FNV komt op voor Nederlandse én Poolse arbeiders

Sheriff McCloud en de ongrijpbare Polen

Hoe bescherm je Nederlandse werknemers én bestrijd je uitbuiting van de Polen? De fnv zoekt de oplossing niet meer in het ophogen van de grenzen, maar in gelijke rechten. De Polen blijken echter moeilijk te verenigen.

«Wat nou contract? Toen ik ernaar verwees, zei de vrouw van de baas dat zij er haar kont mee afveegde!» De Pool, in het zaaltje van café ’t Hukske in het Noord-Limburgse Meterik, wil maar zeggen dat er verschil is tussen recht hebben en recht krijgen. Bovendien, zo voegt een van zijn stevige, kaalgeschoren collega’s eraan toe, staat in hun Poolstalige contract ook dat als ze het ergens niet mee eens zijn, ze kunnen vertrekken. Onzin, houdt vakbondsbestuurder Wim Baltussen het publiek voor. «Voor zeuren kun je niet ontslagen worden in Nederland.» Hij heeft deze zondagmiddag heel wat uit te leggen op de door FNV Bondgenoten georganiseerde voorlichtingsbijeenkomst voor Poolse seizoenarbeiders. Hoe hoog het minimumloon is, dat je een loonstrookje hoort te krijgen, over het recht op extra betaling voor overuren, hoe het zit met vakantiedagen. Zo’n veertig veelal jonge Polen, van wie zeker de helft vrouw, horen hem aan. Een groot deel zal straks plaatsnemen in de kerkbankjes tegenover het café voor de massaal bezochte Poolstalige rooms-katholieke mis. Nu gaat het nog even over de aardse beslommeringen. Na enige aarzeling vuren de seizoenarbeiders de ene vraag na de andere af op de aanwezige vakbondsmensen. «Nu snap ik waar dat begrip Poolse landdag vandaan komt», roept Baltussen te midden van het rumoer naar een collega. Achter iedere Pool schuilen tientallen problemen en misstanden, heeft hij van tevoren gezegd. En inderdaad, veel van wat Baltussen vanmiddag vertelt over sociale wetgeving en rechten blijkt volkomen nieuw te zijn voor de aanwezigen. Het leidt tot verontwaardiging, maar ook tot hilariteit. Bijvoorbeeld wanneer Baltussen vertelt over de maximaal toegestane werktijd van gemiddeld 45 uur per week over een periode van drie maanden. De zaal gniffelt.

Het is een onwennige combinatie, de Polen en de vakbond. Maar dat de fnv íets met de nieuwe arbeiders moet doen, is wel duidelijk. De goedkope Poolse werkkrachten zetten de Nederlandse arbeidsverhoudingen flink onder druk en het worden er steeds meer. Vorig jaar verstrekte het Centrum voor Werk en Inkomen (cwi) ruim 26.000 werkvergunningen aan Polen. Zij gingen voornamelijk in de land- en tuinbouwsector aan de slag. In werkelijkheid gaat het om nog veel meer mensen. Zij die zonder vergunning werken, komen niet voor in de statistieken. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de omvangrijke groep «Duitse Polen», die over een paspoort van het buurland beschikt.

Het aantal Polen dat hier werkt zal de komende jaren alleen maar toenemen. Beetje bij beetje opent de overheid de grenzen voor werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten. Per 1 juli kunnen zij eenvoudiger aan de slag in de agrarische sector, de kleinmetaal, het wetenschappelijk onderzoek, de binnenscheepvaart en de visfileersector, zo heeft staatssecretaris Van Hoof (vvd, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) bekendgemaakt. In die sectoren dreigt of heerst volgens de bewindsvoerder al een tekort aan arbeidskrachten. Van verdringing van Nederlanders zal dan ook geen sprake zijn. Oost-Europeanen die in deze sectoren gaan werken, hoeven geen tien weken meer te wachten op de vergunning van het cwi. Ook zijn werkgevers niet langer verplicht om voor vacatures eerst onder Nederlanders of werknemers uit de «oude» EU-lidstaten te werven. Een werkvergunning moet al binnen twee weken rond kunnen zijn.

Het is bovendien nog steeds de bedoeling van het kabinet dat per 1 januari 2007 de grenzen voor deze groep arbeiders helemaal opengaan, dus zonder tewerkstellingsvergunningen. Maar op dat punt heeft de Tweede Kamer aan de rem getrokken, mede onder druk van de vakbonden. Gevreesd wordt voor onderbetaling van Poolse werknemers, valse concurrentie en daarmee verdrukking van vooral lager opgeleide Nederlandse werknemers. Pas als eind dit jaar blijkt dat de staatssecretaris voldoende maatregelen heeft genomen om dat te voorkomen, mogen de grenzen open.

In de praktijk krijgt de overheid moeilijk vat op de Polen, alle regelgeving ten spijt. De politiek loopt achter de feiten aan, weet ook iedereen hier in Meterik. Werkgevers en Poolse en Nederlandse uitzendbureaus slagen er met behulp van meer of minder legale constructies al jarenlang in de goedkope, hard werkende en zelden klagende Oost-Europeanen hierheen te halen. Dat de grenzen hoe dan ook opengaan, erkent ook de fnv. «Daar kun je defensief in blijven, maar we leven nu eenmaal in een globaliserende wereld», stelt Anja Jongbloed, als hoofdbestuurder van FNV Bondgenoten verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaardenbeleid. «De grenzen dichthouden werkt niet, dan gaan mensen hier illegaal werken. Dus hebben we gekozen voor een strategie waarbij we tegelijkertijd iets doen aan de bedreigde Nederlander én aan de uitgebuite Pool.»

Het resultaat van deze koerswijziging is een campagne onder het motto «Gelijk werk, gelijk loon». Door samen te vechten voor gelijke rechten wordt de concurrentie op arbeidsvoorwaarden tussen Nederlanders en Polen bestreden. Daarvoor moet de vakbond wel slagen waar de overheid en de landsgrenzen tot nu toe faalden: grip krijgen op de Polen en hun problemen. Anja Jongbloed: «De arbeidsinspectie moet de wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden handhaven, maar zij kijken niet naar toeslagen en het cao-loon. Ze zien wel toe op de naleving van het minimumloon, maar zelfs daar hebben ze al moeite mee.» Een oplossing kan volgens Jongbloed een soort cao-politie zijn, zoals die er in de bouw met het Bureau Naleving Bouwnijverheid komt. Daarvoor moeten dan wel afspraken gemaakt worden met de werkgevers. «Ik heb er grote vraagtekens bij of zij dat wel willen, zoals de staatssecretaris meent. Als het niet lukt, zullen we Van Hoof daar zeker op aanspreken in november als de door hem genomen maatregelen worden geëvalueerd.»

Uiteindelijk zal het toch vooral de vakbond zelf moeten zijn die misstanden actief aan de kaak stelt. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe ontdek je bijvoorbeeld onderbetaling bij een van de talrijke kleine boerenbedrijfjes in Noord-Limburg die zich eenvoudig aan het zicht van de bond en de arbeidsinspectie kunnen onttrekken? Het aantal Nederlandse vakbondsleden in kwetsbare sectoren als de landbouw is niet indrukwekkend. Er zit dus niets anders op: de vakbond moet de Polen zelf zien te bereiken. Jongbloed: «We moeten naar de bedrijven toe, de campings op, de kerken in op zoek naar de Poolse werknemers.»

De in Meterik sprekende vakbondsman Baltussen gaf vorig jaar het goede voorbeeld. Hij ving in zijn eigen woning Poolse slaplukkers op die na een wilde staking ontslagen en van de camping gezet waren. De Polen hadden geweigerd om na een werkdag van twaalf uur nog eens drie tot vier uur door te werken. In een aantal rechtszaken kregen ze achteraf grotendeels gelijk. Een van hen was «Piotr», een jonge Pool die niet met zijn echte naam in de media wil komen, «want ik wil graag nog een baantje vinden». Hij helpt Baltussen bij het organiseren van de voorlichtingsbijeenkomsten, zoals vanmiddag in ’t Hukske. «Wij Polen worden onderbetaald, krijgen niets extra’s voor overuren en werkgevers vertellen ons niet wat voor rechten we hebben», vertelt hij in de pauze. Hij verwijst naar de aangifte van elf champignonplukkers in het Brabantse Rossum tegen hun baas eerder dit jaar. Nadat de tien vrouwen en één man hun achterstallig loon hadden opgeëist, werden ze naar eigen zeggen ontvoerd en mishandeld. Piotr denkt wel dat Poolse werknemers geïnteresseerd zijn in een vakbond, in ieder geval in voorlichting. «Hopelijk gaan ze dan vragen stellen aan hun werkgever. En misschien komen die daardoor op andere gedachten, zien ze in dat Polen geen slaven zijn maar mensen.»

Toch zijn er volgens Jongbloed tot nu toe slechts twee- tot driehonderd Polen lid geworden van de vakbond. De fnv beraadt zich nu op verdere stappen, zoals een betere samenwerking tussen de Poolse en de Nederlandse vakbonden of zelfs een Europees vakbondslidmaatschap. Dan nog is het niet vanzelfsprekend dat de Polen lid worden van een bond. Niet alleen is dat onder jonge mensen – ook Polen – niet langer vanzelfsprekend. De vakbond wordt door hen sowieso gewantrouwd, zo ondervond ook Baltussen vorig jaar bij de kennismaking met de groep Polen. Hij noemt het achteraf zijn grootste fout: «Ik stelde me voor als vertegenwoordiger van de Nederlandse Solidarnosc.»

De Polen zien veel kleinere misstanden rond het loon en de toeslagen bovendien niet als een groot probleem. Ze verdienen hier nog altijd drie keer zoveel als in eigen land. «En het komt ook door de onderlinge concurrentie tussen de Polen», meent Piotr. «Als eentje zijn baan verliest omdat hij te kritisch is, staat er meteen een ander klaar.» Op sommige punten botst het belang van de vakbond zelfs regelrecht met dat van de Poolse werknemers. Zij willen hier in korte tijd zoveel mogelijk verdienen, zodat ze van dat geld bijvoorbeeld een jaar lang kunnen studeren in Polen. Maar de vakbond wil de regels voor het maximale aantal uren overwerken handhaven. Een jonge eigenaar van een aspergebedrijf die met zijn Poolse vriendin is meegekomen naar de voorlichtingsbijeenkomst – ook hij wil zijn naam niet kwijt – is dan ook kritisch. «Als ik tegen mijn Poolse werknemers zeg dat ik geen overwerk heb of dat het te warm is om ’s middags te werken, zie ik alleen maar lange gezichten. Toch?» Hij kijkt zijn Poolse vriendin aan, die gretig knikt. «Ze willen hier gewoon hard werken, niet op hun luie gat zitten», concludeert hij.

Dat er nog een lange weg te gaan is, blijkt ook op een woensdagavond in bloembollendorp Lisse. In een zaal bij restaurant De Nachtegaal staan vijftig oranje stoelen opgesteld voor een groot scherm. Hier was voorafgaande aan de WK-wedstrijd Polen-Duitsland een bijeenkomst van FNV Bondgenoten voor Poolse seizoenarbeiders gepland, maar het publiek laat het afweten. Bij de ingang proberen fnv-medewerkers Han Westerhof en Marcella Bense een tierende Poolse tolk te kalmeren, wiens mobiele nummer per ongeluk in een folder is beland.

Net voor het spelen van de volksliederen – anderhalf uur nadat de bijeenkomst eigenlijk had moeten beginnen – komen drie jonge vrouwen en een man het zaaltje binnenlopen. In de pauze kan er eindelijk even gepraat worden. Westerhof beent de rokende Polen achterna richting gang. De man blijkt voor een grote supermarktketen te werken, de vrouwen zitten in de schoonmaak. Westerhof vraagt of ze extra betaald krijgen voor overwerk. «Nee?» Voor arbeid in het weekeinde? Opnieuw een vraagteken. «En ’s nachts, moet je dan ook meer betaald krijgen?» vraagt een van de Poolse meisjes in gebrekkig Engels.

Terug in de zaal blijken het niet bepaald diehard voetbalfans te zijn. Er wordt vooral veel gepraat en gelachen. Als na 83 minuten het lekkere ventje Dudka het veld in komt, slaan de stemmen over. Heel anders dan bij de vorige poulewedstrijd van Polen tegen Ecuador, toen er zo’n twintig mensen samen met de vakbond kwamen kijken, merkt voetbalhater Marcella Bense op: «Tijdens het volkslied gingen ze allemaal staan, de Poolse vlag omhoog.» Westerhof doet tijdens de tweede helft fluisterend verslag van zijn eerste Polen-dossier. «Dat speelde pas zo’n vier, vijf jaar geleden. Kaderleden bij Albert Heijn trokken aan de bel. Een Poolse werknemer was ziek, had al een nachtdienst gehad, maar werd vier uur later toch weer opgetrommeld voor een dagdienst.» Een woedende Westerhof stapte daarop naar de filiaalmanager. «Ik zeg: ‹Dit is vandaag nog afgelopen of het staat morgen in De Telegraaf.› Vervolgens ben ik me gaan verdiepen in de materie. In die tijd concentreerden we ons nog vooral op de Turkse uitzendbureautjes. Het is voor ons als bond dus ook nieuw allemaal. We zoeken nog naar hoe we dit het best kunnen aanpakken.» In de arbeidsinspectie heeft hij weinig vertrouwen. «Die doen niets, de economische noodzaak van de Polen is te groot. Terwijl ik, als het hier vanavond druk zou zijn, zo twintig tot dertig dossiers zou vinden. Als ze maar loonstrookjes hebben, anders kunnen we niet hardmaken dat ze onderbetaald worden en zo.» Hij lacht: «Ik voel me wel eens een soort McCloud, die plattelandssheriff uit de serie en de film die in zijn eentje te paard de orde moest handhaven in het criminele New York.»

Na afloop van de wedstrijd weten ook de Polen dat je nog zo dapper kunt spelen tegen de Duitsers, maar dat zij in de laatste minuten zegevieren. Westerhof rouwt er niet lang om. Hij heeft nog even gepraat met de seizoenarbeiders. «Ik heb er één, nu kan ik aan de slag!» roept hij zwaaiend met een loonstrookje. l