Hoofdcommentaar

Shock en walging in de video-oorlog

Nieuw genre: de «onthoofdingsvideo». In beeld verschijnen met kalasjnikovs gewapende mannen met bivakmutsen, gekleed in het zwart. Op de voorgrond knielt of zit een slacht offer, vaak geblinddoekt en met vastgebonden handen. Binnen luttele seconden zal hij dood zijn. Weet hij dat? Dan is het moment er. Een van de mannen brengt een mes te voorschijn, pakt het slachtoffer stevig vast en snijdt zijn keel door. Een onwaarschijnlijk grote hoeveelheid bloed stroomt uit de nek van het slacht offer, dat enkele seconden lang op de grond stuiptrekt. Laatste acte: zaag het hoofd af, verwijder het van het lichaam en toon het aan de camera alvorens het terug te plaatsen op de bloedende romp, als een trofee, als bewijs van de overwinning op de vijand.

De executies die gijzelnemers in Irak filmen en op het internet verspreiden, markeren een macabere ontwikkeling: terrorisme als snuff movie. De laatste inschrijving in het «genre» is de onthoofding van de 62-jarige Brit Kenneth Bigley afgelopen vrijdag. In een video die maandag voor het eerst op het net verscheen, is te zien hoe een vermoeide Bigley om zijn leven smeekt. Hij is gekleed in een oranje pak, soortgelijk aan dat van Iraakse gevangenen op Guantanamo Bay. Bigley richt zich opnieuw tot de Britse premier Tony Blair, die volgens hem «blijkbaar niets heeft willen doen» om hem te helpen. Dan springen drie of vier gijzelnemers op Bigley en snijden zijn hoofd af.

De shock en walging bij het zien hiervan representeren terreur in haar zuiverste vorm. De kijker weet heel goed dat de beelden zijn wat ze zijn: het handwerk van gijzelnemers in Irak die optreden in naam van onder anderen de aan al-Qaeda gelieerde militant Abu Musab al-Zarqawi. De onthoofdingsvideo’s hebben een nieuw werkelijkheidsgehalte dat aansluit bij de verslaving van de westerse mens aan realiteitstelevisie. Spelen de gijzelnemers hierop in? Om tot een antwoord te komen, dienen de bronnen te worden ontfutseld waaruit de daders bewust of onbewust putten als zij hun video’s maken. Journalist Robert Fisk traceert de macabere ontwikkelingen terug naar een band waarop Tsjetsjeense strijders een gevangen Russische soldaat de keel doorsnijden en het hoofd afhakken. Volgens Fisk dient deze videoband als voorbeeld voor de nieuwe headsmen in Irak.

Hij heeft ongetwijfeld gelijk. Maar daar komt bij dat de praktijk van het onthoofden als straf, wraak of symbool van de overwinning als een rode draad door de menselijke geschiedenis loopt. Anno 2004 vinden de moslim strijders in Irak het belangrijk hun «trofeeën» tentoon te stellen. Hingen de oude Kelten de op het slagveld veroverde hoofden boven de deurposten in hun huizen, de gijzelnemers hebben het internet als medium om het nieuws van «de overwinning» te verkondigen. Het is deel van de terreurcampagne, van de video-oorlog waarin de snuff movie het belangrijkste propagandawapen is.

«Snuff movie» is een vorm van realiteits televisie die verwijst naar een oude stedelijke legende: video’s zouden ondergronds worden geproduceerd en verspreid waarop te zien zou zijn hoe mensen echt worden verkracht en gedood (snuff betekent «uitzetten»). De legende is door de onthoofdingsvideo’s werkelijkheid geworden. Opvallend is dat het vocabulaire van deze snuff-films overeenstemt met dat van reguliere realiteitstelevisie. Het is allemaal echt, en het wordt zo echt mogelijk in beeld gebracht.

Ten tijde van de aanslagen op het World Trade Center was er nog hoop. Brandweerlieden toonden zich helden die orde in de chaos brachten. Er zijn nu geen helden meer. Er zijn berichten dat de Britse SAS naar Irak is gestuurd om Ken Bigley te bevrijden. Maar dat was meer een wanhoops actie van een regering en een premier die aan het thuisfront met de rug tegen de muur staan als het gaat om de situatie in Irak. De hele wereld zag een huilende Ken Bigley om zijn leven smeken. Deze everyman uit Liverpool werd een tragische held in een vir tueel landschap. Hierin zijn de media «ongelimiteerd», om met de mediasocioloog Todd Gitlin te spreken. Wegens de overdaad aan zenders en de razendsnelle ontwikkeling van internetmedia kun je de media nooit meer uitzetten.

De vraag rijst of de media de terroristen in Irak in de kaart spelen door onthoofdingsvideo’s of delen ervan uit te zenden. Toen de dood van Ken Bigley vrijdag bekend werd, viel het op dat CNN er betrekkelijk weinig aandacht aan schonk. Hier zijn twee redenen voor te bedenken. Ten eerste is een onthoofding in Irak al nauwelijks nieuws meer en ten tweede heeft men in Amerika er kennelijk moeite mee de propaganda van Iraakse strijders uit te zenden. Dat land is immers meer dan Europa «in oorlog». Anders was de situatie in Engeland, waar Sky News de hele dag wijdde aan de dood van Bigley. Welbeschouwd zijn CNN en Sky News in toenemende mate irrelevant. Dat weten ook de producenten van de onthoofdingsvideo’s. Zij hebben goed door dat hun gefilmde handwerk zich als een virus zal verspreiden op het net.

Het doel is bereikt. De kijker/netgebruiker is waar ook ter wereld een slachtoffer. De beelden traumatiseren, ook in verwaterde vorm. Het kijken is dwingend. Dat is de nieuwe realiteit. De wereld is van video gemaakt: digitaal, ruw, onbewerkt, onmiddellijk en afschuwelijk, in alles een snuff movie.