Reportage van onze man in Bagdad

Sjeiks eisen de macht

«Als de Amerikanen Irak helpen, is hun aanwezigheid hier prima. Zijn ze uit op onze olie, dan zullen ze de stammen op hun weg vinden.» Een interview met sjeik Mubarak, president van tweeduizend Iraakse stamhoofden.

BAGDAD — In een villa aan de Tigris, die eens toebehoorde aan een neef van Saddam Hoessein, wemelt het van de mannen gehuld in lange gewaden en getooid met de ougal, de traditionele Arabische sjaalhoofddoek. Er lopen ook enkele stamhoofden rond in Koerdische dracht en een paar mannen in pak, christelijke stamhoofden, zo blijkt. Ze bewegen zich statig. Sommigen dragen donkere brillen, een enkeling is niet al te best geschoren. De gewaden zijn soms tot op de draad versleten. Bij anderen laten de zacht zoevende jurken opeens een glimp zien van afgetrapt schoeisel en haveloze kostuums. Ze houden graag de schijn op, deze sjeiks, maar breed hebben ze het niet.
Het zijn er enkele tientallen en ze hebben zich verzameld voor een vergadering van de Iraqi Confederation of Tribes (ICT), de nieuwe eigenaar van het pand, blijkt uit een bord aan de buitengevel. De sjeiks zijn stamhoofden die zichzelf en daarmee hun hele stam komen inschrijven als confederatielid. De ICT is een van de vele nieuwe politieke partijen in het naoorlogse, democratische Irak. Een opmerkelijke basis voor een politieke partij, stammenlidmaatschap. Want kwamen politieke partijen niet pas in zwang toen de traditionele ordenende principes in de samenleving, zoals stammenverbanden, begonnen te vervagen? Erg modern kunnen de uitgangspunten toch niet zijn wanneer ze zijn gebaseerd op een organisatorisch principe dat aanmerkelijk ouder is dan het idee van de representatieve democratie zelf.
Dat wenst Abdul Munaf Abdul Hassan Mubarak te bestrijden. De imposante sjeik is president van de Confederatie: «Ik ben democratisch gekozen uit meer dan tweeduizend stamhoofden.» Hij haalt de beginselverklaring van de Confederatie erbij. Die dient door alle stammen die zich willen aansluiten te worden onderschreven. Het wordt stil in zijn werkkamer met uitzicht op de Tigris. Langs de muur zitten zijn bewapende getrouwen. Het huis is volledig leeggeroofd tijdens de anarchie die Irak in april overspoelde. Zelfs de stopcontacten zijn gedemonteerd. De zetel van de sjeik bestaat uit een slap plastic tuinstoeltje. «Irak is één en ondeelbaar», begint hij. Volgt een achttien punten tellende lijst van zeer moderne uitgangspunten, met ruime aandacht voor al lerhande mensenrechten. Maar vrouwen zul je niet aantreffen in de Confederatie, geeft hij toe. Die kunnen nu eenmaal geen stamhoofd worden. «Dat is de macht der traditie. Die kan ik in mijn eentje niet veranderen.»

Niemand weet precies hoeveel stammen Irak telt. Met alle afsplitsingen en clans meegeteld moeten het er duizenden zijn. Stammen als de al-Dilimi (rond het opstandige Ramadi), de al-Rikabi (in Midden- en Zuid-Irak) en de al-Bu Muhammad tellen op hun beurt weer duizenden families. Al sinds mensenheugenis zijn de stammen van belang in Irak. De al-Bu Muhammad bijvoorbeeld waren reeds een machtsfactor ten tijde van het Ottomaanse Rijk. Vroeger was hun territorium geografisch bepaald, tegenwoordig hebben de stamleden zich verspreid over het hele land. Ze zijn onmogelijk weg te denken, meent Ahmed Alrikabi, die tien jaar geleden uit Irak vluchtte en enkele maanden geleden is teruggekeerd. «Als je zegt dat je geen stam hebt, ben je een soort hoerenzoon. Dat kan absoluut niet. Mensen kunnen zich het leven zonder een stam nauwelijks voorstellen. Een vriend van me vroeg hoe de stammen in Nederland het doen. ‹Hebben ze geweren?› vroeg hij. Toen ik hem vertelde dat in Nederland de overheid alles tot in de puntjes heeft geregeld en er dus geen stammen nodig zijn, was hij verbijsterd.»
In Irak zijn stammen vaak de laatste linie waar hulpbehoevenden op kunnen terugvallen. Kan iemand een begrafenis niet betalen, dan springen stamleden bij. Dreigt hij tot armoede te vervallen, dan kan hij een beroep doen op het stamhoofd. Maar het was vooral het geweld dat de stammen berucht maakte. In het Midden-Oosten, ook in Irak, is de familie-eer het hoogste goed. Wordt die bezoedeld, dan volgt bloedwraak. Soms kan die worden afgekocht, maar niet zelden ontstaat een verzengende stammenstrijd. Duikt een gemeenschappelijke vijand op, dan wordt de strijdbijl begraven. De Turken hebben het geweten, net als de Britten. Zij kregen te maken met bloedige stammen opstanden. Nog in 1935 trokken twee stamleiders uit Midden-Irak aan het hoofd van hun zwaarbewapende volgelingen Bagdad binnen.
Saddam Hoessein maakte handig gebruik van de stammentraditie. Hij regeerde met behulp van uitgebreide cliëntennetwerken. Via propaganda deed hij oude stammen tradities herleven. Zijn eigen stam, de al-Bu Nassir uit de omgeving van Tikrit, staat bekend om zijn gewelddadigheid. Volgens Hoessein-biograaf Con Coughlin waren de leiders er trots op dat ze hun tegenstanders voor het minste of geringste ombrachten. Saddam gaf zijn stamleden invloedrijke posities. De huidige schermutselingen vinden vooral plaats in het gebied tussen Bagdad en Tikrit, waar veel van Saddams beschermelingen en stamleden hun thuis basis hebben. En dat is geen toeval, weten ook de Amerikanen.
Sjeik Abdul Munaf Abdul Hassan Mubarak knikt vriendelijk, bergt de beginselverklaring op in een bureaulade en zegt: «Irak is een bezet land. De Amerikanen zijn een realiteit. Wij begrijpen dat ze hier zijn en we tolereren hun aanwezigheid. Maar alleen zolang ze ons helpen. De Amerikanen moeten hier democratie brengen. Dat de stammen niet in de Regeringsraad zijn vertegenwoordigd, was niet slim. Kijk maar eens naar de staat van het land nu, met al die aanslagen. De Amerikanen moeten zorgen voor een regering die door het volk is gekozen, en waarin ook de stammen zitting hebben. Dan wordt het een sterke regering. Als de Amerikanen Irak helpen een goede regering te kiezen, dan is hun aanwezigheid hier prima. Zijn ze uit op onze olie, dan zullen ze de stammen op hun weg vinden. De olie onder Irak is tot de laatste druppel van onze eigen bevolking. Daar hebben de Amerikanen niets mee te maken.»
Sjeik Mubarak is leider van de kleine Saedi-stam, die zijn machtsbasis heeft rond Basra in het zuiden. Hij mag dan democratisch zijn gekozen tot president van de Confederatie, zijn reputatie als krijgshaftig en niets ontziend stamhoofd zal wellicht wat weifelaars over de streep hebben getrokken. Hij was bevelhebber van een commando-eenheid in het Iraakse leger. Tijdens de oorlog tegen Iran raakte hij zwaar gewond. Toen de eerste Golfoorlog uitbrak, eiste hij dat hij opnieuw met zijn eenheid aan het front werd ingezet. Ook daar werd hij zwaar getroffen. Er waren enkele operaties nodig om een kogel uit zijn hoofd te verwijderen.
Saddam Hoessein wantrouwde veel van zijn topofficieren. Ook sjeik Mubarak viel uit de gratie. Hij kreeg steeds meer problemen met de veiligheidsdienst en besloot in 1995 Irak te ontvluchten. Maar in Jordanië werd hij gearresteerd door agenten van de Mukhabharat, Saddams geheime dienst. Zijn stam wist via connecties en met behulp van veel smeergeld te bereiken dat Mubarak slechts veroordeeld werd wegens valse papieren. Dat kwam hem te staan op een half jaar gevangenisstraf. «Ik werd opge sloten in een kleine cel zonder licht. Ik wist niet of het dag of nacht was. Ik mocht er niet uit. Verder ben ik niet gemarteld. Ik heb geluk gehad.»
Na zijn vrijlating was Mubarak vastbesloten wraak te nemen. Hij zocht contact met de Koerdische leider Jalal Talabani in het noorden. «Hij zei me geduld te hebben. ‹Er komt nog een oorlog›, zei hij. Hij gaf me wapens. Geweren, pistolen en handgranaten. Ik heb die wapens gebruikt om een militie op te richten binnen onze stam. 41 van onze beste mannen, aangevuld met leden van mijn oude eenheid.»
De militie van de sjeik opereerde rond Bagdad. Toen de Amerikanen de stad naderden, richtten ze checkpoints op en vielen ze overheidsgebouwen aan. Veel leden van de Fedayeen Saddam, «getrouwen» van Saddam, en de Mukhabharat werden door de militie van de sjeik gedood, vertelt hij trots. «Wraakoperaties», noemt hij dat. Hoogtepunt van de strijd was de bestorming door zijn militie van het gebouw van de veiligheidsdienst in Bagdads al-Mansour-district. Alle veiligheidsagenten werden afgemaakt en de gevangenen vrijgelaten. Hoeveel doden er vielen zegt hij liever niet. «We hebben meer vijanden gedood dan we martelaren op het slagveld hebben achter gelaten», lacht hij tevreden.

Sjeik Mubarak staat neutraal tegenover de Amerikanen. Hij heeft zowel vóór ze gevochten als tegen ze. Maar ze moeten niet denken dat ze de dienst kunnen uitmaken in Irak. Dat doen namelijk de stammen. De ICT zegt in totaal zeker acht miljoen stamleden te vertegenwoordigen, dat is meer dan een derde van de bevolking.
«Wat de rebellen doen, keuren wij af. Er moet rust komen in dit land. De Amerikanen moeten in staat worden gesteld te herstellen wat ze hebben vernietigd en een goed regeringssysteem op te zetten.» Maar, zegt hij met een glimlach, als ze niet luisteren naar het advies van de stammen zullen ze dagelijks mannen blijven verliezen door guer rilla-aanvallen. Zijn advies is vrij simpel: reorganiseer de Iraakse strijdkrachten met behulp van stammenmilities. «Al onze stammen zijn gewapend. Onze mannen kennen het terrein en de strijdmethoden. Geef ons drie maanden lang de controle over de ministeries van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en we lossen het probleem van de opstandelingen op. Wij Irakezen kunnen dat beter dan de Amerikanen, omdat we andere methoden hanteren.»
De macht van de stammen heeft namelijk altijd bestaan uit een mengsel van gewapende en sociale macht. Kreeg hij de gevraagde ministeries, dan zou sjeik Mubarak de opstandelingen op meerdere fronten bevechten. «Ze vechten voor geld. Je moet dus zorgen dat ze dat geld niet nodig hebben.»
De Iraakse Confederatie van Stammen heeft fondsen opgericht voor de hulp aan armen, werklozen en gehandicapten. Het is een druppel op een gloeiende plaat, want veel geld hebben de meeste sjeiks op dit moment niet, maar dat zou wel eens kunnen veranderen als er werk wordt gemaakt van de ontginning van de Iraakse oliereserves. Die bevinden zich onder gronden die vaak in handen zijn van de stammen. De sjeiks kunnen er stinkend rijk mee worden, en ze weten het.
«Nu Saddam Hoessein weg is, zijn wij de sterkste macht in het land, en we zullen nog sterker worden. Iedere familie die tot een van onze stammen behoort draagt wapens», zegt sjeik Mubarak. «Ik hoop dat de Amerikanen daar rekening mee houden.»