Israel, hoe nu

Shimon Peres

Ik heb een paar woorden kunnen wisselen met Shimon Peres tijdens zijn bezoek aan Parijs, in de loop van een diner dat te zijner ere werd gehouden op de ambassade van Israël. Wat me in hem trof, was een buitengewoon ontroerende mengeling van gelatenheid, intellectuele alertheid en tegelijk politieke gedrevenheid. Het toonbeeld van iemand die ondanks zijn vermoeidheid actief blijft omdat er, in zijn eigen woorden, altijd iets te doen valt. In eigen land ijvert hij niet alleen voor vrede, hij tracht ook de meerderheid voor de vrede te winnen want, zo zegt hij, als hij enkel voor de vrede zou zijn, was hij wel dichter geworden.

Voor Shimon Peres staat politiek gelijk aan de kunst van het haalbare. Die uitdrukking wordt doorgaans in stelling gebracht tegen het idealisme van mensen die langs politieke weg een «betere maatschappij» willen vestigen. Men spoort ze aan zich tot het haalbare te beperken. Daarin ligt de verhevenheid en tevens de dienstbaarheid van het politieke handwerk. Realisme als de kunst van het haalbare, afgezet tegen het idealisme dat de politiek belaadt met gezwollen voornemens in naam van een moreel wereldbee4d en dat buitengewoon kwalijke gevolgen kan hebben.

In Israël geldt juist het tegenovergestelde. Daar dient de kunst van het haalbare als tegenwicht voor de verkramptheid van het heersende realisme en pessimisme. Dat pessimisme is Israëls probleem. Niet het «alles is mogelijk» dat in totalitaire waanzin kan ontaarden, maar het «niets is mogelijk» dat verlammend werkt. Zolang ze in de greep van het pessimisme verkeren, hebben de Israëliërs enkel oog voor de radicale haat, de totale vijandigheid waarvan ze het doelwit zijn.

Shimon Peres weigert zich daarbij neer te leggen. Hij blijft politiek actief in weerwil van zijn ongemeen vooruitziende blik. Misschien, denkt hij, is het Saoedische plan een opening, een venster, een verbreding van het speelveld van mogelijkheden. En inderdaad, voor de Israëliërs die door de intifada en de oningeloste beloften van hun regering het spoor bijster zijn, kan de gedachte dat hun meest onverzoenlijke vijand op middellange termijn naar volledige vrede streeft het allesverlammende pessimisme verlichten. Behalve de diplomatie speelt immers ook de massapsychologie een rol.

Maar telkens wanneer er aanslagen plaatsvinden, wordt het haalbare verbrijzeld en krijgt het pessimisme opnieuw de overhand. Het simpelste realisme met zijn verstikkende werking. Wanneer Israël in het hart wordt getroffen door menselijke bommen versterkt die boodschap het Israëlische extremisme. Een extremisme dat niet voortkomt uit de waan dat «alles mogelijk is», maar dat wortelt in de pessimistische redenering: «Waarom verwachten jullie dat we de nederzettingen ontmantelen? Die lui erkennen geen enkele grens, hun geweld spot namelijk met alle grenzen.»

© l’Arche

Vertaling: Aart Brouwer