Showmaster

De live talkshow dringt langzaam maar onstuitbaar de theaterzaal binnen. Was het voeren van telefoongesprekken op de buhne jarenlang het domein van Margreet Dolman, in de voorstelling De Jantjes van theatergroep Nieuw West werd niet geschroomd respectievelijk majoor Bosschart en Poncke Princen om (levens)advies te vragen. En bij het concert dat de Ebony Band afgelopen zaterdag gaf met muziek van George Handy, werd de zaktelefoon tevoorschijn gehaald om de componist live aan het woord te laten. Uit het onverstaanbaar geknauw werd duidelijk dat hij wurnur hurburs erg dankbaar is.

Van de drie componisten die Werner Herbers met zijn extended Ebony Band uitvoerde - George Handy, Robert Graettinger en Claude Thornhill - is Handy de enige die nog in leven is. Maar vraag niet hoe! Twintig jaar lang was hij verslaafd aan heroine en sinds halverwege de jaren zestig is hij aan de methadon. Een wandelend wrak, zo omschrijft Herbers deze componist van excentrieke big band-muziek. De uitvoering van zijn muziek vormde een vervolg op het grote succes dat de Ebony Band drie jaar geleden in het Holland Festival had met de muziek van Robert Graettinger - ook zo'n avantgardistisch buitenbeentje.
De partituren die Herbers bij Handy thuis onder het stof vandaan heeft gesleept, waren echter een minder grote verrassing dan die van Graettinger indertijd. Nummers als Dalvatore Sally en Hey, Look I’m Dancing zijn goed geconstrueerde stukken en ze geven blijk van een scheppende geest die zijn fantasie de vrije loop laat, maar ze blijven toch vrij dicht bij het conventionele big band- idioom. De melancholische melodieen, zwoele ritmes en bruisende klankcombinaties grijpen in elkaar als een goed geoliede machine; eigenlijk leveren de soms stroeve overgangen - overlappende delen, onverwachte wendingen of knullige verbindingsdeuntjes - de meest interessante momenten op.
Ook Bloos kent van die knarsende punten. Aan de uitgebreide koperbezetting is een handvol strijkers toegevoegd en het duurt vrij lang voor die timbres willen mengen. Als olievlekken op water blijven de ietwat valse violen detoneren, tot het moment dat ze in de zee van kopergeschetter onderduiken.
Hoewel Graettinger en Handy beiden wortelen in de traditie van de vooroorlogse grote swingbands, gaat Graettinger toch een stap verder in het creeren van een eigen klankwereld. Waar de doorsnee big band overstelpend en spetterend is, neemt die bij Graettinger soms monstrueuze proporties aan: een prachtig opgepoetst blaasorkest verandert opeens in een zevenkoppig monster. Zijn muziek is in alle opzichten grillig, extreem, overdadig en hard.
Ook van Robert Graettinger presenteerde Werner Herbers nieuw werk, een serie stukken die hij heeft opgeduikeld in een bibliotheek in Texas en waarvan een groot deel wellicht nog nooit eerder is uitgevoerd. Want Graettinger was het schoolvoorbeeld van iemand die zijn tijd vooruit was en haast visionaire kwaliteiten aan de dag legde. Zo combineerde hij met veel virtuositeit en verbeeldingskracht de wereld van de big band met alle ontdekkingen uit de gecomponeerde muziek. De Suite for Stringtrio and Windquartet vormt een goede illustratie van Graettingers vrijheid in denken. In dit stuk slaagt hij erin een atonaal, complex contrapuntisch vlechtwerk neer te zetten dat zowel de ritmische drive als de kleur en schittering van het big band-idioom behoudt. En een voorbeeld van totaal losgeslagen muziek is An Orchestra uit This Modern World, waarin een instrumentale chaos als een uit de hand lopende verkeersopstopping wordt ontketend.
De Ebony Band zette een wervelend concert neer. Niet alleen speelde het ensemble met verve, er werd erg goed gesoleerd en slagwerker Martin van Duynhoven zorgde voor een solide swingende basis. En bovendien deed Werner Herbers, cool en vlot in zijn presentatie, niet voor een ervaren showmaster onder.