Pierre Simon de Laplace  en Napoleon

‘Sire, die hypothese heb ik niet nodig!’

Waaruit bestaat onze geestelijke inhoud? Ze bestaat uit meningen en overtuigingen van onderscheiden herkomst en waarde. Laten we eens een kleine archeologie bedrijven, of misschien is ‘genealogie’ een betere term. Wat is de oorsprong, en de waarde, van bijvoorbeeld godsdienstige en wetenschappelijke opinies?

De godsdiensten zoals we die in het Westen nog kennen zijn oude stelsels van opvattingen. Ze ontstonden in een hiërarchische en autoritaire cultuur, waarin je moest geloven wat de vorst of de profeet of de oudere je vertelde. Religieuze opvattingen berusten uiteindelijk op autoriteit. Ze zijn ‘geopenbaard’ door de godheid of staan in een boek waaraan je gezag moet toekennen. Als je eraan twijfelt, zal niemand eens helder uitleggen op welke gronden je moet geloven wat men gelooft, want die gronden zijn er niet meer, ook al is vaak geprobeerd ze alsnog te verzinnen. Men beschikt waarlijk over doeltreffender middelen dan argumenten om iemand van een geloof te overtuigen!
Aanvankelijk hadden godsdiensten een alomvattend belang: ze verschaften een wereldbeeld, gaven voorschriften voor voeding en gedrag, verzorgden rituelen, bepaalden de kunsten. Maar in de loop van de Europese geschiedenis hebben culturele subsystemen zich uit de greep van de godsdienst losgemaakt. Neem bijvoorbeeld het subsysteem wetenschap. Newton was nog van mening dat de fysicus in de geest Gods moet kruipen. Had God de wereld niet geschapen volgens de fysische wetten die de natuurkundige moet achterhalen? Sir Isaac gaf aan God zelfs een actieve rol in het zonnestelsel. Hij voorspelde instabiliteiten in de omloop der planeten, veroorzaakt door gravitatiekrachten tussen planeten onderling en kometen. God moest de banen van de planeten zo nu en dan corrigeren om het zonnestelsel voor instorten te behoeden. Latere berekeningen van Euler, Lagrange en Laplace toonden aan dat het wel meevalt met de instabiliteit van het zonnestelsel. Planeten zwabberen een beetje in hun baan zonder er geheel uit te vliegen.
Er is een beroemde anekdote over Pierre Simon de Laplace (1749-1827) en Napoleon. De keizer was geboeid door de mechanica, die hij ook voor zijn kanonnen nodig had, en hij las Pierre Simons boek over de hemelmechanica. Tot zijn verbazing zag hij dat God de Schepper niet genoemd werd in het werk. Toen hij Laplace ernaar vroeg, antwoordde deze droogjes: ‘Sire, die hypothese heb ik niet nodig.’
De uitspraak van Laplace kondigt de definitieve scheiding van wetenschap en godsdienst aan. Sinds Laplace en Darwin geloven verstandige mensen niet meer dat godsdienst ons iets kan leren over de wereld. Die taak komt toe aan de wetenschap. Ofschoon we in de wetenschappelijke opvoeding veel op gezag aannemen, berust wetenschap uiteindelijk niet op autoriteit. Ze is een dynamische proces, waarin telkens nieuwe hypothesen onderling wedijveren om een steeds grotere verzameling gegevens te verklaren. Bepalend voor onze wetenschappelijke overtuigingen is empirisch onderzoek en argumentatie, niet een autoriteit of ‘openbaring’. In die zin is wetenschap democratische, en godsdienst autoritair.
Als het subsysteem ‘kennis’ zich van de godsdienst heeft losgemaakt, wat is dan nog de taak van de religie? Men antwoordt meestal zoiets als ‘zingeving’ maar ik heb dat nooit goed begrepen. Het probleem is dat godsdienstige zingeving afhankelijk is van het traditionele godsdienstige wereldbeeld, dat nu juist door de wetenschap is vervangen. Neem bijvoorbeeld een deugdzaam iemand die op jonge leeftijd een ongeneeslijke ziekte opdoet. Volgens de religieuze zingeving is dit iet erg, want dek persoon zal eeuwig gelukkig zijn in de hemel. Zo’n zingeving berust evenwel op een feitelijke aanname: dat een persoonlijk overleven van de ziel na de dood van het lichaam mogelijk is. De wetenschap leert dat dit absoluut niet kan. Wat blijft er dan over van de religieuze zingeving?
Mijn antwoord is: niets! Ook op het gebied van de zingeving moeten we dus leren met Laplace te zeggen: Sire, die hypothese heb ik niet nodig!

De auteur is hoogleraar wijsbegeerte en schrijver van Het atheïstisch manifest.