Sint paul

VIER JAAR PAUL Rosenmöller heeft GroenLinks geen windeieren gelegd. De partij ziet de aanhang snel stijgen. In diverse regio’s staat de partij zelfs op barsten. In Friesland bijvoorbeeld ging de partij vertwijfeld op zoek naar kandidaten. Ook als men geen lid was hoefde kandidatuur voor de Statenverkiezingen geen bezwaar te zijn. In het GroenLinks-blad De Helling waarschuwde partij-ideoloog Jos van der Lans, lid van het wetenschappelijk bureau, al voor te veel jonge onervaren krachten. Van der Lans noemde het een zegen dat de overwinning van GroenLinks bij de kamerverkiezingen van mei 1998 niet zo spectaculair uitviel als werd verwacht. ‘Zo'n overwinning was de kiem geweest van een onvermijdelijk daarop volgende verkiezingsnederlaag’, aldus Van der Lans. ‘GroenLinks zou zichzelf hebben opgeblazen, doordat ze in ideologisch, bestuurlijk en intellectueel opzicht onvoldoende ervaring en kwaliteit in huis heeft om de verworven positie te consolideren.’

Die dreigende schaduw van het succes blijft manifest. GroenLinks heeft het in zich D66 te verstoten als vierde partij van Nederland. Met de juiste politieke conjunctuur kan zelfs het CDA als nummer 3 van de troon worden gestoten. De regeling in het huishoudelijk reglement van de partij dat GroenLinks-vertegenwoordigers van gemeenteraad tot Tweede Kamer niet langer dan twaalf jaar aan het pluche mogen plakken, gaat op initiatief van de kersverse partijvoorzitter Mirjam de Rijk binnenkort op de helling. Door de onstuimige groei zijn er geen kunstmatige maatregelen nodig om vers bloed aan te trekken, vertelde ze in Buitenhof. Bij de Duitse zusterorganisatie de Grünen leidde een soortgelijk revisionistisch staaltje indertijd tot groot oproer, maar dat valt bij GroenLinks niet te verwachten. De partij heeft geen fundamentalistische vleugel zoals de Duitsers. Wat dat betreft is het voor Rosenmöller cum suis een geschenk uit de hemel dat de fusiebesprekingen met De Groenen van Roel van Duyn telkens weer mislukken. In Rosenmöller heeft het blok van wat vroeger ‘klein links’ heette een aansprekend boegbeeld gevonden. Rosenmöller ontving al een keer de Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid, evenals een oorkonde namens de parlementaire pers als beste politicus van het jaar. Ook valt hem regelmatig de eer te beurt door lezeressen van damesbladen te worden uitgeroepen tot 'aantrekkelijkste politicus’. Volgens journaliste Chazia Mourali in De Helling was Rosenmöller op zijn recentste verkiezingsposter 'tien keer sexier dan Leonardo DiCaprio op de posters van Titanic’. En dan te bedenken dat men zo lang heeft getwijfeld bij het uitverkiezen van Paul Rosenmöller tot politiek leider. In 1991 stuitte zijn kandidatuur nog op grote tegenstand bij het congres, omdat hij 'te opportunistisch’ was en 'bovendien geen vrouw’. In 1994 ging het lijsttrekkerschap niet naar de tandem Rosenmöller-Sipkes, maar naar het duo Rabbae-Brouwer. De teleurstellende verkiezingsuitslag van dat jaar, na een euforische 'xtc-campagne’ onder leiding van Maarten van Poelgeest, maakte de weg eindelijk vrij voor Rosenmöller. Achteraf stelt de GroenLinks-leiding dat de partij er bij gebaat zou zijn geweest als Rosenmöller gelijk op de eerste plaats van de kieslijst was gezet. 'Hij is gewoon de beste.’ Maar tijdens de eerste jaren van zijn kamerlidmaatschap werd hij vooral met wantrouwen bekeken. Aan zijn rol als leider van een historische golf van wilde stakingen in de Rotterdamse haven had Rosenmöller een behoorlijk rebels imago overgehouden. 'We gaan het zakie breken!’ had de voormalige leerling van het Sancta Maria-gymnasium in Heemstede in 1979 uitgeroepen over het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid. Waarna bonkige havenwerkers zich in een veldslag met de ME stortten. RADICALER DAN Rosenmöller kon het niet in die tijd. Hij leefde in een soort commune van werkstudenten, allen behorend tot de Groep Marxisten Leninisten (GML), waar hevige discussies werden gevoerd over de kwestie of Rosenmöller - telg van een familie die traditioneel deel uitmaakt van de V&D-clan - nu wel of niet in kersttijd een bezoek mocht brengen aan het ouderlijke chalet in Zwitserland. In zijn kringen ging men alleen naar Albanië op vakantie. Zeven jaren lang werkte Rosenmöller in de Rotterdamse haven, op zoek naar eenwording met de werkende klasse waarvan hij door geboorte een klassevijand was. Een behoorlijke dosis fanatisme was hem niet vreemd. Weliswaar ging hij vanaf de jaren tachtig over in rustiger vaarwater en belandde hij als toponderhandelaar bij de FNV, ook binnen zijn eigen partij werd hij met enige argwaan bekeken. Buiten de partij vond men hem helemaal een rare vogel, nadat hij zijn visitekaartje had afgegeven door op de radio een verbod te vragen van Pin Up Club, een softblootserie die Fons van Westerloo tegenwoordig zo in het kinderuurtje van SBS6 zou programmeren. Ook nu is het af en toe even slikken. Niet iedereen bij GroenLinks kan het gedreven pragmatisme van Rosenmöller op prijs stellen. Hij is een overactieve parlementariër, die ook wil scoren op terreinen waar klein links het vroeger wel voor gezien hield. Zo maakte hij er een groot punt van dat premier Kok Ruud Lubbers niet geparkeerd kon krijgen bij de Navo, nu toch niet bepaald een eerste aandachtsgebied van de partij. De terriërachtige wijze waarop Rosenmöller zich in van alles en nog wat vastbijt, staat ver af van de orthodoxe GroenLinkse strijdwijze van de getuigenispolitiek. Rosenmöller is een man van politieke solovluchten en improvisatie. Aan zaken als partijprogramma’s en principes laat hij zich minder gelegen liggen. BOVENDIEN IS Rosenmöller grillig en onvoorspelbaar. Voor veel GroenLinksers kwam het bijvoorbeeld als een grote verrassing toen Rosenmöller 9 januari jongstleden tijdens de aan hem gewijde aflevering van De show van je leven op de Vara-tv tegenover Astrid Joosten opbiechtte dat hij sinds enkele jaren is teruggekeerd in de schoot van de kerk. In huize Rosenmöller in Driebergen, zo bleek, wordt voor en na het eten gebeden en gedankt, de kinderen zijn onlangs gedoopt en worden opgevoed met 'christelijke normen en waarden’, dat wil zeggen met kinderbijbel en vloekverbod. Godsdienst als opium voor het volk, daar wil Rosenmöller honderdvijftig jaar na het Communistisch Manifest niets meer over horen. Hij had 'die boekjes van Marx en Engels’ (!) trouwens allang terzijde gelegd. De gewezen misdienaar te Heemstede verzekerde dat 'een bepaalde affiniteit met spiritualiteit’ hem nooit had verlaten, ook niet tijdens zijn allerradicaalste dagen als havenarbeider/activist in de Rotterdamse haven namens een maoïstische splinterorganisatie. Eimert van Middelkoop, collega-parlementariër voor het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en een dierbare vriend, kon het allemaal bevestigen. 'Paul eindigt nog eens een keer in het klooster’, vertelde hij La Joosten. Tussen de GPV'er en de GroenLinks-leider bleek een speciale relatie opgebloeid sinds zij tijdens een werkbezoek van de kamercommissie Antillen-Aruba bij Bonaire uit snorkelen waren gegaan. 'Er zijn van die momenten dat mannen van elkaar kunnen gaan houden’, aldus Rosenmöller nogal cryptisch. 'Eimert is gewoon een prima vent. Hij heeft alleen de verkeerde partij.’ Een politieke partnerkeuze die je ook niet zo snel zou hebben gezien bij Ina Brouwer. Zo had Rosenmöller nog wel meer verrassingen in petto. Hij sprak zijn grote enthousiasme uit voor het nieuwe sociale gezicht van de kerk, bisschop Muskens ('prima man’) voorop. Hij bedelde als het ware voor een privé-audiëntie met de Heilige Vader in Rome, maar die eer had de Vara reeds doen uitgaan naar Harry Mulisch (of was het de paus die een audiëntie bij Mulisch kreeg?) Astrid Joosten kon haar verbazing in ieder geval niet op. Ze stelde vast dat Rosenmöller 'wel erg veel met de kerk heeft’ en droeg het nummer 'Being green’ op aan 'alle Groenen met een katholiek hart’. Was de hedendaagse linkse agnost even eerder al onaangenaam getroffen door de medewerking van SP-leider Jan Marijnissen aan een reclamecampagne voor de NCRV ('Omdat ik ook fatsoenlijk ben’), deze knieval van een gewezen radencommunist ging toch weer een stukje verder over de pijngrens. Is Nederland net even verlost van de confessionele gesel, begint de linkse oppositie zich onmiddellijk aan te sluiten bij het Vaticaan. Ook binnen GroenLinkse gelederen leidde de spirituele coming out van Rosenmöller tot enige commotie. 'Dat Paul spiritueel geëngageerd was, was wel bekend, maar dat hij er zo heftig mee bezig was, dat niet’, aldus de kersverse GroenLinks-voorzitter Mirjam de Rijk. DE RIJKS VOORGANGER Ab Harrewijn was minder verrast. Harrewijn, zelf dominee van CPN-huize, werd verleden jaar door Rosenmöller geconsulteerd over het voornemen van hem en zijn tweede vrouw Lia om hun twee kinderen te laten dopen. 'Paul is katholiek, Lia Nederlands Hervormd. Ik heb hem uitgelegd dat hij de doopplechtigheid op twee manieren kon doen. Katholiek, en dan kon het allemaal heel stiekem, of protestants, waar het een geheel publiek evenement is. Hij koos voor het laatste. Het gebeurde in de Utrechtse Domkerk, met honderden mensen erbij. Het was een heel oecumenisch gebeuren, zo'n beetje op de Juliana-manier bij het huwelijk van Maurits en Marilène. Het heeft me verbaasd dat het zo lang duurde voordat het in de publiciteit is gekomen.’ Harrewijn ziet in Rosenmöller een exponent van de nieuwe 'spirituele’ golf in de partij. Naast de 'orthodoxe’ christelijke vleugel van GroenLinks, verzameld rond het zeshonderd abonnees tellende orgaan De Linkerwang, is er binnen de partij een toenemend, meer diffuus religieus sentiment waarneembaar, zo meent hij. Harrewijn: 'Het taboe op religie, zoals dat in de jaren zestig en zeventig leefde bij links, is weggevallen. Via New Age-achtige bewegingen is er weer ruimte ontstaan om jezelf vragen te stellen. Mensen die nooit godsdienstig zijn geweest, of dat alleen maar van hun jeugd kennen, zoals Paul, zijn bezig aan een spirituele zoektocht. Het zijn mensen die zich wat minder zorgen maken over de hypotheekrenteaftrek en de auto, en die wat meer stilstaan bij niet-materiële zaken. De samenleving wordt door die mensen als te zeer geëconomiseerd en gerationaliseerd beschouwd. Dat is wat we bij GroenLinks het postmaterialisme noemen, het verschuiven van prioriteiten die mensen leggen naar zaken die minder met de portemonnee hebben te maken.’ Rosenmöllers optreden bij de Vara-tv leverde volgens Harrewijn wel 'enige stekelige reacties’ binnen het agnostische gedeelte van de GroenLinks-aanhang op, maar de schade bleef beperkt. Rosenmöller zelf hoorde er naar eigen zeggen 'geen onvertogen woord’ over. Op de vraag of godsdienst geen opium meer is voor het volk reageert hij: 'Ik heb wel meer dingen van Marx achter me gelaten. In de dictatuur van het proletariaat geloof ik ook niet meer zo, evenmin in de revolutionaire potentie van de arbeidersklasse.’ Rosenmöller beroept zich op de progressief-christelijke traditie van GroenLinks, dat met de radicale katholieken van de PPR en de Evangelische Volkspartij van Cathy Ubels natuurlijk over de benodigde christelijke bloedgroepen beschikt. 'Ik heb het geloof met de paplepel meegekregen. Iets ervan is altijd bij me gebleven, zij het met wisselende intensiteiten.’ Rosenmöller is strateeg genoeg om in ieder geval een bedoeling te hebben met zijn christelijke coming out. Hij profeteert de aanstaande val van Paars en is al druk doende met de formatie van een kabinet zonder VVD. De 'slingerbeweging van de geschiedenis’ naar links is een feit, zo constateerde hij verleden week tijdens een hoorcollege op de Universiteit van Utrecht. Het neoliberalisme van Fukuyama heeft zijn tijd gehad. De Derde Weg, het communautarisme, het 'sociaal-liberale’ geluid van D66, het zijn allemaal tekenen dat de eerste euforie over de overwinning van het neoliberalisme in 1989 is overgewaaid. De VVD staat in het politieke landschap in Nederland anno 1999 moederziel alleen. Op 'immaterieel gebied’ kunnen er 'binnen de vierhoek’ PvdA-CDA-D66-GroenLinks interessante zaken worden gedaan, zeker als Ad Melkert is bekomen van zijn plotselinge illegalenhonger. Door nadrukkelijk te hengelen in de vijver van progressieve christenen probeert Rosenmöller alvast de fundering te leggen voor een herhaling van het eerste kabinet-Den Uyl, dat uiteindelijk ook door GroenLinks-voorganger PPR werd gedragen. Parool-columnist John Jansen van Galen zag in de christelijke coming out van Rosenmöller bij de Vara een duistere voorbode van een 'moralistische coalitie’, waarbij GroenLinks aanhalig werd met het CDA om straks in het eerste kabinet-Melkert te komen tot een rood-groen monsterverbond. Op een ideologie had de columnist GroenLinks nooit kunnen betrappen, maar wel op een dosis moralisme die als het ware haar natuurlijke partner zou vinden bij het christen-democratische paternalisme en de sociaal-democratische Derde Weg, met alle gevolgen van dien. Jansen van Galen: 'Schuldbesef is een werkzaam concept voor politieke mobilisatie: over armoede, milieuvervuiling en de ellende in de wereld. GroenLinks is eigenlijk de “witte partij” in Nederland, een beroep op ons geweten.’ Een ideologie had Jansen van Galen niet bij GroenLinks kunnen ontdekken. 'Wat GroenLinks wél heeft, is emotie, en dáár gaat het tegenwoordig vooral om in de politiek. Plus: een aanvoerder die meer dan Wim Kok aan Tony Blair doet denken. Als Frank Rijkaard nare dingen zei over gehandicapten, zou Rosenmöller vermoedelijk zijn aftreden eisen, onder applaus van het publiek. Politici nemen hun rol als moreel leidsman op. Wat de veelbesproken Derde Weg van Blair inhoudt, kunnen weinigen navertellen, maar ik hou het erop dat het een route is tussen kerk en staat, waarop de overheid pragmatisch optreedt, maar ook de zeden hoedt en het gezin huldigt. Rosenmöller is al op weg.’ Op basis van dat gevoel, aldus deze politieke waarnemer, zou GroenLinks D66 makkelijk van het toneel kunnen spelen. 'Rosenmöller en Van Mierlo zijn allebei van katholieke herkomst. Mierlo bad niet meer en vond dat de overheid zo min mogelijk moest moraliseren. Zijn oproep was politiek. Rosenmöller bidt en deinst niet terug voor het morele appèl. Hij heeft, zoals Van Mierlo toen, de tijdgeest mee. Burgers verlangen dat de overheid hun schuldgevoel vertolkt en als het even kan goedmaakt met maatregelen, hoe symbolisch vaak ook.’ Ook het CDA zou het kunnen schudden: 'Niet voor niets constateren in het CDA denkers als Kees Klop dat deze partij en GroenLinks door hun nieuwe koers in elkaars vaarwater raken. Voeg daarbij dat de PvdA van oudsher de moraal in pacht heeft, en de contouren van een nieuw verbond tekenen zich af: PvdA-CDA-GroenLinks, de moralistische coalitie.’ VAN DIE KWALIFICATIE zegt Rosenmöller te gruwen. 'Ik vind ons helemaal niet moralistisch, GroenLinks is toch eerder een libertaire partij. Het gevoel van vrijheid staat bij ons voorop. Dat valt onmogelijk met moralisme te vergelijken. Kijk maar naar zaken als het door ons voorgestelde drugsbeleid. Wat betreft de notie dat wij in het vaarwater van het CDA komen, zo ver is het toch nog lang niet. Weliswaar schreef het CDA een verkiezingsprogramma waar op sociaal gebied weinig op aan te merken was, maar in de Tweede Kamer heeft het allemaal wel weer een zeer hoog Hans Hillen-gehalte.’ Waar Rosenmöller wel van overtuigd is, is het einde van Paars. Nu Nederland sinds de verkiezingen van verleden jaar een unieke linkse meerderheid in stelling heeft gebracht, en het CDA genoegen moet nemen met een steeds bescheidener rol, ziet hij een uitgelezen kans om de VVD voor de komende jaren in het politieke isolement van de oppositie te drijven. Vandaar zijn voortdurende pogingen om de PvdA met steun van GroenLinks uit de blauwe greep van de neoliberalen te krijgen. Rosenmöller ziet in de PvdA signalen dat men daar hard aan toe is. Zo stelde Ruud Vreeman onlangs voor de ziektewet weer in ere te herstellen. Rosenmöller: 'De signalen die Melkert nu met de uitgeprocedeerde asielzoekers heeft afgegeven stemmen natuurlijk verre van vrolijk over de invloed die Bolkestein op de PvdA blijkt uit te oefenen, maar laten we maar aannemen dat dat een voorbijgaande trend zal zijn. Melkert is nu even de schaamte voorbij, maar hij zal zich op sociaal gebied hopelijk wel herstellen. De PvdA heeft onder Paars I harde tikken gekregen. In samenwerking met de conservatief-liberalen heeft men naoorlogse records bij elkaar moeten bezuinigen. Aan Paars II zie je dat dat niet meer valt vol te houden.’ In afwachting van de rood-groene coalitie doet Rosenmöller er in ieder geval alles aan om zijn partij salonfähiger te maken. GroenLinks verkondigt luid en duidelijk dat het zo snel mogelijk wil meeregeren en doet daarbij veel water in de wijn. Het getuigeniskarakter van orthodox klein links is onder Rosenmöller eigenlijk geheel verdwenen. Sinds vier jaar staat hij aan het hoofd van de partij, en in die periode is er sprake van een geleidelijk doch gestaag doorlopend proces van normalisering. Symbolisch was de medewerking van de GroenLinks-leider aan de Commissie van In- en Uitgeleide bij de opening der Staten-Generaal van vorig jaar. Tot dan toe was het gebruikelijk dat GroenLinks de plechtigheid boycotte vanwege zijn republikeinse sentimenten. Rosenmöller zat zoals gezegd zelfs in het comité dat de vorstin ontving en droeg tegen zijn gewoonte in een stropdas. 'Leuk om te doen’, zo vond hij het. Een conflict met het republikeinse partijprogramma zag hij niet. 'Er staat heel veel in het programma dat nog niet is gerealiseerd.’ Even later bleek het partijprogramma zelfs gezuiverd van republikeinse smetten. Zelfs de suggestie om met een voorstel voor een gekozen monarch te komen, verdween als te dissident van tafel. Rosenmöller was ook van de partij toen de vorstin tijdens haar inmiddels beruchte 'pepperspray-audiëntie’ van een delegatie kamerleden lucht gaf aan haar onlustgevoelens op het gebied van de penitentiaire zorg en openbare-ordehandhaving. Zelf bezwoer hij dat niet hij het mysterieuze lek was dat de Volkskrant alarmeerde over het vertoornde gemoed van de vorstin. Ook een royaal geheim is bij GroenLinks in goede handen, verzekerde hij. Hetgeen weer de opmaat lijkt tot de deelname van GroenLinks aan de geheime beraadslagingen van de vaste kamercommissie voor inlichtingendiensten, in de wandelgangen meestal de BVD-commissie genoemd. De GroenLinks-fractie besloot om tijdens deze kabinetsperiode nog niet aan de BVD-commissie deel te nemen, maar dat gebeurde na een intensieve discussie. Rosenmöller vindt het tot nu toe geldende taboe op deelname aan de spionnenclub 'niet meer vanzelfsprekend’. Deelname aan de geheime beraadslagingen zou ook een akkoord betekenen met de zwijgplicht over datgene wat de BVD en haar zusterinstellingen allemaal in het geniep uitspoken. Omdat zij zich niet de mond wensten te laten snoeren, gingen Rosenmöllers voorgangers in de Kamer, zoals Peter Lankhorst, altijd over tot een boycot van de beraadslagingen van de commissie. Ook dit klassieke klein-linkse taboe lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Het is typerend voor de lijn-Rosenmöller. Onder zijn regie is het gehalte aan demonstratiepolitiek van klein links geducht geslonken. Zelfs in de kwestie rondom de 'witte illegalen’ betoont GroenLinks zich ongehoord genuanceerd. De partij is weliswaar nog altijd coulanter dan Melkert of Cohen, maar bepleit het 'genade voor recht’ voor het exclusieve gezelschap van de 'witte illegalen’. Uit alles straalt een enorme bereidwilligheid van de partij om nu eindelijk eens te mogen deelnemen aan een kabinet. Waar het kan profileert GroenLinks zich onder Rosenmöller als een bestuurlijke partij. Het partijprogramma 1998-2002 kenmerkt zich dan ook door een opvallend gebrek aan hemelbestormende ideeën. Qua groene politiek komt men niet veel verder dan een pleidooi voor een verbod op de hengelsport. Weliswaar wil men nog steeds af van de Navo, maar alleen in ruil voor de oprichting van een 'pan-Europees veiligheidsverband’, waarmee men evengoed allerlei Duitse generaals in de kaart speelt. Het gevaar is zelfs niet uit te sluiten dat Rosenmöller straks net als zijn Duitse collega Joschka Fischer op het ministerie van Buitenlandse Zaken terechtkomt en noodgedwongen uitgroeit tot een oorlogsleider (bijvoorbeeld op de Balkan) tegen wil en dank. Het PSP-element binnen GroenLinks is dan ook ver te zoeken. ER VALT ZELFS voor te vrezen dat GroenLinks ideologisch zodanig aan het verwateren is dat men er nog een hele toer aan zal hebben om uit te leggen wat nu toch precies de verschillen met de PvdA zijn. In de Kamer maakt Rosenmöller het leven van Wim Kok behoorlijk zuur door te porren op de plek waar het de premier het meest pijn doet: zijn geweten als oud-vakbondsman. Maar in den lande kruipt zijn partij angstwekkend dicht op de sociaal-democratie. In de gemeenteraad van Amsterdam opereert GroenLinks met twee wethouders binnen een coalitie van PvdA, VVD, D66, en veel verder dan het uitdragen van het 'wielklem-socialisme’ in de parkeeroorlog komt men daar niet. De partij is zo respectabel geworden dat men het verschil met de PvdA eigenlijk nauwelijks meer opmerkt. In het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes is het zelfs zo ver gekomen dat de PvdA in correspondentie ook namens coalitiepartner GroenLinks spreekt. Misschien is GroenLinks wel een beetje te netjes geworden. Misschien moet Rosenmöller maar weer eens uitroepen dat hij 'het zakie gaat breken’. Anders dut zijn partij onherroepelijk in.