Simpel lijkend idee levert het beste, meest indrukwekkende corona-programma op

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek in De Groene kan bespreken. Deze week: Frontberichten.

‘Frontberichten’, BNNVARA

Op vrijdag 20 maart, drie dagen nadat velen op balkons en vanuit ramen hadden geapplaudisseerd voor mensen in de zorg, kwam BNNVARA met een nieuw programma: Frontberichten. Geniaal van eenvoud: vraag mensen die professioneel direct of indirect met de calamiteit te maken hebben om vlogs over hun werk op die dag te sturen en monteer die tot een ‘collectief dagboek’ van nog geen kwartier. Term van schrijver Walter Kempowski, die het kolossale, meest indringende, verpletterende en genuanceerde beeld van de Tweede Wereldoorlog componeerde nadat hij via advertenties ontelbare egodocumenten had verzameld. Het slotdeel van zijn magnum opus Das Echolot (2005), dat aanvankelijk gehoond en gekritiseerd maar uiteindelijk bejubeld en bekroond werd, verscheen recent in Nederlandse vertaling als Zwanenzang 1945, en kreeg ook hier lovende recensies.

Nee, Geertjan Lassche, die Frontberichten bedacht en regisseerde, is geen Kempowski (wel een geweldige documentairemaker), en deze strijd tegen corona mag om veel redenen geen oorlog heten, maar zijn simpel lijkende idee leverde in mijn ogen het beste, meest indrukwekkende corona-programma op. Belangrijk voor alle beroepsuitoefenaars die met hun poten in de modder stonden, maar vooral voor de kijker, die indringend geconfronteerd wordt met wat dat van deze mensen vraagt en daarmee vooral met het belang (en de zwaarte) van medische zorg, van apothekersassistent tot ic-specialist, van schoonmaak, onderwijs, logistiek, handhaving, kabinetsleden en ga maar door. Deels vertegenwoordigers van onzichtbare, zo niet onderschatte beroepen, cruciaal voor een samenleving. Geconfronteerd wérd, want zondag is de laatste uitzending, gevolgd door een epiloog waarin met een aantal vloggers wordt nagepraat. Frontberichten is een van de drie genomineerden voor de Nipkowschijf.

Om de gedachte te bepalen: in de eerste aflevering kwamen achtereenvolgens Young Kon, Cindy, Gor, Aukje, Annelies, Arie, Sophie en Annette aan het woord. Van huisarts tot begrafenisondernemer, van schooljuf tot minister. Bij de ic-verpleegkundige stond de afdruk van het kapje nog diep in het gezicht; de juf stond bedremmeld in een kinderloze school; de huisarts zwalkte tussen angst om zijn gezin te besmetten en plicht en wil om de strijd aan te gaan (de wijzer sloeg door naar extra diensten nemen!); de verpleegkundige hematologie vertelde hoe klein de weerstand van haar patiënten door chemo was en hoe extra belangrijk het nu was hen te beschermen, en dat familieleden dus geen toegang meer hadden; de minister liet weten welke impact de instorting van collega Bruno had, maar ook hoe gemotiveerd de hele ploeg doorging (en daar was niets onaangenaam politieks of ongeloofwaardigs aan); de spoedeisende-hulp-arts beschreef de bittere werkelijkheid van ‘het leven’ dat doorgaat als iedereen op corona is gefixeerd en de binnengekomen patiënt met ernstige buikpijn een grote tumor blijkt te hebben, wat leidt tot een acuut slecht-nieuws-gesprek; de vermoeide verpleegkundige hematologie kan eindelijk naar huis, maar gaat eerst langs school om de kinderen op te halen – school? vraagt ze zelf, om daarna te laten weten dat háár kinderen inderdaad wel werden opgevangen (opvallend hoe sterk deze mensen als verteller vaak zijn, wat geheid met de selectie door de makers van doen heeft, al zal zelfselectie vast ook een rol spelen); de huisarts vertelt hoe hij er tegenop zag zich in maanpak te hijsen om een klein meisje te ‘zien’ en hoe geweldig dat bleek doordat mama het kind uitgebreid en rustig had voorbereid op het feit dat dokter er heel vreemd uit zou zien; de betrekkelijk jonge spoedeisend-hulp-arts vertelt hoe hij bij een corona-patiënte die jonger was dan hijzelf zich afvroeg wat het zou betekenen als hij besmet zou raken en wat er zou gebeuren als er dan te weinig beademingsapparatuur zou zijn – zou hij voorrang krijgen? was dat geen egoïstische gedachte?; hij prijst de fantastische tent die het afdelingshoofd heeft weten te regelen om meer mensen op te kunnen vangen; en hij, Gor, sluit ook die vrijdag af met ‘we kunnen het nog aan; vertrouwen dat we het morgen redden.’ Tussendoor zagen we nog flitsen van hoe we zelf stonden te applaudisseren, een week voor die twintigste maart; en zagen we Mark ons toespreken met een mond zo strak als ik niet eerder bij hem zag. Wat me pas opviel in deze compilatie.

Dramaturgisch gezien is Frontberichten een aaneenschakeling van bodeverhalen uit de klassieke tragedie, met dit verschil dat deze ooggetuigenverslagen niet alleen van waarnemers, toeschouwers, komen, maar van direct betrokkenen. En waar de bode vaak louter het onheil overbrengt gebeurt dat hier deels ook wel, maar schuilt er tegelijk in hun betrokkenheid, kunde, overtuiging een element dat vertrouwen en zelfs hoop biedt dat ze er alles aan doen om schade en ellende te beperken. Wat niet wegneemt dat er tegen de verschrikkelijke gevolgen die de ziekte direct en indirect heeft voor patiënten, hun dierbaren en, jawel, de samenleving, geen afdoende remedie bestaat.

Mij leert Frontberichten vooral nederigheid. Ik had toch al weinig last van minachting voor wie al dan niet lichamelijk zwaar werk doet, juist als het materieel en immaterieel ondergewaardeerd is (noem dat een van de ‘rijkdommen’ die arbeidersafkomst van ouders je gratis en voor niks meegeeft), maar confrontatie met deze ‘helden’, die zichzelf zo niet noemen en terecht zeggen dat ze ‘gewoon hun werk doen’, relativeert behoorlijk dat wat je zelf doet, deed, bent en was. (Nee, ik bedoel niet dat pakweg kunst en cultuur bijzaak zijn, godbewaarme, over kaalslag en desinteresse gesproken, maar nederigheid jegens puinruimers en doodgravers misstaat niemand.)

Springen we naar aflevering 48 van vorige week vrijdag, willekeurig gekozen. Met Rotterdamse BOA Cleon; intensivist Aart in Uden; huisarts Angela te St. Oedenrode, hoofdconducteur Amir op de lijn Sloterdijk-Zandvoort op Hemelvaart, afgeladen; Wesley van de waterpolitie op het Brielse Meer. Aflevering die dus bovenop de actualiteit zat van de dag ervoor, waarop gans een volk zich door de zon en ‘het is welletjes’ bevrijd achtte van regels. Maar die bij monde van Angela een Brabants overzicht gaf van bijna-patiënt nul (januari, jongeman die voor zijn werk naar Wuhan was geweest) tot heden. Waarin we Cleon vriendelijk doch beslist zagen handhaven zonder boetes maar met overredend gesprek in Kralingen, waarop hij de volgende ochtend tevreden terugkeek.

Tot hij met de beelden van IJmuiden werd geconfronteerd: mishandeling van verre collega’s, wat hem uiteraard woedend maakte. Angela was begin dit jaar natuurlijk geheel onbeschermd bij die zieke werknemer geweest, had hem overgedragen aan de GGD, die hem niet liet testen vanwege niet voldoen aan criteria. Op 12 maart kwam ze bij een oude dame, die via de thuiszorg in het ziekenhuis was gekomen, maar weer naar huis had gemogen. Onderzocht door Angela, nog steeds onbeschermd, waarna die een tijdje later te horen kreeg dat de coronatest van haar patiënt, destijds in het ziekenhuis afgenomen, positief was gebleken.

Dus Angela bang en in tranen. Maar wel naar de hobbywinkel waar ze alle schilderspakken en vuurwerkbrillen voor de praktijk opkocht. In schilderspak en met haar eigen duikbril op visite bij oudere zieke man, wiens ongekend knisperende longen onheilspellend waren. Opname nog niet mogelijk. Paar dagen later toch met ambulance opgehaald. Zelfde middag zijn vrouw ziek. Hij binnen een week dood, zij na een lange ic-periode. Ging dit niet in haar koude kleren zitten, het kon nog erger. Een jonge vrouw bleek ziek maar kon alweer niet opgenomen worden (niet ziek genoeg en nergens plek). Moest uiteindelijk toch de ambulance in. Haar krachteloos wapperende handje richting haar man op afstand was het laatste dat die van haar zag. In een ziekenhuis in het Noorden stierf ze, en Angela beseft dat zij, meegelopen naar de ambulance in haar pak met duikbril, de laatste uit haar omgeving was die deze vrouw zag en andersom. Angela kan en wil niet vergeten

Over dramaturgie gesproken: een patiëntje van Aart moet met de ambulance naar Nijmegen omdat ze in Uden geen kinder-ic hebben. Hij vertelt ons dat ze ‘superstoer’ was en dat hij alle vertrouwen heeft in haar herstel. Einde aflevering. Maar ik lees in het persbericht over de laatste aflevering en de epiloog: ‘Mocht het coronavirus in Nederland de komende maanden toch onverhoopt nog weer oplaaien, dan hervat BNNVARA de uitzendingen van Frontberichten.’ En ik denk aan de verzuchting van Aart, ’s nachts in zijn stille ziekenhuis rondlopend: ‘Mensen, hou je toch aan de richtlijn; wij zijn zo bang voor een tweede golf; wij weten als geen ander wat voor ellende dat kan geven.’ Des te indringender door al die fragmenten van overvolle badplaatsen en collectieve zorgloosheid.


Geertjan Lassche (idee en regie), Frontberichten, BNNVARA, vrijdag 29 en zaterdag 30 mei, NPO 2, 22.10 uur. Laatste aflevering, zondag 31 mei, 22.00 uur. Een nagesprek met regisseur en een aantal vloggers vond dezelfde avond plaats in Op 1 onder leiding van Fidan Ekiz en Jeroen Pauw. Voor alle afleveringen: Frontberichten