Sjamanen en charlatans

Nog te zien tot en met 7 april en van 18 tot en met 29 april (beh. zo en ma) in het Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam, tel. 020-5974488.
Het begin van Ecstacy, de nieuwe voorstelling van Toneelgroep Amsterdam, doet denken aan de produkties van het Theatre du Soleil en de Woostergroup tegelijk. Dat komt bijvoorbeeld door de zee van ruimte in het toneelbeeld. De zaal in het Transformatorhuis is zo groot en zo hoog mogelijk gehouden, je kijkt aan de zijkant tegen de kale muren aan. Een wijds, vierkant podium is op de vloer neergezet, maar zonder dat het die ruimte opvult: er is nog veel loopruimte omheen. Het is zo'n toneelbeeld als het Theatre du Soleil en de Woostergroup hebben afgekeken van het Japanse Noh-theater.

De twee sjamanen die bij de binnenkomst van het publiek rondom het podium in de weer zijn, zouden ook zo weggeplukt kunnen zijn uit een voorstelling van het Theatre du Soleil. De omvangrijke kostuums met vele lagen, de langharige pruiken, de schmink die hun gezichten tot maskers vertekent, de wierook en de trommels waarmee ze de lege ruimte opvullen met geluid en geur… Hier wordt teruggegrepen op de rituele oorsprong van het theater. Maar dan wel bekeken met de hedendaagse, door de massamedia gevormde blik waarmee bijvoorbeeld de Woostergroup het ritueel inkadert. De batterij monitoren die boven het toneel hangt, en die tijdens de voorstelling voortdurend beelden van de buitenwereld laten zien, zijn van die hedendaagse blik de stille symbolen.
Maar die twee sjamanen die de voorstelling inleiden, maken ook meteen duidelijk waarin het rituele theater van Gerardjan Rijnders zich onderscheidt van dat van zijn buitenlandse collega’s. Mark Rietman en Kees Hulst zien er overtuigend sjamaans uit, maar hun spel verraadt een onmiskenbaar commentaar op hun rol. De sjamaan van Mark Rietman is koeltjes, onverschillig bijna, die van Kees Hulst een tikje te maf. Deze figuren zijn net zo veel sjamaan als charlatan. De acteurs zetten het sjamanenritueel met veel verve neer, maar nemen er tegelijkertijd afstand van.
Die dubbelheid kenmerkt de hele voorstelling. Het zit al in de opzet. Carla Mulder, de initiator van de produktie en het centrale personage, ging ver weg naar New York (naar de Woostergroup onder andere) om in haar hoofd dichter bij huis te komen, namelijk om in samenwerking met Gerardjan Rijnders een toneelstuk te maken over haar ouderlijk huis. Vaak is er afstand nodig om dat te beschrijven wat het dichtst bij je staat. Het sjamanenritueel, waar Mulder, dramaturge Mira Rafalowicz en vervolgens het halve gezelschap zich in hebben gestort, bood een mooie - en hippe - kapstok om de innerlijke en uiterlijke reis van Mulder in elkaar te doen grijpen. De leden van het gezin van Mulder veranderen halverwege in de buitenissige mensen die zij in New York ontmoet - travestieten, een gogo-danseres, een hermafrodiet. Alsof de mensen die haar mede hebben gevormd ook bepalend zijn voor de mensen waar zij op reis naar toe trekt.
Dat is een mooi gegeven. Het geeft Rijnders de mogelijkheid om zijn bekende thema’s als de verrotting binnen de hoeksteen van de samenleving en de verwarring tussen de seksen op een ander (spiritueler) niveau uit te werken. Ecstacy is, zoals Jacques Commandeur dat in het programmaboek verwoordt, een poging om een soort sjamanisme te creeren voor de stadsmens. Maar in de voorstelling krijgt het rituele en het spirituele aspect veel te weinig de ruimte. Er wordt voornamelijk gevochten en geschreeuwd, de wanhoop overheerst zoals in de relatiedrama’s van Rijnders. De stilte, de muziek, de roes van de trommels en de wierook, de rust die de toeschouwers nodig hebben om met de sjamanen mee op reis te gaan, wordt vermalen in de snelheid waarmee Ecstacy is gemonteerd. De toeschouwer kijkt van een afstand naar dit moderne ritueel, alsof je eventjes op bezoek bent op een house- party. Maar je kunt het wezen van zo'n party alleen maar ervaren als je lang blijft, als je meedanst of als je zelf ook zo'n XTC-pilletje slikt.