetenschap. Uit een instructievideo voor het simulatiespel Energierevolutie: ‘Als de temperatuur op aarde met een extra graad Celsius stijgt kan heel Nederland onder water komen te staan.’ Het is een voorspelling die op z’n zachtst gezegd flink overtrokken is.

Dat is inderdaad kwalijk, zegt Femke Sleegers van Fossielvrij Onderwijs, al vindt ze de invloed van Greenpeace minder problematisch dan die van Shell. ‘De fossiele industrie heeft commerciële belangen die tegengesteld zijn aan het publieke belang, terwijl veel milieuorganisaties zich juist inzetten voor een schonere wereld. Maar natuurlijk zou het beter zijn als er goede officiële lesprogramma’s worden ontwikkeld en scholen niet meer afhankelijk zijn van private partijen. Dat is ook onze boodschap aan Curriculum.nu: wees niet naïef over de motieven van bedrijven.’

Linde Berg deelt die zorgen, maar waarschuwt tegelijk dat we het kind niet met het badwater moeten weggooien: ‘Shell vertegenwoordigt met haar lespakketten natuurlijk een uiterste. Er zijn zat andere organisaties die veel kennis in huis hebben, bijvoorbeeld over de energietransitie, en dat willen delen met scholen. Daar hoeft niet altijd een schimmige agenda achter te zitten. Als we willen dat leerlingen worden voorbereid op de toekomst is de interactie tussen scholen en de samenleving onmisbaar.’

Zo redeneerden ook de docenten die een oogje toeknepen toen hun leerlingen wilden spijbelen voor het klimaat. De demonstratie was een les maatschappijleer in de praktijk, waarvan scholieren misschien wel meer opstaken dan van de klassieke kennisoverdracht in de klas. ‘De acties zijn een uiting van kritisch en betrokken burgerschap’, schrijft Teachers For Climate op de website. En dat sommige slogans technisch gezien niet helemaal accuraat waren, ach, dat is een extra reden om uitgebreid stil te staan bij klimaatverandering tijdens een lesje biologie.