Er komt geen Cambodjatribunaal

Showproces

Onlangs hebben de Verenigde Naties hun pogingen gestaakt om een onafhankelijk Cambodja-tribunaal van de grond te krijgen. Dat is een klap voor de Cambodjaanse bevolking. «Hoe kun je van vrede spreken als er geen rechtvaardigheid is?»

Phnom Penh, Cambodja — «Toen ik veertien was, werd ik door de Khmer Rouge gearresteerd omdat ik gras en paddestoelen had geplukt uit een rijstveld. Ik deed dat voor mijn zus, die zwanger was en al maanden veel te weinig had gegeten. Maar het plukken van gras was verboden omdat zelfs gras toebehoorde aan de Organisatie. Ze arresteerden me, sloegen me met een bijl en stopten me in de gevangenis. Ik zal het nooit vergeten: ze martelden me in het bijzijn van mijn moeder en zij durfde niet te huilen, want ook huilen was verboden.»

Youk Chhang maakte de Khmer Rouge-periode mee als tiener en zette later met financiële hulp van onder meer de Nederlandse regering het Documentation Centre of Cambodia (DC-Cam) op om informatie te verzamelen over het bewind en zijn slachtoffers. Voor hem is het belangrijk om de herinnering aan die tijd levend te houden. Hij verzamelt duizenden verhalen over de gruweldaden.

Het Cambodja van vandaag is nog lang niet hersteld van de gruwelen van de killing fields. Het land wordt gekenmerkt door extreme armoede, ziektes, corruptie en een cultuur van geweld. Dat is niet zo gek als je het recente verleden van het verder zo prachtige land in ogenschouw neemt.

Tijdens het bewind van de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot in de tweede helft van de jaren zeventig kwamen naar schatting twee miljoen Cambodjanen om door honger en terreur. De Rode Khmer achtte deze offers noodzakelijk om een utopische rurale samenleving tot stand te kunnen brengen, waarin geen plaats was voor zaken als onderwijs en geld. Ook niet voor intellectuelen, met hun bezoedelde geest, en voor emoties. De infrastructuur van het land werd grotendeels verwoest, de mensen werden beroofd van hun bezittingen en velen werden vermoord of kwamen om door de honger. Chhang: «Mijn zusje werd ervan beschuldigd rijst te hebben gestolen. De Khmer Rouge wilde bewijs, en daarom sneden ze haar open met een mes om te zien of er rijst in haar maag zat.»

In 1979, nadat het bewind door een Vietnamese invasie ten val was gebracht en de omvang van de gruweldaden tot de rest van de wereld doordrong, lag de vergelijking met de holocaust op ieders lippen. Maar Pol Pot en zijn collega’s zijn, anders dan de nazi-leiders na de Tweede Wereldoorlog in het Neurenberg-tribunaal, nooit voor hun misdaden gestraft. Weliswaar organiseerden de Vietnamese bezetters in 1979 een tribunaal dat de Rode Khmer-leiders, die zich in de jungle hadden teruggetrokken, in absentia veroordeelde, maar dat tribunaal werd van alle kanten afgedaan als een showproces waarvan de resultaten door niemand zijn erkend. De meesterbreinen achter de dood van miljoenen mensen en de trauma’s van de rest van de bevolking lopen meer dan twintig jaar later dus nog steeds vrij rond. Pol Pot zelf stierf in 1998 in de jungle, maar figuren als zijn minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary, het staatshoofd van de Rode Khmer-staat Democratisch Kampuchea, Khieu Sampan, en de beul van de beruchte Tuol Sleng-gevangenis Duch, zijn nog springlevend. En ze hoeven zich niet meer te verbergen in de jungle. Voormalige hoge en lagere Khmer Rouge-leden bekleden vandaag de dag allerlei invloedrijke posities.

In de jaren negentig werden onder auspiciën van de VN-overgangsautoriteit Untac de eerste vrije verkiezingen gehouden en groeide het aantal non-gouvernementele organisaties (NGO’s) exponentieel. Hoewel de regering vandaag de dag wordt gekenmerkt door de intimidatie van tegenstanders en corruptie, bestaat er een vorm van democratie. In dat klimaat werd de roep om berechting van de Rode Khmers steeds sterker, met name na de oprichting van de tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda. De roep om een tribunaal bracht een brede discussie op gang. De huidige regering onder Hun Sen, die zelf lid was van de Rode Khmer totdat hij in 1978 deserteerde en naar Vietnam vluchtte, wil dat de leiders van Democratisch Kampuchea onder het Cambodjaanse rechtssysteem worden berecht. Hiertegen bestaat veel verzet omdat het Cambodjaanse rechtssysteem niet aan de standaarden voor een dergelijk belangrijk tribunaal voldoet: de benoemingen van rechters zijn een politieke kwestie en behalve zeer corrupt zijn de Cambodjaanse rechters slecht opgeleid (aan het einde van het bewind van de Rode Khmer, dat zich richtte op het uitmoorden van hoogopgeleiden, was nog slechts een handvol juristen over. Door het grote tekort aan juristen kregen soms mensen met alleen een lagere-schooldiploma een aanstelling als rechter of aanklager).

De Verenigde Naties maakten zich sterk voor een internationaal VN-tribunaal à la Rwanda en Joegoslavië. Het compromis voorstel van Hun Sen en zijn regering, een gemengd tribunaal met een meerderheid van Cambodjaanse rechters, was voor de VN niet acceptabel en werd begin dit jaar terecht afgewezen. Betrokkenheid bij een onrechtvaardig showproces als dat van 1979 zou de goede naam van de VN alleen maar schaden.

De toekomst van het Rode Khmer-tribunaal is nu onzeker geworden. Hun Sen en de zijnen lijken er alles aan te doen om het eindeloos uit te stellen, bang dat hun eigen rol in Democratisch Kampuchea aan het licht zal komen. En dat terwijl haast is geboden: de leiders van Democratisch Kampuchea zijn oud. Als er binnen een paar jaar geen proces komt, zullen zij, net als Pol Pot, in alle rust overlijden zonder ooit verantwoording te hebben afgelegd voor hun daden.

Maar er zijn meer complicaties. Inmiddels is de legale maximale termijn van het voorarrest van enkele Rode Khmer-kopstukken verlopen, en het ziet ernaar uit dat zij binnenkort worden vrijgelaten. Andere Rode Khmers (in het bijzonder Ieng Sary) beroepen zich op een amnestie die ze ooit van de koning hebben ontvangen. De juridische status van dergelijke amnestieën is nog onduidelijk.

Veel mensen zien het berechten van de Rode Khmers als noodzakelijk om het verleden te verwerken en achter zich te kunnen laten. Pas dan, zo luidt een veelgehoord argument onder de NGO-gemeenschap in de hoofdstad Phnom Penh, is het mogelijk een ware democratische rechtsstaat op te bouwen in Cambodja. Chhang: «Momenteel kun je in dit land niet van een rechtsstaat spreken. Er is veel corruptie en geen echte democratie. De bevolking heeft geen enkel vertrouwen in het rechtssysteem. Een eerlijk en geloofwaardig tribunaal is nodig om het recht weer te laten regeren in Cambodja. Hoe kun je een dief ervan overtuigen dat hij gestraft moet worden, als de moordenaars van twee miljoen landgenoten nog vrij rondlopen? Het is moeilijk om het recht te handhaven als de grootste schenders van mensenrechten nooit zijn gestraft. Op deze manier zijn de Cambodjanen gijzelaars van het verleden. Pas als de Rode Khmer voor hun misdaden worden gestraft, zal het vertrouwen van de bevolking in het systeem herwonnen kunnen worden. Cambodjanen hebben geen helden en voorbeelden meer. Ze hebben meestal niet eens meer vaders.»

Het ontbreken van vertrouwen in de politiek maakt het moeilijk om het systeem te verbeteren. Chhang: «In het Cambodjaans betekent het woord ‹politiek› hetzelfde als ‹valsspelen› of ‹bedriegen›. Hier bestaat geen politieke wetenschap, enkel propaganda. De toch al schaarse informatie in de media en in schoolboeken over de Rode Khmer is dan ook een mengsel van feiten en propaganda. Het is daarom belangrijk dat de waarheid boven tafel komt en wordt bewezen tijdens een tribunaal. Men wil weten wat er precies is gebeurd, en belangrijker, waarom het is gebeurd. Pas dan kan de opbouw van een democratische rechtsstaat echt beginnen.»

Misschien nog wel belangrijker dan de behoefte aan waarheid is, de behoefte aan rechtvaardigheid. Ok Serei Sopheak, voormalig regeringsadviseur en oprichter van het Center for Peace and Development, dat zich bezighoudt met de herintegratie van voormalige Rode Khmer-kaders in de samenleving: «Ik hoop dat de leiders van de Rode Khmer eindelijk in het openbaar hun fouten zullen toegeven en er de verantwoordelijkheid voor zullen nemen. Het is belangrijk dat de verantwoordelijken schuldig worden bevonden en worden gestraft.»

Wanneer de democratie en het rechtsstelsel zijn gevestigd, zo vervolgen Chhang en Sopheak, zullen de ontwikkeling van Cambodja en de welvaart volgen. Chhang: «De ontwikkelingshulp die het land nu ontvangt, is het gevolg van een kortetermijnvisie. Er vindt nauwelijks monitoring van de besteding van de hulp plaats. Politici maken hier misbruik van, en zolang er corruptie bestaat en het rechtssysteem niet in orde is, zullen zij dit blijven doen. Een tribunaal is daarom nodig voor de ontwikkeling van Cambodja.»

Toch is niet iedereen het eens over de heilzame werking van een proces voor de leiders van Democratisch Kampuchea. Sommige Cambodjanen vrezen dat het tribunaal enkel oude trauma’s naar de oppervlakte brengt, die beter kunnen worden vergeten en — erger — een bedreiging voor de vrede vormen. Vooral in de internationale media worden dergelijke zorgen geuit: wat als de Rode Khmer zich verzetten tegen het proces, en opnieuw de wapens opnemen? De NGO-vertegenwoordigers in Phnom Penh maken zich daar geen zorgen over. Lao Mong Hay was in de jaren tachtig ambtenaar, maar raakte gedesillusioneerd door de corruptie in regeringskringen, waarna hij het Khmer Institute for Democracy oprichtte. Hay weet het zeker: «Het tribunaal zal geen burgeroorlog ontketenen. Men heeft genoeg van oorlog. De Rode Khmer kunnen geen grote groepen meer mobiliseren, en mensen zijn bezig met hun dagelijks leven. Ze hebben net een bestaan opgebouwd, en ze zullen dat niet zomaar weer opgeven. Ik heb Rode Khmer-leiders en voormalige kaders gesproken. Ze zeggen: ‹Wij gaan absoluut niet terug naar de jungle.› Ze hebben slechte herinneringen aan de guerrilla in het oerwoud, waar ze te weinig te eten hadden en werden opgevreten door de muggen.»

Mensenrechtenactiviste Kek Galabru, oprichtster van het instituut Licadho, zegt: «Een burgeroorlog? Niet meer. Maar van vrede kun je in deze situatie ook niet spreken. Want hoe kan er vrede zijn als er geen rechtvaardigheid is? Veel mensen zijn bang. Veel misdaden blijven ongestraft. De Rode Khmer-leiders zijn hier een goed voorbeeld van. Het tribunaal is daarom nodig om een heuse, stabiele vrede te bereiken.»

Een ander probleem is dat veel voormalige lagere Rode Khmers inmiddels een normaal bestaan hebben opgebouwd. Hun dorpsgenoten weten vaak niet van hun verleden af. Deze situatie wordt nog ingewikkelder gemaakt door het feit dat veel lagere Rode Khmer-leden vaak werden gedwongen tot het plegen van hun misdaden. Zij waren meestal nog maar veertien of vijftien jaar, en werden geïndoctrineerd en met de dood bedreigd als ze hun opdrachten niet zouden uitvoeren. Deze mensen, nu dertigers en veertigers, zijn dader en slachtoffer tegelijk. Ze worstelen met zowel trauma’s als schuldcomplexen. Er is geen sprake van dat deze lagere kaders zelf voor het gerechtshof zouden moeten verschijnen; het hof zal alleen de mensen verantwoordelijk houden die de opdrachten uitvaardigden en het brein achter het bewind waren.

Maar het is moeilijk te voorspellen wat een tribunaal, dat alle herinneringen uit de tijd van Democratisch Kampuchea zal oprakelen, met deze mensen zal doen. En wat is de reactie van hun buren als hun betrokkenheid tijdens een tribunaal bekend wordt? Hay: «Cambodjanen zijn niet gewelddadiger dan andere mensen. Op dit moment zijn ze alleen maar bezig met voor zichzelf een bestaan op te bouwen. Ze nemen niet zomaar op eigen houtje wraak. Het tribunaal zal de waarheid aan het licht brengen en ons daardoor zuiveren van schuld- en wraakgevoelens. Slachtoffers en lagere Rode Khmer-kaders zullen hun verhaal kwijt kunnen. In het door mijn organisatie voorgestelde model zal er naast het tribunaal voor de kopstukken een soort waarheidscommissie zijn. Lagere Rode Khmer-leden moeten daar hun verhaal vertellen om gevrijwaard te worden van strafvervolging door het reguliere rechtssysteem. Nadat men elkaars verhalen heeft gehoord, zal een begin gemaakt kunnen worden met vergeving en de integratie van de Rode Khmer-kaders in de samenleving.»

Ondanks deze pleidooien voor een Rode Khmer-proces zijn de NGO-vertegenwoordigers het erover eens dat helemaal geen tribunaal beter is dan een tribunaal in de vorm zoals voorgesteld door de regering in het door de VN afgewezen compromisvoorstel, dat nu als wetsontwerp bij het parlement ligt. Dat voorstel vormt geen garantie voor een onafhankelijk en eerlijk proces, het zou slechts een verkeerd precedent scheppen en de standaard voor een verbeterd rechtssysteem in Cambodja verder verlagen. Dit is ook de reden dat de VN zich uiteindelijk terugtrokken. In NGO-kringen in Phnom Penh begrijpt men echter niet waarom de VN zich zoveel gelegen lieten liggen aan de Cambodjaanse regering. De tribunalen voor Rwanda en Joegoslavië werden toch ook opgezet buiten de regeringen van die landen om? Lao Mong Hay wordt er emotioneel van: «Het is discriminatie. Waarom mogen Rwandezen en Bosniërs wél een internationaal tribunaal en Cambodjanen niet? Zijn wij soms tweederangs wereldburgers?»

Volgens Hay schendt de tribunaalwet bepaalde rechtsprincipes, zoals de niet-retroactieve werking van de rechtsgang en het recht om een eigen advocaat aan te wijzen. Hay: «Waarom moeten de internationale rechters worden benoemd door de Cambodjaanse autoriteiten? De aanklager blijft bovendien Cambodjaans en die is minstens even belangrijk: hij beslist wie wordt aangeklaagd! We willen een internationale openbare aanklager die de hele mensheid vertegenwoordigt. We hebben het hier over misdaden tegen de mensheid en daar horen we allemaal bij. Dit gaat veel verder dan Cambodja alleen. Het minste wat de VN kunnen doen, is zorgen dat het tribunaal aan internationale standaarden voldoet. Daar is die organisatie toch voor?»

De reden dat de VN dit niet doen, is volgens Hay puur politiek. Ze zouden bang zijn voor de reactie van China, de grote supporter van de Rode Khmer. Ook zouden de VN wel eens bang kunnen zijn voor wat er tijdens het proces wordt gezegd over hun eigen rol. De Cambodjaanse zetel bij die organisatie werd namelijk nog jaren na de val van het Rode Khmer-bewind bekleed door Pol Pots rechterhand Ieng Sary. Hay: «VN-onderhandelaar Hans Correl kwam hier met een groep politieke adviseurs, en ik vroeg hem: ‹Waar hebt u die voor nodig? Dit is toch een juridische kwestie?› Hij antwoordde dat het bedrijven van politiek nooit vermeden kan worden. Hij vroeg ons om hem te vertrouwen en nog niet te bekritiseren voordat hij een overeenkomst met de regering had bereikt. Maar toen die overeenkomst was gesloten, werd ze geheim gehouden! Wij konden geen mening vormen over het voorstel. We voelden ons bedrogen. Hiermee is de standaard van ons rechtssysteem voorgoed verlaagd.»

Hays instituut wil een meerderheid van internationale rechters, plus een internationale aanklager: «Dat is de enige manier waarop dit een onafhankelijk en eerlijk tribunaal kan worden. Ik heb ook familie verloren tijdens de Rode Khmer-periode. Het opzetten van een eerlijk tribunaal is de plicht van de overlevers en de levenden tegenover de doden.»