Shockrocker

Het is de term die bij uitstek aan hem kleeft en hem tegelijk het meest te kort doet. Shockrocker. Maar Marilyn Manson heeft aanmerkelijk meer in huis dan het tarten van de gevestigde orde en smaak. De man die zichzelf in de beginjaren van zijn loopbaan liet aanduiden als zowel The Antichrist Superstar als The God of Fuck bewees jaren geleden in zijn autobiografie al zijn fascinatie voor religie en decadentie uitstekend te kunnen duiden, en opschrijven – Manson schreef vroeger zelf voor Rolling Stone.

Medium muziek

In Michael Moore’s Bowling for Columbine was hij voor menigeen dé verrassing: de man die toen nog vooral de schrik was van Republikeins Amerika, wiens muziek in verband werd gebracht met bloedbaden op scholen, bleek een eloquent en geëngageerd denker.

Zijn tragiek is in zekere zin die van alle artiesten wier optredens ook in visueel opzicht een show zijn, bij wie hun podiumpersoonlijkheid neigt naar een alter-ego en die ook nog andere talenten hebben (hij is ook acteur, en speelde onder meer in de gekraakte verfilming van JT LeRoys briljante roman The Heart Is Deceitful above All Things): wanneer het over Marilyn Manson gaat, is dat slechts zelden over zijn muziek. En wanneer dat wél het geval is, is het beeld van zijn muziek doorgaans gebaseerd op zijn doorbraakalbum Antichrist Superstar, toen hij feitelijk nog een protégé was van Trent Reznor. De opvolger Mechanical Animals was een rauwe versie van een glamrock-album, en Manson leek in die tijd even een eigentijdse, rauwere versie van David Bowie te worden. Hij greep in de daarop volgende jaren geregeld terug op het harde geluid van Antichrist Superstar en het nihilistische zwartgallige geluid van dat album, met nummers die klonken als kapotgeslagen flessen, zijn stem vervormd door de effecten. Het album waarop hij zich van zijn meest kwetsbare kant toonde, het onderschatte, donker romantische Eat Me, Drink Me (2007) flopte.

Daarom was de single Third Day Of a Seven Day Binge die zijn nieuwe album The Pale Emperor voorafging zo veelbelovend: hier klonk Manson niet als een kopie van zijn jongere zelf, maar als de gothic versie van de blues. ‘I can’t decide if you’re wearing me out or wearing me well/ I just feel like I’m condemned to wear someone else’s hell.’ Traag, slepend, en met die uit duizenden herkenbare dreinerige stem. Het voorproefje blijkt representatief: The Pale Emperor is een vitaal album, over het algemeen zeker voor Mansons begrippen tamelijk beheerst en ingetogen: op de drie bonusnummers zingt hij zelfs met akoestische begeleiding. De dreiging die zijn muziek in de beginjaren kenmerkte (ook in covers, met name in die van Sweet Dreams (Are Made of These) en I Put a Spell on You) zit niet meer besloten in de overdonderende agressie, maar in de sluimerende zwartgalligheid, de beheerste toon en in zijn teksten, waarin hij ook zichzelf niet spaart: ‘Don’t know if I cannot open up/ I’ve been opened too much/ Double-crossed and glossed over in my pathos.’


Marilyn Manson, The Pale Emperor (Cooking Vinyl)


Beeld: Marilyn Manson (Goodseedpr.com).