Universitair hoofddocent wijsbegeerte, Universiteit Maastricht

Sjaak Koenis

Het meest overschatte probleem in Nederland is de integratie van migranten en in samenhang daarmee het gevaar van de islam en de terreur van de politieke islam. Dit wil niet zeggen dat de integratie allemaal rozengeur en maneschijn is, of dat de islam niet af en toe zeer doet, zowel voor de migranten als voor de gevestigden, vooral de spraakmakende elite, die zichzelf ver voorbij alles wat op religie lijkt waant. Het zal nog lang duren voordat migranten/moslims helemaal geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving, maar wie weet hoezeer de katholieken in de negentiende en begin twintigste eeuw object van zorg en verontwaardiging van de protestantse elite zijn geweest, die weet dat de tijd de kwetsuren van integratie zal helen.

Wie wat meer afstand neemt van de loopgraven van de integratie- en islamdebatten ziet een aantal problemen opdoemen die lastiger aan te pakken zijn. De luidruchtige stem van populisten brengt menigeen tot de stelling dat het einde van onze democratie (ook zo'n overschat probleem) nakende is, of dat de sociale cohesie in Nederland definitief ondermijnd is (idem). Nederland is nu cohesiever dan het ooit geweest is (vandaar het lawaai en tumult omdat niemand zich in Nederland meer in aparte kamertjes kan opsluiten), en de democratie is levendiger dan ooit. Populisme (ook zeer overschat) legt de zwakke plekken van de oude partijendemocratie bloot, niet van de democratie zelf.

De problemen waar we ons echt zorgen over moeten maken houden verband met het succes van de democratie. Wie een lijn trekt van de jaren vijftig naar de huidige jaren tien ziet dat oude hiërarchische relaties en collectieve verbanden steeds meer onder druk zijn komen te staan. De emancipatie van de klassieke groepen is bijna helemaal rond, behalve dat vrouwen hier en daar nog tegen (hardnekkige) achterstanden aanlopen. En vergeet de lange tijd niet die de kinderen van de migranten nog nodig zullen hebben. Collectieve oplossingen werken niet meer in een mondialiserende samenleving. De oorlog heeft de eerdere scepsis over democratie uit het collectieve geheugen weggevaagd en daardoor hebben we democratie altijd sterk geassocieerd met meer van al het goede dat we op de democratie hebben geprojecteerd: inspraak, zeggenschap, vrijheid, gelijkheid, enzovoort. Waar we nu steeds meer tegenaan lopen, is dat al het goede van de democratie dat een einde heeft gemaakt aan oude ongelijkheden qua afkomst, stand, klasse en sexe, ook met een prijs komt: toenemende gelijkheid en vrijheid zal leiden tot een vergroting van onze gevoeligheid voor overblijvende verschillen, die steeds meer asymptotisch de harde, natuurlijke verschillen tussen mensen in talent, opleiding, energie, enzovoort, zullen naderen. Onze meritocratische samenleving zal steeds harder worden, en de boosheid en het ressentiment van de verliezers zal steeds groter worden. Het meest onderschatte probleem is volgens mij dat het succes van de democratie steeds meer een voedingsbodem voor ressentiment zal zijn. Niet omdat democratie ‘maagmensen’ (De Kadt) en consumentisme (Van Doorn) voortbrengt of tot verplatting leidt (weer: overschatte problemen), maar omdat democratie uiteindelijk alle collectivistische beschermende structuren zal aantasten en geen enkele elite met rust zal laten.

Om systemen van leven en werk op te zetten waarin mensen hun trots kunnen tonen en systemen van zorg waarin verliezers iets van hun zelfrespect kunnen behouden, kunnen we niet autarkisch op Nederland alleen onze hoop vestigen - die tijd is voorbij. De meest dringende maatschappelijke kwestie op korte termijn is hiermee ook gegeven: de huidige politieke elite keert zich steeds meer van Europa en de wereld af. Op langere termijn is de uitdaging vooral drieledig: (1) om onze democratie te verenigen met niet-collectivistische systemen van zorg die de verliezers weer een beetje respect geven. (2) om een nieuwe publieke sfeer te scheppen waarin Nederland en Europa en daarbuiten, lokale geworteldheid en kosmopolitisme niet tegen elkaar uitgespeeld worden. En (3) om het progressieve vocabulaire van vooruitgang, redelijkheid, verdraagzaamheid, emancipatie en hoop te herijken. Want ook dat stamt uit de tijd van de partijendemocratie.


Sjaak Koenis werd eerder door De Groene Amsterdammer geïnterviewd voor de serie Het algemeen belang, u leest het artikel hier. Bekijk voor meer informatie ook Koenis’ pagina bij de Universiteit Maastricht.