Sinterklaas heeft ook Duitse wortels

Berlijn – Even is er verwarring op het sinterklaasfeest op de Nederlandse ambassade in Berlijn – en dat is niet alleen omdat een paar driejarigen zich luid afvragen waarom die regenboogkleurige types zich toch zwarte Piet noemen.

Het is vooral de melodie van Zie ginds komt de stoomboot die bij een aantal Duits-Nederlandse ouderparen kort voor verwarring zorgt. De Nederlanders zingen de tekst uit volle borst, maar de Duitsers herkennen de melodie van een compleet ander lied. Bij Daar wordt aan de deur geklopt gebeurt precies hetzelfde. Ook deze melodie kennen de Duitse ouders met een andere tekst en betekenis.

‘Misschien hebben wij de melodieën wel van jullie overgenomen’, sust een Duitse aanwezige. Ze weet dat de gevoeligheden in Nederland bij het sinterklaasfeest de laatste jaren hoog kunnen oplopen. Sinterklaas is uniek Nederlands cultuurgoed, roepen bepaalde politici, en ze willen de kenmerken ervan als onveranderlijk en eeuwig in de wet vastleggen.

In de Duitse context wordt het ‘oer-Nederlandse’ aspect van Sinterklaas echter vanzelf gerelativeerd. De perikelen rond Piet? De oma uit Zuid-Duitsland begint over de hardhandige Pelznickel uit haar jeugd, de opa uit Noord-Duitsland over de onvriendelijke knecht Ruprecht, een Oostenrijker zou de afschrikwekkende duivelse Krampus kunnen noemen. Deze Duitse Piet-varianten zijn allemaal helpers van de ‘heilige Niklaus’ – en zijn in de afgelopen eeuwen steeds weer van vorm veranderd.

Maar de liederen dan, die zijn toch ‘onveranderlijk Nederlands’? De werkelijkheid is ook hier complexer. Het Meertens Instituut voor Volkscultuur heeft een online databank voor Nederlandse liederen. Tik daar de titel van het lied in, en de herkomst rolt er na een paar keer doorklikken uit. De tekst van Daar wordt aan de deur geklopt klinkt op de melodie van Ach du lieber Augustin, een zwartgallig zeventiende-eeuws lied over een Weense volkszanger die alles kwijtraakt. Zie ginds komt de stoomboot heeft de melodie van Im Märzen der Bauer. Dat lied is op zijn beurt weer gebaseerd op het Duitse Wann d’Hoffnung nicht wär dat in 1737 voor het eerst is opgeschreven. Mozarts eerste Menuet uit de Haffner Serenade begint als een mineurversie ervan.

Als de sinterklaasliedjes iets laten zien, is het de melting pot van de traditie. De ‘oer-Nederlandse’ liedjes blijken gebaseerd op Midden-Europese melodieën, met vertakkingen tot in de Weense hofcultuur. ‘Typisch Nederlands’, zo blijkt uitgerekend in Berlijn, is nu eenmaal een zeer vloeiend begrip, steeds gevormd door invloeden van buitenaf.