Sjoemelboeren

Nederlandse veehouders kopen veel te weinig verplichte dier- of fosfaatrechten in voor hun varkens- en kippenstallen. Dat blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kondigt extra inspecties aan.

In de 33 Nederlandse gemeenten met de meeste ammoniak in de lucht komen de uitgegeven vergunningen voor onder andere stalbouw niet overeen met de verkochte uitstootrechten. Op basis van de op dit moment uitgegeven rechten zouden minstens de helft van de varkens- en kippenstallen in die 33 gemeenten leeg moeten staan, iets dat door inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) niet wordt waargenomen.

De discrepantie tussen verleende vergunningen en gekochte rechten is in veel gebieden duidelijk zichtbaar. In Helmond hebben lokale boeren bijvoorbeeld 58.000 kippen bij de uitvoerende instantie RVO opgegeven, terwijl ze bij de bouw van hun kippenstal vergunningen hebben gekregen voor het houden van meer dan 250.000 kippen. De varkenssector vertoont hetzelfde beeld: in een op de drie meest vervuilde gemeenten zouden de varkensstallen, op basis van de gekochte rechten, maar voor driekwart gevuld moeten zijn. In Enschede hebben boeren voor 69.000 varkens rechten gekocht, terwijl er in de Twentse gemeente vergunningen zijn afgegeven voor ruim twee keer zoveel varkens. In de praktijk komen milieu-inspecteurs bij controles echter nooit zoveel lege stallen tegen.

Er is geen onomstotelijk bewijs van fraude, maar duidelijk is wel dat het voor veehouders uiterst lucratief is om te weinig rechten te kopen. De aanschafrechten voor één kip kosten op dit moment 15,94 euro, bij een leasecontract betreft het 1,24 euro. Een boer die tweehonderdduizend kippen verzwijgt, hoeft dus drie miljoen euro minder te investeren. In het geval van leasen betekent dit een jaarlijkse besparing van 248.000 euro.

Tegenover de aanzienlijke winsten staat tot nu toe een geringe pakkans. De NVWA bezoekt jaarlijks steekproefsgewijs slechts twee procent van de bedrijven. Gemiddeld krijgt een verdachte veehouder maar eens in de vijftig jaar een NVWA-inspecteur op zijn erf.

Daar lijkt nu echter een einde aan te komen. Op vragen van De Groene Amsterdammer antwoordt de NVWA dat er nog dit jaar een extra onderzoek zal plaatsvinden onder varkensboeren en er ‘gericht op dieraantallen in relatie tot de dierrechten’ wordt gecontroleerd. Er wordt ook gekeken of in het kader van ‘gebiedsgericht handhaven meer gerichte acties op vergunnings- en dieraantallen mogelijk is’.

Laura Bromet, Tweede-Kamerlid van GroenLinks, heeft inmiddels schriftelijke Kamervragen gesteld aan landbouwminister Carola Schouten. Zo vraagt ze bijvoorbeeld of de verschillende bestanden met dieraantallen, dierproductierechten en (gemeentelijke) vergunningen met elkaar vergeleken kunnen worden. Dat laatste gaat de NVWA de komende tijd bij varkensboeren voor het eerst daadwerkelijk doen.


Lees ook: