Sissen en blazen

Het Hollandse schilderen draaide om geduldig kijken en waarnemen. In die benadering is De bedreigde zwaan verwant met De stier van Potter. Je kijkt naar die zwaan en je ziet hoe hij geleidelijk tot leven komt en woest wordt.

Medium sk a 4 00

De zwaan in dit luisterrijke schilderij heeft zijn of haar nest op een stukje begroeide grond omgeven door water. In het nest liggen, in grijze schaduw, enkele eieren. Maar linksonder zien we in het stille water een hond gevaarlijk naderen, tong uit de bek. En dan: de zwaan schrikt op en spreidt, zoals zwanen doen, zijn vleugels om zich zo breed te maken als hij kan. Het beest, zien we, zet zich ook stevig schrap en zet zijn borst op – alles om groter en vervaarlijker te lijken. Hij kromt zijn nek en steekt zijn donkere kop naar voren. Uit de open snavel zien we hem, zoals zwanen doen, sissen en blazen. Zo snel en abrupt ging dit, als een ontploffing, dat rondom veertjes dwarrelen. Dat is wat aan de hand is en wat het schilderij ons vertoont. De bedreigde zwaan heet het, van de uitnemende Jan Asselijn, die eerst in Italië had gewerkt voor hij terugkeerde naar Amsterdam. De plek van het nest, met heuvels aan de overkant van het water en warm licht aan de horizon, ziet er ook als een Italiaans landschap uit. Asselijn had het opgezet zoals hij dat gewend was, en in die idyllische rust (een broedende zwaan) vindt onverhoeds de verstoring plaats. Het echte spektakel in het schilderij is de zwaan.

Het licht is eerder gedempt. Het lijkt me namiddag. Maar de zwaan blakert van helder wit. Dat is één slim aspect van het schilderij. Het beest neemt bijna het hele beeld in beslag. Het staat met zijn rechterpoot naar voren gestrekt, met de linker iets naar achteren – de poten intussen zo in een vechthouding uit elkaar als de benen bij boksers. De zwaan staat wat scheef in blik. Door die alerte houding ontstonden er als vanzelf in het volume van heel dat lichaam, en in de contouren, fantastisch gespannen en draaiende verbuigingen. Het beest staat dus zo in het licht dat zijn witte verenpracht ons in verschillende belichtingen wordt getoond. De variaties van wit zijn nauwelijks te beschrijven maar, met aandacht, wel te zien. De gestrekte vleugels zijn zo gedraaid dat we deels hun bovenkant helder wit in het volle licht zien. Tegelijkertijd is de rechtervleugel (de meest prominente) zo fraai gewelfd dat, onder de schaduw van die welving, het wit grijs wordt terwijl aan het uiteinde van die vleugel het licht door de veren heen schijnt, wat weer ander wit oplevert. Het kan niet anders of Asselijn heeft dat alles aandachtig bekeken.

Helaas is jaren na Asselijns dood zijn geweldige zwaan alsnog tot een banaal historiestuk gemaakt

Zo met geduld kijken en waarnemen was iets van het Hollandse schilderen. In die benadering is De bedreigde zwaan merkwaardig verwant met dat andere schilderij vol geduld, De stier van Potter. Je wordt er, zou ik zeggen, niet door allerlei barokke opulenties overdonderd. Je kijkt naar die zwaan die door de schilder langzaam is waargenomen – en je ziet hoe de zwaan geleidelijk tot leven komt en woest wordt. Die natureelste beweeglijkheid (om Asselijns vriend Rembrandt te citeren) zien we gebeuren en dat, nogmaals, is een spektakel dat onze ogen meer dan bezighoudt.

Voor Hollandse begrippen is het schilderij ook groot. Dat past bij de Schwung van wat vertoond wordt: ook schilderijen van bijvoorbeeld Pollock zijn groot omdat voor de gebaarlijkheid van dat schilderen nu eenmaal meer ruimte nodig is dan voor een intiem bloemstuk. Helaas is vele jaren na Asselijns dood (1652) zijn geweldige zwaan alsnog tot een banaal historiestuk gemaakt. In hoofdletters zijn er de woorden raad-pensionaris (bij de zwaan), Holland (bij de eieren) en de viand van de staat (bij de hond) in beeld geschreven. Dat is op z’n minst vreemd. Het stadhouderloze tijdperk begon pas in 1667, op initiatief van de raadpensionaris Johan de Witt. Daardoor natuurlijk verscherpte zijn conflict met de Oranjegezinden, de vijanden van de staat die erop uit waren hun rol in de republiek Holland terug te winnen. In 1672 werden Johan de Witt en zijn broer Cornelis in Den Haag gelyncht. Het schilderij van Asselijn is veel later dus veranderd in een getuigenis voor de raadpensionaris als de verdediger van de vrije staat. Onduidelijk is waarom en wanneer dit gebeurde. Door die tekst echter, sympathiek of niet, kunnen wij niet meer zien hoe het schilderij was. Met die allegorie eromheen is het heel moeilijk De bedreigde zwaan te zien als het uitzonderlijke meesterwerk dat het is – als een werk van vrijmoedige perceptie. Zonder dat verhaal is het mooi genoeg, mooier eigenlijk. Daarom moet het fluks in zijn oorspronkelijke staat worden teruggebracht. Raadselachtiger wordt het dan ook.


Beeld: Jan Asselijn, De bedreigde zwaan, ca 1650. Olieverf op doek, 144 x 171 cm (Rijksmuseum Amsterdam)