Shhh…

Liefde is… Iets vertellen wat je nog niet eerder aan de openbaarheid prijsgaf. Wie je het mooist vindt, het liefst, het best. Zo ben ik zelf geneigd erover te denken, alsof er grote geheimen bestaan die slechts in een enkel oor gefluisterd mogen worden, maar voor je het weet zijn ze je ook zomaar ontfutseld. Gewoon, omdat iemand je een onverhoedse vraag stelt.

Waarom je schrijft bijvoorbeeld. En wat je mooi vindt aan jezelf. Van buiten en van binnen. Ik kreeg deze week studenten op bezoek, en ze vroegen dingen die alleen uit de argeloze mond van een begintwintiger legitiem klinken. Telkens als ik antwoord had gegeven, werd er woordeloos geknikt. Geruststellend, alsof alles wat ik zei ook weer onmiddellijk zou worden gewist, als in een gedicht van Nijhoff.

Ik ken iemand die iedere keer als ze een nieuwe liefde over de vloer krijgt een speciaal kipgerecht bereidt. Daar staat ze, de kalamata olijven in tweeën te snijden terwijl de tomatensaus al pruttelt dat het een aard heeft, de kippendijen liggen te marineren in de knoflook, straks zal de hele boel verorberd worden door iemand van wie nog maar moet blijken of hij het waard is. Ik ken iemand die iedere keer voor een nieuwe geliefde Nine Stories koopt, van J.D. Salinger.

Ik vind het niet lastig om openbaar te maken dat Dit is wat ik je beloof een van de beste verhalen is die ik ken. Het is geschreven door Rob van Essen en het is in zekere zin een veilig verhaal. Met veilig bedoel ik dat het ondiscutabel goed geschreven is, dat het sexy is zonder dat het ongemakkelijk wordt, en droevig zonder dat je er zelfmoord van wil plegen. Ik wil er niks aan afdoen, het is een rijk verhaal in de vorm van een sprookje, zonder de lamheid die je kan overvallen als je een sprookje leest. Als ik een succesvolle Nederlandse film zou willen maken zou ik niet veel anders hoeven doen dan dit verhaal te verfilmen (dit is een geheime wens van mij, ik fluister dit nu in je oor, shhh…).

(dit is een geheime wens van mij, ik fluister dit nu in je oor...)

Toen mij voor een bundeling verhalen werd gevraagd wat ik het beste korte verhaal vond, was het dan ook niet heel moeilijk om met Dit is wat ik je beloof voor de dag te komen. Ik kén dit verhaal, van a tot z, het is tot in de komma perfect, ik heb het ontelbare keren overgelezen en me iedere keer verbaasd over de soepelheid, de verrassingen, en het onrustbarende. Ik zie de film voor me, wat zullen de mensen aan de grond genageld zitten kijken, niet weten of ze moeten lachen of huilen. Mits er de juiste muziek onder wordt gezet, is dit een eeuwiger film dan Turks fruit.

Ik wil er niks aan afdoen, aan dit geheim. Alleen als ik er even over nadenk, blijkt het een geheim te zijn dat ik zonder problemen met anderen deel. Het is niet mijn speciale kipgerecht dat in mijn speciale geval een auberginesoufflé is, iets met veel ei, rauwe ui, en aubergine dus. O en tomaat.

Er bestaan twee verhalen die zo speciaal zijn dat ik ze niet wil delen. Ik wil ze niet eens voorlezen, bang dat ze kapotvallen, bang dat ik me erin verslik, dat ik mezelf verraad. Het eerste verhaal is Latland van Rebecca Lee. Ik pak het nu uit mijn boekenkast, het is opgenomen in Lynx. In mijn herinnering beslaat dit verhaal minstens tachtig pagina’s, en wat blijkt, alle liefde en verraad voltrekken zich binnen 25 pagina’s. Wat het is dat me eraan emotioneert? Het gaat over geheimen, en de speciale Roemeense woorden daarvoor.

Het andere verhaal las ik voor het eerst online, het was verschenen in een Amerikaans tijdschrift, toen het in Nederlandse vertaling verscheen wist ik niet hoe gauw ik het moest kopen, ik ben altijd bang dat ik iets over het hoofd zie in het Engels, of iets misbegrijp. Jarenlang heb ik over aanranding en aanverwante kwesties geschreven in de veronderstelling dat ‘coercion’ medewerking betekende, mijn onthechte kijk op onaangename zaken nam almaar legendarischer vormen aan.

In het Nederlands heet dit verhaal Interessante feiten, het is geschreven door Adam Johnson en het is opgenomen in Als het lot lacht. Nabokov begon een hoofdstuk in Ada met ‘Hangmat! Matras!’ of iets dergelijks – ik kan het niet nazoeken, ik heb het merendeel van mijn boeken in dozen gedaan – maar dit is gewaagder nog. ‘De dingen die er het meest op aankomen houden we zelfs voor onszelf verborgen’, schrijft hij. Ik wil dit verhaal ook gaan schrijven, shhh… knikken en wissen alsjeblieft.