Simpele zielen

Het wordt er allemaal niet leuker op. Gezaghebbende ingewandenlezers voorspellen voor de eurozone lage groei en lichte krimp, te beginnen met het vierde kwartaal van 2011. Door onzekerheid over de euro stellen bedrijven investeringen uit, houden huishoudens de hand op de knip en weigeren banken Gods werk te doen.

Zich niets aantrekkend van economische tegeltjeswijsheden dat bij wegvallende particuliere vraag de overheid het stokje moet overnemen, zijn in heel Europa bovendien ook overheden aan het bezuinigen geslagen. Alsof de eurozone een verzameling autonome staatjes is en niet een geïntegreerde economie, waarin de groeikansen van de een worden bepaald door de investeringen van de ander.

Nederland gaat deze malheur niet ontlopen. Leek de Nederlandse economie zich als achttiende deelstaat van Duitsland eerst weinig van de crisis aan te trekken, inmiddels is duidelijk dat ook wij de komende jaren moeten rekenen met geen tot geringe groei, stijgende werkloosheid, lagere pensioenuitkeringen en hogere premies, meer bezuinigingen en verschralende overheidsdiensten. Verontrustend is vooral het groeiend aantal huishoudens met een negatief vermogen. Ruim acht procent van de woningbezitters kijkt aan tegen hoofdsommen die meer dan tienduizend euro hoger zijn dan de waarde van het onderpand. Denk scheidinkje, ontslagronde of stom ongeluk en je staart in een afgrond van faillissement, executieverkoop, schuldsanering, afboekingen, gaten in de balans en nieuwe steunacties voor banken.

Je hoeft geen bul econometrie te hebben om te snappen dat we de komende jaren flink moeten inschikken. Zes opeenvolgende decennia van groeiende welvaart worden gevolgd door lange en harde jaren van neergang. En je hoeft geen bul politicologie te hebben om te snappen dat krimp in het gepolariseerde politieke klimaat van vandaag makkelijk tot scherpere tegenstellingen leidt: tussen hoog- en laagopgeleid, stad en dorp, rijk en arm, gelovig en ongelovig, oud en jong, wit en zwart, kosmopoliet en nationalist, eurofielen en eurofoben.

Politici zijn simpele zielen die één trucje goed beheersen: het vertellen van quasi-causale larie die zo veel mogelijk kiezers aanspreekt. De larie die nu de ronde doet over de eurocrisis, doet het ergste voor onze politieke toekomst vrezen. Dominant is het verhaal dat Grieken luie, verwende krengen zijn. Zelfs ‘verstandige’ politici als Plasterk en Marijnissen spelen deze kaart. Onzin natuurlijk. De meeste Grieken maken langere werkdagen en meer arbeidsjaren dan wij. Wel zijn ze minder productief. Dat komt niet door ledigheid maar door gebrek aan economische ontwikkeling en een politiek bedrijf dat aan elkaar hangt van afromende patronagenetwerken. Oftewel, Griekenland had nooit lid mogen worden en had anderhalf jaar geleden met zachte hand uit de eurozone verwijderd moeten worden en door de Unie een nieuw perspectief op groei en ontwikkeling aangereikt moeten krijgen.

Sinds vorige week is daar de fabel van de euro als bron van onze ellende bij gekomen. De partij die haar electorale succes dankt aan de flauwekul van islamisering zag met lede ogen dat de politieke agenda nu al bijna twee jaar wordt gedomineerd door financieel-economische onderwerpen waar zij nog nooit een geprononceerde mening over heeft weten te formuleren. Geen nood. Doen we toch leuk een onderzoekje naar de kosten van de euro en de baten van een terugkeer naar de gulden! Niet als constructieve bijdrage aan de oplossing van de eurocrisis, maar louter uit politiek opportunisme. Zijn pers en politiek tenminste weer weken met ons bezig!

Lichtzinnig is nog een milde karakterisering van het populisme waar PVV, SP en ook PvdA in grossieren. Want ondertussen lachen bankiers in hun vuistje. De eurocrisis is namelijk niet een separate crisis maar het directe gevolg van de afromende spelletjes die zij met impliciete steun van de belastingbetaler hebben gespeeld. Een rapport van DNB laat fraai zien hoe de overheidsschulden van alle eurolidstaten tussen 2008 en 2011 een enorme optater hebben gekregen. Door wegvallende belastinginkomsten en stijgende uitkeringen. Maar vooral door steun aan banken. Van honderd naar 150 procent van het bnp in Griekenland, van tachtig naar honderd in België, van 65 naar tachtig in Duitsland en van zeventig naar zestig in Portugal.

Ook de Nederlandse schatkist heeft door electorale filantropie voor parasitaire bankiers een fikse opdoffer gekregen. Van even onder de vijftig procent van het bnp in 2008 naar ruim zestig procent in 2011. Momenteel doet de commissie-De Wit onderzoek naar de besteding van pakweg €150 miljard aan staatssteun aan het Nederlandse bankwezen. En dan te bedenken dat daar de afgelopen twintig jaar een schamele €36 miljard aan bancaire belastingafdrachten tegenover heeft gestaan. Daarmee vergeleken zijn de steunpakketten voor Griekenland klein bier.

Het zijn de banken, sufferds!