Simons & wiegel

Het lijkt wel afgesproken werk, zo symbolisch is het feit dat het tijdstip van terugtreden van staatssecretaris Simons van Volksgezondheid nagenoeg samenvalt met het moment van aantreden van Hans Wiegel als opperhoofd van de gefuseerde landelijke organisaties van ziekenfondsen (VNZ) en particuliere ziektekostenverzekeraars (KLOZ).

Het is tekenend voor de gewijzigde machtsverhoudingen in de gezondheidszorg. Waar Simons’ vaandelvlucht het politieke onvermogen onderstreept om greep op dit complex te krijgen, is Wiegels verschijning een uitdrukking van het feit dat de verzekeraars definitief het initiatief hebben overgenomen.
Het was de commissie-Dekker die in 1987 de verzekeraars wakkerschudde. De regels die van de verzekeraars tot op dat moment min of meer routineuze administratiekantoren hadden gemaakt, moesten op de helling. Er moest meer concurrentie komen, de markt moest orde op zaken stellen, aldus Dekker en later zij het wat beschaafder Simons.
Deze oer-kapitalistische logica bleek echter in verzekeringsland een heel andere dynamiek op gang te brengen, namelijk de wet van het spreiden van risico. Die wet komt erop neer dat de potentieel hoge kosten per individuele verzekerde alleen kunnen worden gedragen als dat risico wordt gespreid over zo veel mogelijk verzekerden. Ziekenfondsen (met de hoogste-risicogroepen in hun gelederen) begonnen daarom onmiddellijk na het verschijnen van het rapport-Dekker samenwerking te zoeken met elkaar en met particuliere verzekeraars. In plaats van een hevige concurrentieslag begon in verzekeringsland een periode van flirten en verloven, en sinds een paar jaar volgen de huwelijken elkaar snel op.
Inmiddels zijn er nu zes grote kartels gevormd, die per groep meer dan een miljoen verzekerden tellen. Deze Grote Zes verzekeren in totaal ruim negen miljoen mensen, ongeveer twee derde van het totaal. Daarmee is een enorm machtsblok ontstaan, waarvan de mediagenieke Wiegel nu de spreekbuis is.
De maatschappelijke rekening van deze omslag in de gezondheidszorg zal zeker niet goedkoper zijn. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zullen weliswaar naar meer doelmatigheid streven, maar dat heeft eerder te maken met het bewaken van het eigen rendement dan met het drukken van de collectieve lasten. De centrale kas zal elk jaar tot de bodem worden leeggehaald en de extra rekeningen zullen door de brievenbus van WVC blijven dwarrelen. Feitelijk is dat de treurige uitkomst van de politieke adempauze in de besluitvorming over de gezondheidszorg waartoe dit kabinet heeft besloten, terwijl de andere partijen in de zorg ondertussen hun machtsposities verder uitbouwen. Voor een nieuwe staatssecretaris zit er nu weinig anders op dan te dansen naar het pijpen van Wiegel. Misschien heeft dat vooruitzicht Simons uiteindelijk wel doen besluiten zijn politieke heil weer in Rotterdam te gaan zoeken. Het zal in ieder geval nog moeite kosten om in het volgende kabinet een geschikte opvolger te vinden.