Menno Hurenkamp

Shitflats

Iets bracht me een paar jaar geleden naar een dorp in Friesland. De naam van de plaats schiet me niet meer te binnen, maar aan de rand stonden enige boerderijen, in de kern wat supermarkten, bakkers en een enkele bank en de overblijvende gaten werden gevuld door blokjes huizen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Een echt Hollands, pardon: Fries, dorp. Ik raakte er al snel hopeloos verdwaald, zoals dat in een gehucht van dertig straten nu eenmaal gebeurt. Eerst reed ik moedeloos rondjes met de auto. Vervolgens liep ik, want via de brandgangetjes zou ik vast véél gemakkelijker op mijn bestemming komen. Maar niks hoor. En al die tijd niemand buiten die me de weg kon wijzen. Het bekende gezellige dorpsleven voltrok zich die dag binnen. Totdat een deur midden in zo’n keurig rijtje huizen openging en iemand mild spottend zei: dit is nu de derde keer dat je langskomt, je bent vast verdwaald. Het was een zwarte jongeman van mijn leeftijd en nadat hij me had uitgelegd hoe ik moest lopen, gaf hij ongevraagd de toelichting waarvan hij ook wel snapte dat die moest komen. Hij werkte dan wel in Amsterdam, in een coffeeshop, maar hij was het leven daar beu. Te druk, te duur en zijn vriendin wilde ook weg. En ja, hij was de enige Surinamer hier. Ach, dat wende ook wel, en de rest zou hem heus nog wel achterna komen. Dat kon toch niet anders, als je die ‘shitflats’ van daar vergeleek met zijn mooie plek hier.

Trouw berichtte dinsdag over een nog te verschijnen onderzoek van de Erasmus Universiteit en Movisie naar de woonvoorkeuren van allochtone leden van de middenklasse. Die willen weg uit de stad. Ze willen graag nieuwbouwhuizen. Geen creatieve opknaphuizen zoals jonge afgestudeerde stellen willen, geen stijlvolle jaren-dertigpanden waar carrièremakers elkaar mee overtroeven, maar een nieuw huis in een nieuwe wijk, met goede voorzieningen. Er moeten parken zijn, speeltuinen, winkels, niet te veel allochtonen en geen criminaliteit. En laat die moskee maar zitten, ze hebben liever een eigen parkeerplaats voor de wagen.

Om die huizen te vinden, gaan de allochtonen die het een beetje gemaakt hebben graag de grote stad uit. Dat doen ze liever dan dat ze wachten tot hun oorspronkelijke buurt opgeknapt is, van ‘probleemwijk’ tot ‘prachtwijk’ gemaakt is, zoals het jargon tegenwoordig luidt. Waardoor alleen de kansarme allochtonen achterblijven, en het nooit wat kan worden met die ‘prachtwijk’.

Juist. Dat kan zo niet langer. Willen die verdomde allochtonen onmiddellijk ophouden zich te gedragen als Nederlanders? Kan het eens klaar zijn met die voorspelbare reacties?

In de reacties van woningbouwcorporaties en gemeentebesturen op de allochtone middenklasse die de stad verlaat, klinkt teleurstelling door. Ze hebben zoveel goede bedoelingen. Maar wanneer je de plaats waar mensen wonen een ‘probleemwijk’ noemt, of zelfs een ‘afvoerputje’, zoals onder bestuurders ook wel gebruikelijk is, moet je niet vreemd opkijken als mensen hun biezen pakken wanneer ze de kans krijgen. De teleurstelling over het vertrek wordt gevoed door de stille hoop dat er ooit een dag komt waarop er geen gedonder meer is met wijken waar veel arme mensen bij elkaar wonen, dat rijk en arm en wit en zwart elkaar allemaal gezellig in balans zullen houden. Maar die dag komt niet. Die is er vroeger trouwens ook nooit geweest. De pest van emancipatie is dat mensen daarvoor tot last zijn en daarna hun eigen gang gaan.