Sisyphus in duitsland

Hij vertoeft graag achter de coulissen. En dan niet eventjes, maar wekenlang. Het leverde hem behalve grote bekendheid ook veel vijanden op. Niet dat het journalist en beroeps-actievoerder Gunter Wallraff stoort: ‘Ik ervaar veel zaken als oerkomisch.’
KEULEN - Een rommelige keuken met Kaffee und Kuchen, stapels faxen, aantekeningen en actiepamfletten. Af en toe strompelt de zieke huiskat voorbij. Het speenzuigend dochtertje uit Wallraffs derde huwelijk staart ons met grote ogen aan en Wallraff zelf rent driftig heen en weer met de telefoon. Tegen het weekblad Die Zeit: ‘Persconferentie? Ja, morgenmiddag. We zullen Lufthansa economisch pijnlijk treffen, anders heeft het geen zin.’

‘Waar woon je, ik zet je meteen op de actielijst’, had hij al over de telefoon gevraagd. De actievoerder Wallraff heeft een boycot- actie op touw gezet tegen de Duitse vliegmaatschappij omdat zij uit 'veiligheidsoverwegingen’ weigert Salman Rushdie te vervoeren. Wallraff is bevriend met de door radicale moslims vervolgde schrijver. Wallraff: 'Het is verschrikkelijk dat hij nu al zes jaar zo moet leven. Toen hij laatst drie dagen bij mij was, moest hij met pantserwagens door het land reizen. Voor Rushdie is Duitsland belangrijk om zich er te manifesteren. Door Lufthansa is zijn komst bemoeilijkt. Die maatschappij beweert dat ze bang is voor de fatwa, maar het gaat haar natuurlijk om haar economische belangen in Iran. De omzet gaat bij hen boven de morele waarden. Als we hier geen actie tegen ondernemen, is moreel gezien het eind in zicht. Dan zijn mensenrechten zelfs in West-Europa niets meer waard.’
Wallraff hekelt de laffe reactie van veel Duitsers. De mensen die, zodra ze met zijn lijst geconfronteerd worden, zeggen dat ze hun naam er toch liever niet op terugzien omdat ze dan 'in het vizier van de islamieten’ komen. Daarbij doelt hij onder andere op de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, die links en rechts de mensenrechten verkondigt maar zich nu niet achter de boycot-actie tegen Lufthansa schaart.
DE PERSOONLIJKE en journalistieke strijd die Wallraff in zijn leven voert, is ingegeven uit het gevoel te moeten vechten tegen onrecht. Met name als het de onderklasse betreft. Of, zoals hij het zelf zegt: 'Als ik twee mensen zie vechten, kies ik altijd de zijde van de zwakste.’ Nu hij de vijftig is gepasseerd - 'Ik stond daar wel even bij stil’ - is hij, zegt hij, rustiger geworden. 'Ik word altijd voortgedreven door mijn instincten. Vroeger deed ik dingen bijna dwangmatig. Nu neem ik de tijd. Het komt er niet meer op aan om veel werk te verzetten, maar juist meer geconcentreerd bezig te zijn.’
Hij heeft daar ook zijn redenen voor. 'Mijn werk heeft bijna een jaar lang stilgelegen omdat ik een zeer gecompliceerde virusziekte had, met 40 graden koorts en een leveraandoening. De artsen konden niets vinden. Uiteindelijk werd het psychosomatisch verklaard. Mijn immuunsysteem kon de belasting niet meer dragen. Ik lag een jaar lang slap en apathisch in bed; tot absolute passiviteit veroordeeld. Pas sinds enige maanden ben ik weer aan het werk.’
Op de vraag of de ziekte een terugslag van zijn zenuwslopende journalistieke werk is geweest, antwoordt hij, starend naar de zonnige achtertuin: 'Ik had het vroeger, zij het in lichtere mate, ook wel eens - fasen dat ik depressief was. Maar als ik dan weer werd geconfronteerd met een overmacht van onrecht, dan ontwaakte bij mij opnieuw tegenkracht en engagement. Als ik dat niet beleefde, kreeg ik de neiging me terug te trekken. Ik ben van nature namelijk heel erg op harmonie gesteld en ik mediteer veel. Ik ben dus helemaal niet die extraverte strijder die ik wel eens lijk te zijn.
Wat mij drijft is niet in een punt te vatten. Het heeft te maken met mijn angst voor een maatschappij die zelfvoldaan is, laf is en nauwelijks burgermoed kent. Waar de eeuwige Duitse meeloper nog altijd overheersend aanwezig is. Die eeuwige meelopers zijn op den duur gevaarlijker dan de kleine neonazibendes.
Die gedachte kan ook te maken hebben met de angst die mijn moeder altijd had. Het heeft mijn opvoeding sterk bepaald dat ze zo overangstig was. We waren zeer arm, maar mijn moeder wilde de schijn ophouden, bang als ze was voor wat de mensen zouden zeggen en denken. Bang voor hun hokjesgeest. Ze vocht ook tegen overmachtige instanties. Dat is me altijd bijgebleven. Wat eruit is voortgekomen, is dat ik de sterkeren, de machtigen, met list benader om achter de coulissen te kijken.’
Achter de coulissen kijken werd het geheime wapen van Wallraff. Zoals hij dat gebruikte in zijn wereldberoemde project, Ganz Unten, in Nederland bekend onder de naam Ik Ali. Een beklemmende getuigenis van de bittere realiteit die Turkse en andere gastarbeiders moeten doorstaan in het Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog. De als Turk vermomde Wallraff liet zich door koppelbazen en racistische voormannen afblaffen, terwijl hij het meest smerige werk uitvoerde: schoonmaken in levensgevaarlijke situaties in gasfabrieken en hoogovens; zwaar sjouwwerk bij de bouw van regeringskantoren; het op orde houden van wc’s en keuken bij McDonalds. Werkelijk alles pakte Wallraff aan om in de huid te kruipen van Duitslands onderklasse. Het boek werd uiteindelijk, met een oplage van 3,5 miljoen, een bestseller. Tien jaar later is zijn betrokkenheid nog even sterk: 'Mijn werk heeft zeker effect gehad, maar de Turkse arbeiders staan al lang niet meer op de laagste tree. Dat zijn nu enige miljoenen Roemenen, Polen en Russen.’
Cynisme over die sociale wantoestanden wijst hij af, dat lost niets op. 'Sceptisch zijn, daar ben ik voor. Wanneer het de macht betreft vind ik cynisme een positieve eigenschap. Maar tegen mensen die machteloos staan kun je niet cynisch zijn. Dan wordt het mensvijandig. Als kind was ik al gefascineerd door de Griekse mythe over Sisyphus. Die is voor mij een voorbeeld. Het ondanks alles toch doorgaan is ook voor mij een levenshouding, geeft mijn bestaan zin en doet me niet vertwijfelen. Ook al is die vertwijfeling er altijd.
Ik put veel inspiratie uit figuren als Christus, Gandhi en Socrates, die in hun tijd en in hun bereik de grenzen van de conventies en de maatschappelijke speelruimte zo ver overschreden dat er echt iets gebeurde. Iemand voor wie ik grote bewondering heb, is de Turkse schrijver Aziz Nesin. Die man is al tachtig en reist de hele wereld rond om geld in te zamelen voor een stichting die zich bekommert om kinderen van arme gezinnen in Turkije. Hij geeft zijn hele honorarium weg, iets wat ik niet snel zal doen. Ik leef ook niet zoals hij tussen deze mensen. Hij is volmaakt.’
GUNTER WALLRAFF maakte voor het eerst groot nieuws toen hij halverwege de jaren zeventig als Hans Esser undercover werkte bij het rechtse rioolblad Bild. Na drie maanden dreigde zijn aanwezigheid bekend te worden. Hij had niettemin voldoende materiaal om het 'Bild-systeem’ en de ideologie achter Bild te ontmaskeren. Het boek maakte diepe indruk en hekelde de nietsontziende journalistiek van het boulevardblad, waar berichten uit de duim werden gezogen die met name weerloze burgers tot slachtoffer maakten. Wallraff beschreef hoe Bild zelfs een aantal mensen met pure laster tot zelfmoord dreef. Ook beschreef hij de banden tussen de oer-conservatieve en naar het neofascisme neigende uitgever Axel Springer en de Duitse grootindustrielen. Zijn ontboezemingen hebben het blad lezers en prestige gekost. Tot op de dag van vandaag blijft Bild de ontmaskerende journalist achtervolgen om het hem betaald te zetten.
Zo werd hij drie jaar terug in Bild afgeschilderd als een Stasi-spion. Uiteindelijk heeft Wallraff de rechtsgedingen tegen die aantijging gewonnen, maar daarmee was het nog niet afgelopen. 'Een paar maanden geleden sprak ik met een informant in een restaurant in Hamburg. Toen ik weg was kreeg hij bezoek van iemand die werkte voor de geheime dienst en voor Focus - wat trouwens ook een vreselijk blad is. De man legde hem foto’s van mij voor en vroeg hem wat hij van me wist. Ze zijn dus nog steeds bezig. Ik heb me er maar bij neergelegd.’
Mensen van het Springer-concern hebben zelfs geprobeerd in te breken in Wallraff’s prive-leven: 'Ik heb het meegemaakt dat iemand die tot mijn vriendenkring behoorde zich ineens openbaarde als spion. Hij hield het niet meer vol.’ Lachend: 'Ik ben er wel eens ingetrapt. Het Springer-concern had een aantrekkelijke Engelse vrouw op me afgestuurd die zei voor de BBC te werken. Ook de Stasi heeft me in het verleden eens een vrouw gestuurd. Maar die hadden de verkeerde uitgezocht, ze was mijn type niet.’
Desondanks zegt Wallraff niet wantrouwig of paranoide te zijn geworden. 'Integendeel, ik kan mensen juist goed inschatten. Bovendien ervaar ik veel zaken als oerkomisch. Ik ben te veel een nar om paranoide te worden. Militaire dienst was voor mij ware clownerie. Ik plantte veldbloemen bij oefeningen en tijdens de marsen bond ik bloemen aan mijn wapenstok. Een geweer weigerde ik te dragen.
Onlangs is er een film gemaakt over mij. Een prima film, maar hij is wat eenzijdig. De persoon die mij speelt is veel te ernstig. Ik ben helemaal niet zo serieus, ik lach juist veel. Ironie houdt mij op de been. Weet je dat alleen dieren en dogmatici niet lachen? Dogmatici beweren alles met dodelijke ernst, ze hebben geen humor.’
DE PARTICIPERENDE journalistiek van Wallraff heeft inmiddels internationaal navolging gevonden. In Zweden draagt die methode zelfs zijn naam. In ons land ging Stella Braam verleden jaar undercover in de wereld van de illegale arbeid en schreef er een boek over (De blinde vlek van Nederland). Wallraff: 'Ik heb van mijn zwakke kant mijn produktieve gemaakt, omdat ik geen theoreticus of bureauschrijver ben. Zo kon ik mijn mogelijkheden inzetten. Anderen kunnen dat weer wel beter vanaf het bureau.’
Het gaat er volgens Wallraff vooral om de realiteit te ervaren zoals hij is: 'En dus niet arrogant een blik in de keuken werpen en dan denken te weten hoe het is. Nee, zelf onderdeel van die keuken zijn. Niet als journalist op pad gaan voor een reportage of de mensen als journalist benaderen, maar werkelijk weken, maanden doorbrengen in fabrieken, asielcentra of waar dan ook. En natuurlijk tegelijkertijd alles opschrijven en er zo fris mogelijk tegenaan blijven kijken. Dat is het voordeel als nieuweling; je windt je nog over dingen op.
Ik ben nu in alle rust bezig aan een nieuw boek. Misschien komt het dit jaar of volgend jaar uit. Ik weet het niet, ik wil mezelf deze keer veel tijd geven.’ Hij wil er niet veel meer over zeggen dan dat het over sociale toestanden gaat. 'En het overschrijdt de grenzen van dit land. Het gaat onder meer over boeddhistisch-ecologische ideeen, waarin alle wezens even belangrijk zijn.’
Wallraff voelt zich duidelijk geinspireerd door natuurvolken en een duurzame samenleving. 'Ik ben overigens zeker niet esoterisch. Dat zie je ook veel de laatste tijd. Mensen die een identiteitscrisis hebben en zich vroeger bij sektes aansloten, werpen zich nu op dat New Age-achtige. Dat is uiteindelijk ook weer een collectieve waan die mensen onvrij maakt. Bij alles wat we kopen en consumeren zouden we het bewustzijn moeten hebben welke schade iets toebrengt aan de wereld om ons heen. Pas als dat bewustzijn - een overlevingskwestie - ontstaat, kunnen we iets van natuurvolken leren. Ik weet, het is een utopie, maar de utopieen van eergisteren zijn de realiteiten van vandaag. Hoe luidde ook al weer die mooie zin? “Wees een realist, verlang het onmogelijke.” ’
Overigens zal het geen ideologisch boek worden. 'O nee, ik ben absoluut ideologie- vijandig. Ik ben dan wel een socialist, maar grote theorieen en mensen die in de waan leven de absolute waarheid te hebben, mijd ik altijd. Zoals een joodse wijze het ooit eens zei: “Die van allen leert, ook van degene die men afwijst of negeert, is het meest wijs.” Ik ben dan ook een betere vragensteller dan antwoordgever.’
Ook is hij bezig met een boek over de Koerdische Arbeiderspartij, de PKK. Een beweging die zich steeds gewelddadiger manifesteert. 'Ik heb tot nu toe nog nergens verteld dat ik hiermee bezig ben. Ik doe het samen met een Koerdische vriend. Waarschijnlijk zal het nog dit jaar worden gepubliceerd.’
Wallraff heeft naar eigen zeggen veel aanzien opgebouwd in de islamitische wereld. 'Dat wil ik nu gebruiken om op te komen voor de mensenrechten daar. Zo sta ik achter de Koerdische bevolking in Turkije; maar ik wil nu ook weer niet dat de strijd in terreur eindigt. Helaas word ik in Turkije ook wel eens negatief bejegend. Laatst wilde een fundamentalistische moslim niet naast me zitten in het vliegtuig.’
WALLRAFF WOONT, op een tweejarig verblijf in Amsterdam na, al twintig jaar op dezelfde plek in een migrantenwijk met veel mooie oude, soms verpauperde huizen. Zowel in het huis als in zijn tuin heeft Wallraff een indrukwekkende verzameling natuurstenen uitgestald. Hij wil niet vertellen waar hij ze heeft gevonden. Sommige stenen, zo zegt hij hartstochtelijk, zijn gevormd door tienduizenden jaren natuur. Wijzend naar een prachtig exemplaar op het aanrecht dat oogt als een abstract en secuur gebeeldhouwd kunstwerk: 'De geleerden geloven het niet wat ze hier zien. Ze kunnen het er niet over eens worden of ze door mensenhanden zijn gemaakt, wat niet zou kunnen, of dat de natuur ze zo heeft gevormd, wat ook niet zou kunnen. Het is een mysterie. Ik heb ze allemaal zelf gevonden. Ik vind ze met mijn kajak. Daarmee reis ik de hele wereld af om zoveel mogelijk op plekken te komen waar nog nooit een mens is geweest. Dat doe ik al mijn hele leven.’
Achter in de tuin is een werkplaats. Er hangen schilderijen van zijn hand en overal staan constructies van staal en natuurstenen. Naast de werkplaats is een meditatieruimte. 'Hier speelde mijn opa altijd klavier’, vertelt hij. 'Hier vind ik mijn rust.’
Intussen maakt hij zich ook nog steeds zorgen over de democratie in Duitsland. 'We spreken hier in Duitsland nog steeds niet van de bevrijdingsdag, maar van de dag van de nederlaag, tot en met Kohl aan toe. Slechts enkele politici spreken van een bevrijding. Dat zegt heel veel. We moeten kleine landen dan ook dankbaar zijn dat ze Duitsland kritisch volgen. Zoals die Nederlandse Ik ben woedend-actie. Dat was prima. Alleen wat uit het buitenland komt, heeft hier nog gewicht, voert nog tot discussie en zet aan tot denken. Niet dat ik zeg dat er geen ander, meer democratisch Duitsland is. Dat is er zeker wel. Alleen is het democratisch bewustzijn hier niet bij iedereen voldoende ontwikkeld. Duitsland heeft nog steeds een democratie die ze niet zelf heeft bevochten. Ze is door de zegevierende machten opgelegd en werd door velen helemaal niet als bevrijdend ervaren.
De meerderheid van het volk heeft destijds op Hitler gestemd. Hij is niet van de ene dag op de andere als een soort natuurramp opgekomen. Zijn komst was langzaam voorbereid en het zal ook tijd nodig hebben voordat deze dictator echt weg is. Hitler is een produkt van generaties en het zal dus generaties duren om hem te elimineren. Vijftig jaar is een korte tijd.’